woensdag 10 oktober 2007

Dierenarts

Puk, het katbeest dat hier ronddoolt en de oren van mijn kop zeurt heeft de pech een vrouwtje te zijn. Nu heeft ze daar zelf wellicht niet veel last van, maar het maakt wel dat ze zwanger kan worden als ze niet uit haar doppen kijkt, en katten hebben op dat gebied niet echt de reputatie voorzichtig te zijn.

Maar, ik vind het niet kunnen om het beestje te laten steriliseren, ik zou ook niet willen als een kat op dat gebied over mij zou beslissen, dus krijgt Puk de pil (als ik het niet vergeet). Zo’n doosje pillen gaat ongeveer een half jaar mee, gelukkig, maar het is wel een hormonaal preparaat en dus niet vrij te verkrijgen, je hebt een voorschrift nodig, in dit geval dus van een dierenarts.

De vorige keer dat haar pillen op waren ben ik dan ook naar de dierenarts geweest, waar mijn mond zowat openviel van verbazing omdat het een enorm knappe vrouw is. Ik had Puk toen niet meegenomen, ik zou ook absoluut niet weten hoe ik die op mijn fiets moet gaan meezeulen. Maar toen kreeg ik wel te horen dat ik haar volgende keer ging moeten meebrengen. Hormonen zijn namelijk niet zo onschuldig, je kan ook als mens die pillen slikken om je sportieve prestaties te bevorderen bv. Dus nu de pillen weer op zijn, ga ik toch met de kat naar de dierenarts moeten. Tenzij...

Op een nacht, toen ik weer eens niet kon slapen, vroeg ik me af of die dierenarts geen huisbezoeken zou afleggen en dat heb ik dan de volgende dag ook maar eens nagezien, en ja hoor, ze doet ook huisbezoeken. Ik ben er dan ook binnengestapt om haar uit te leggen hoe de situatie zat en met de vraag of ze tijd had om eens langs te komen. Dat bleek geen enkel probleem te zijn, ik moest er dan wel voor zorgen dat het beestje op dat moment thuis was, maar dat is ze meestal.

Nu heeft Puk een eigenaardige gewoonte, soit, ze heeft er veel maar die doen nu niet ter zake. Puk is namelijk asociaal, dat zal ze wel van mij hebben overgenomen. Als er bezoek is, dan wordt dat bezoek straal genegeer door Puk en dan komt ze op mijn schoot zitten, tenzij dat bezoek naast me in de zetel zit, dan kruipt ze op schoot bij het bezoek.

Toen de dierenarts hier was, was het dan ook logisch dat ze die straal negeerde, meer zelfs, op het moment dat de dierenarts naar me toe kwam om Puk te onderzoeken terwijl ze op mijn schoot zat, stoof ze er vandoor en verstopte ze zich. Er was niets aan te doen, behalve dan vertellen hoe het beestje in elkaar stak en wanneer ze naar wie ging. De conclusie lag dan ook voor de hand, de dierenarts zou naast me op de zetel moeten komen zitten als ze Puk wou onderzoeken. En dat hebben we dan ook maar gedaan, gezellig onder het dekentje, wachtend tot de kat zou komen uit jaloezie.

Aangezien Puk ondertussen al langs de tuin was verdwenen is ze niet onderzocht geweest, maar we hebben ons verder wel goed geamuseerd onder dat dekentje, wat eigenlijk ook heel de bedoeling van dat bezoek aan huis was.

donderdag 28 juni 2007

Justitia

Tijdens slapeloze nachten, en die gaan er kortelings nog veel zijn vrees ik, dwalen de gedachten een beetje af bij momenten, de fantasie slaat op hol, of is het de angst ?

Net zat ik in een rechtszaal, niet voor het eerst deze dagen trouwens. Het draaide om mijn moraal, mijn manier van omgaan met vrouwen, het totale gebrek aan respect dat ik voor ze heb, of lijk te hebben, of gehad te hebben, de zaak is nog lopende, ziet u.

Ik zat daar als beklaagde op de getuigenbank, in een zaal, volgestouwd met exen van me, het was me een zicht hoor. De exen zaten naast elkaar op een rij, of op twee rijen, dat was niet echt duidelijk, verder zat er nog wel wat publiek en ook een twaalfkoppige jury. Het moet dus een assisenzaak zijn geweest.

Ik had reeds verteld hoe ik met vrouwen omging, dat ik ze niet trouw was geweest sedert mijn scheiding, dat ik er geen respect voor had getoond, dat het vaak niet meer waren dan speeltjes, met als enige functie het bevredigen van mijn ontemmelijke lusten. Toen werd me de vraag gesteld wie van deze vrouwen nu wel een geen speeltje was, of geweest was en ging ik het rijtje met mijn ogen af, en gaf er commentaar bij.

Het begon bij A.B., neen, dat was geen speeltje geweest, zei ik, dat was mijn oude schaakkameraadje.
Dan was A.?. aan de beurt. Neen, geen speeltje, daar had ik zelfs nooit iets mee gehad.
B.D. dan ? Neen, eigenlijk ook niet, die had ik onder mijn vleugels genomen om haar een andere wereld te leren kennen.
C... dan ? Absoluut niet, ok, ik had haar nooit de kans gegeven die ze verdiende maar ze was bijna een deel van mijn gezin geworden toen we samen waren.
P.C. ? Aub, die is buiten categorie.
K.C. was de volgende in de rij. Goh, mijn donskuikentje, die haar naam dankte aan de schattige donshaartjes op haar krachtig gevormde wangen. Dat was toch geen speeltje, dat was mijn donskuikentje die ik voorzichtig uit haar nestje had gehaald en kijk hoe ze daar nu zat, fier als een pauw om de woorden die ik over haar zei.
N.B. Hmm goh, wat kon ik daar over zeggen ? Slechts dit; To infinity and beyond !!!!

Terwijl ik zo het rijtje afging, zag ik beurtelings de betrokkene en beurtelings mezelf, ik straalde als een onecologische straatlamp toen ik me de tijden met hen herinnerde, stuk voor stuk en op het laatst kwam ik er achter dat er helemaal geen speeltjes waren geweest, dat ze allen wel méér waren geweest dan louter speelgoed, maar dat toegeven, toen, neen, dat zou onbricconiaans geweest zijn, dan had men door het pantser kunnen dringen en zou de kwetsbare ik aan de oppervlakte gekomen zijn, daar was toen de tijd nog niet rijp voor.

woensdag 27 juni 2007

Onderweg

Wie gaat er nu op woensdag naar Kortrijk ?
Wie kruipt er in een riool als ze met mij iets heel anders kan doen ?
Daar heb je een punt.
Ja, dat is van te ... :-)

dinsdag 26 juni 2007

Grensrock

Ze wisselen elkaar graag af, mijn aapjes, het ene weekend heeft de ene wel iets om maf over te doen, het weekend daarop is het dan de beurt aan de andere, zo blijft het voor iedereen boeiend in elk geval. Maar organisatorisch wordt het er niet eenvoudiger op, het idee om elk weekend één kind bij me te hebben is enerzijds aanlokkelijk, anderzijds betekent het een ernstige inbreuk op mijn VRIJ-heid, maar het is een mogelijk optie.

Ondertussen lijkt hun moeder ook het noorden ietwat hervonden te hebben, het heeft lang geduurd, maar ze is er uiteindelijk in geslaagd in te zien dat ze niet perfect is, er zijn veel vrouwen die er nog veel van zouden kunnen leren op dat vlak, over ander vlakken laat ik me niet uit, dat zijn mijn zaken niet. Maar ik viel wel bijna van mijn stoel toen ze dat zomaar even droogweg toegaf op het terras voor het spookhuis, nauwelijks verstaanbaar door het kabaal dat uit dat ding kwam, ongelukkig gekozen locatie dus, maar goed, afstand bewaren is in deze wel geboden.

Grensrock zelf dan, vrijdag was heel aangenaam, de haan op stap met twee kippen, en wie kwam hij er weer tegen ? Juist ja, de schepen. Tja, moest ik aan achtervolgingswanen lijden, dan zou ik er nog iets van gaan denken, nu is het gewoon grappig. Maar er zijn zo nog wel grappige dingen, als ik op bezoek ga bij het milieumeisje denken haar collegas ondertussen dat ik een gemeenteraadslid ben. Tss dat is pas na de volgende verkiezingen hoor, mensen, en dan ben ik trouwens ineens burgemeester. Tenzij men me daartegen een kopje kleiner heeft gemaakt uiteraard, je moet van niets verschieten tegenwoordig.

Maar we zaten dus op grensrock, ik en Lian zaterdag, gelukkig voor hem (en mij) kwam hij daar een klasgenootje tegen waarmee hij in het kinderdorp kon spelen. Toch eventjes. Slechte pa die ik ben ging ik uiteraard om het half uur of zo wel eens kijken waar hij juist uithing, vooral zien dat hij niet in de vijver zat of boven op een dranghekken dus, maar neen, hij was altijd wel ergens braar met iets aan het spelen. En als hij het beu was als ik er langskwam, tja, dan mocht pa het overnemen he. Daar stond ik dus, in de kinderanimatietent, een giraffe verder af te schilderen tussen een hoop kinderen, met een monitrice die behoorlijk wat moeite deed om haar lach in te houden toen ze me zag knoeien. Volgende keer zal ik eens met haar lachen en haar dat kroontje van animatrice op haar kop zetten. Als je onhandig bent, dan ben je immers onhandig, en op de lijntjes knippen, neen, ik kan het nog altijd niet, zelfs niet op dikke lijntjes. Maar goed, de giraffe is afgeraakt, hij heeft een nek gekregen, waarna het leek alsof hij een gebroken nek had, dus daar klopte ook iets niet van, maar het idee was er wel en ik heb hem dan in mijn eigen gemaakte dierentuin gezet, anders had ik daar ook nog een hele dag mee mogen rondlopen op het festival, ik liep er al rond met twee ballonnen aan mijn rugzakje gebonden, tot groot jolijt van een aantal mensen.

Hoe dan ook, we hebben ons goed geamuseerd, zeker ook op de bungee-run, dat is een soort springkasteel, maar dan niet om op te springen, je wordt vastgemaakt aan een elastiek, krijgt een soort bordveger in je handen en dan is het de bedoeling zover mogelijk dat ding op het middenstuk te kleven. Om dat eenvoudiger te maken is zowel het middenstuk als de bordveger voorzien van klitteband. Lian wou dus regelmatig tegen mij 'strijden'. Tja, dat is een heel oneerlijke strijd he, dus dan doe je af en toe maar of je eens uitglijdt zodat die kleine ook een keer kan winnen en op andere keren leef je je volledig uit, wat maakt dat ik een keer bijna van het ding gedonderd ben omdat ik die elastiek te ver kon uitrekken, vijf centimeter verder en ik had behoorlijke hoofdpijn gehad, en voor één keer eens niet van mijn eigen gezeur. Nu bleef het beperkt tot het hangen tussen opblaastuig en de grond, eventjes, toch, toen bleek hoe sterk die elastieken juist zijn, behoorlijk sterk hoor, ik vloog holderdebolder over de kop terug naar achteren, maar was wel gewonnen. Laat het wel duidelijk zijn dat ik de enige volwassene was die van dat ding gebruik heeft gemaakt. Hmm als excuus gebruik ik dat Lian het wou, maar eigenlijk vond ik het zelf ook enorm plezant.

Missing things

Moesten er nog mensen zijn die me tussen vorige week dinsdag en deze avond een mail hebben gestuurd waarop ik niet heb geantwoord... ga er maar van uit dat ik hem niet heb ontvangen.

Mode

In de mode draait alles rond creativiteit en inventiviteit, bij gebrek aan voornoemde zaken neemt men zijn toevlucht tot retro-stijlen.
Het is volop zomer, op sommige plaatsen dan toch, en tijdens de zomer draag je best kledij die is aangepast aan de weersomstandigheden, niet enkel tijdens de zomer trouwens.
Tijdens de zomer draag je dus best korte kledij, als man zijn dat dan shorts. Maar vooraleer je een deftig exemplaar vindt, ben je toch weer een hoop tijd kwijt, dus voor mensen met weinig tijd is er een oplossing nodig. Deze bestaat uit het volgende, je neemt een lange broek, een schaar, draad en een naald.
Hoe ga je nu te werk ? Wel, eerst en vooral is het belangrijk om een fatsoenlijke lange broek te nemen, dus geen afgedragen exemplaar, dan krijg je immers een short die nergens op lijkt. Neem bij voorkeur een lange broek van recente datum die er nog goed uit ziet. Vervolgens neem je de schaar en knipt de pijpen af tot de gewenste lengte, of in dit geval korte, de uiteinden omzoom je met naald en draad en klaar is je short.
Zelf heb ik er onlangs drie gemaakt van lange broeken die toch niet gedragen zouden worden, en ze zitten als gegoten, nu nog wachten op de zomer.

Anoniempjes

Anonieme comments op de andere blogs zijn doorgegeven en vervolgens opgespoord, dit samen met zogenaamd 'per ongeluk' verzonden mails. De persoon die zich bezig houdt met deze anonieme comments wordt bij deze een laatste maal vriendelijk doch dringend verzocht mij en mijn gezin met rust te laten.

vrijdag 22 juni 2007

Pesterijtjes op het werk

Hey, wat brengt jou hier ?
Ha, ik kom je dat telefoonnummer geven in verband met die dioxines, ik moest toch naar de bank en dat is hier om de hoek, vandaar.
Oh tof, dank je.
No probs. Zeg, heb je toevallig al een verslag van de klimaatwerkgroep van vorige week ?
Officieel nog niet, neen, enkel een kladversie. Wil ze lezen ?
Ha ja, dan weet ik tenminste of ik iets gemist heb.
Ik zal het even afprinten dan. Tasje koffie ?
Sure, thanks.

(van aan het andere bureau word er voortdurend, zij het verdoken gekeken naar de mysterieuse, grijze man. Het brengen van het telefoonnummer was afgesproken werk, uiteraard)

Alsjeblief.
Dank je. Eens even doorlopen he. Ik hou je toch niet van je werk ?
Neen hoor, nog twintig minuutjes en mijn werkdag zit er op trouwens.
Pfff luxepaard.

(ze 'werkt' wat verder, aan de overkant is de situatie ongewijzigd)

Zeg, hoe noem je dat ding dat hier aan het plafond hangt ?
Welk ding ?
Boven je hoofd.
Een licht ?
Juist ja. En hoe schrijf je dat ?
L-I-C-H-T.
Ben je daar zeker van ?
Ja. Natuurlijk.
Oke, hoe zou je dan schrijven "het verslag ligt ter inzage ..."
Zeg dat ga ik niet helemaal spellen hoor.
Keppe ! Hoe zou je in die zin het woord 'ligt' schrijven ?
L-I-G-T.
Waarom staat het in je verslag dan met CH ?
Oeps, ja ik heb toch gezegd dat het maar een klad is.
Klad nog tot daar aan toe, daarom dat ik niets zeg over ontbrekende leestekens, hoofdletters, stopwoordjes, ... Maar zelfs in een kladje schrijf je ligt niet als licht he.
Auw. Wil je nog een tas koffie ?
Bah joat, kan er nog wel eentje in, het is toch weer beginnen druppelen blijkbaar.
Als je wil kan ik je dadelijk wel even een lift geven hoor.
Dat is lief van je, dank je.

(Mens aan de overkant snapt er niets meer van ondertussen)

Na nog wat vijven en zessen zijn we dan maar vertrokken, ik en het milieumeisje, voor het geval dat nog niet duidelijk was. Onderweg gaat de conversatie, vreemd genoeg, ergens heel anders over.

En wat vond je van haar ?
Hmmm ik weet het niet hoor, ik ga niet af op uiterlijk en ik heb er niet mee gepraat he, ze was te druk bezig met je andere collega.
Dat is geen collega van ons, die zit op een andere dienst, maar kwam even langs, er mankeert wel iets aan. Ik vond het wel opvallend dat ze zo stil was. (big smile)
Tja. Kan ik niet over oordelen natuurlijk.
Neen, maar ik wel. En ze zat de hele tijd naar je te staren.
Dat is me ook opgevallen, ja.
En al die collegas die zo plots toevallig op ons bureau moesten zijn ... dat is ook geen toeval hoor.
LOL. Ik heb zo het vermoeden dat je reputatie nu naar de vaantjes gaat zijn.
Ja, zeker omdat ze weten dat ik val op gasten met lang haar en zwarte kleren.
Ha ja ? Dat wist ik niet.
Neen, dat wist je niet, maar dat is wel zo.
Ach ja. Ik heb me goed geamuseerd in elk geval, moeten we vaker doen.
Zeker en vast. Maar ik ga je enkel voor je deur afzetten vandaag hoor, ik moet naar mijn ventje.
Jammer. Heb je gisteren niet naar je voeten gekregen omdat je zo laat was trouwens ?
Neen, het was vergadering he, en die kunnen wel eens uitlopen.
De uitlopers zijn net het leuke, ja. Allee, merci voor de lift en tot vanavond of morgen misschien he, als het mooi weer is toch.
Vanavond gaan we naar een vernissage, maar morgen kom ik wel.
En je husband niet ?
Neen, die mag niet mee.
Misschien maar goed ook. Ik ben wel eens benieuwd of je collega me nu vanavond gaat aanspreken als ze me tegenkomt.
Daar mag je zeker van zijn.
Kom bol het af, ik moet wat opruimen want krijg sebiet nog twee vrouwen op bezoek voor het weekend.
Speeltjes ?
Neen, mijn tijd van speeltjes is al een paar maanden voorbij hoor.
Maar je bent wel mijn speeltje he.
Neen hoor, ik ben je knuffelvriend en dat loopt soms uit de hand, dat is iets heeeeeel anders. Je weet dat ik niet tussen jou en je husband wil komen, daar komt alleen zever van.
Goed, dan ben je mijn knuffelvriend die op 20 cm afstand moet blijven en dat niet altijd doet.

Nog een knuffel en weg was ze weer. Binnen stond de puinhoop me op te wachten, afwas van de vorige week, drie bedden die dienden opgemaakt te worden, een paar kilo stof, een bureau vol troep, maar kon me niet deren, het feestweekend was begonnen, het was tijd om naar de kapper te gaan.

maandag 11 juni 2007

Yoghurtmails

Bedankt voor de yoghurtjes

?

Volgens mijn collega kwam hier een mysterieuze mooie grijze lange slanke man met een paardestaart (volgens haar woorden dan toch) een pak yoghurtjes afleveren, en blijkbaar zou ik dan weten waarom die hier gearriveerd zijn.....

Hmmmm dan was het iemand anders he, ik ben
1) niet mooi
2) niet grijs
3) loop al heel de dag met mijn haar los
4) niet mysterieus
dus ...

Wel mooi,
Een beetje grijs
Los of niet, kan ik niet over oordelen (ofwel heb ik de gekregen informatie al op mijn eigen manier geïnterpreteerd ?)
Mysterieus, toch wel denk ik
Was mijn collega een beetje lief voor je ?

Ken ik die dan ?

Die kon toch wel even drie minuten niet over je zwijgen ??
Donker haar, kort… zit bij mij op het bureau ?

Ben ik dan al ooit op je bureau geweest ?

Op mijn bureau niet,
Wel in mijn bureel

Wanneer dat dan ?

Vanmiddag ! J met yoghurtjes
Kijk, nu snel weg
Trein-huppel-tijd

(altijd leuk om een jarige te koeieneren als je vijf minuutjes tijd hebt)

zondag 3 juni 2007

Luieren

Zondagen dienen om te luieren, of om zondig gedrag te vertonen, maar dat laatste is niet aangewezen met kinderen in de buurt, dus deze zondag was een luierzondag. De zon was van de partij, er stond een zuchtje wind en ik was moe, de ideale luieringrediënten waren dus volop aanwezig.

Maar om effectief te kunnen luieren heb je wel een zekere rust en kalmte nodig, wat niet altijd evident is met kinderen in de buurt, die heb ik dus eerst gezegd dat ze de boom in konden, hetgeen ze overigens sowieso al van plan waren, met hun provisoire boomhut, hun bouwsel waarlangs het middagmaal omhoog wordt gehezen, het dartsbord op vijf meter hoogte, de boksbal daar nog boven, ze zitten daar goed, in hun boom. Ik sloeg wel even in paniek toen ik hun gesprekjes opving. Noten losmaken. Hoezo noten losmaken ? Het bleek om knopen te gaan gelukkig, er mankeren al noten genoeg nu Mr. Kapper besloten heeft de overhangende takken te 'trimmen'. Wat die mens tegen bomen heeft is me een raadsel, maar ze hangen over zijn draad, dus als hij die wil trimmen, kan ik daar niets aan doen. Of het nog normaal is dat hij de restanten dan over de draad in mijn tuin gooit, dat moet ik morgen eens uitzoeken, het lijkt me niet echt logisch, maar goed, op zich is dat geen ramp, die takken worden door de kids wel gebruikt om hun kamp, ergens anders in de tuin, verder van een omwalling te voorzien, nu nog een wachttoren en dat zal ook wel in orde zijn, laat de chinezen, de russen of de fransen dan maar eens proberen onze vesting in te nemen, het zal ze niet lukken, zeker niet nu de brandnetels weer twee meter hoog staan.

Maar ik was dus aan het luieren, of wou dat toch gaan doen. Rustig muziekje opgezet in de tuin, maar wel hard genoeg zodat ik het nog kon horen achter de vijver en dan gerekt en gestrekt op mijn luxetuinbed gaan relaxen, de meeste mensen zouden zo'n tuinbed een trampoline noemen, voor mij is het echter een tuinbed, het is het enige meubel dat voor mij geschikt is om langer dan een half uur op te liggen of zitten luieren, anders raak ik niet meer recht met mijn versleten rug. Kapotgeneukt wellicht en geen garantie meer op aanwezig.

Ik lag daar dus goed, min of meer, af en toe wat veel kabaal dat uit de boom omlaag denderde, maar de kids denderden niet omlaag dus kon het niet veel kwaad, ik sloot mijn ogen en dreef in gedachten weg, weg naar de vakantie toe, de muziek die opstond deed dienst als voorbereiding op de taal van ginderachter, vanwege te lui om een boek vast te pakken. Ik waande me in de bergen, op het strand, in de bossen -gesteld dat die daar zijn-, in tavernes, op terrasjes. Het was heerlijk.

Af en toe voelde ik iets kriebelen op mijn huid, wat me er aan deed denken dat ik me dringend zou moeten wassen, de helft van de tijd was het me niet duidelijk of ik nu stof rook van het huis, of stof dat op mijn lijf plakte, maar meestal bleken de kriebels geen stof te zijn, maar wel insecten, vliegen, bladluizen, enfin, al dat soort dingen dat je toch liever niet op je lijf hebt zitten, ik toch niet, maar mijn lijf is nogal onweerstaanbaar, ook voor insecten dus, hoewel, de muggen laten me nu toch al twee jaar met rust,misschien vinden ze me wel te oud.

Het ging me dus goed af daar, op het ligding, in de zon, met mijn thee, de muziek en vooral heel veel zin om te luieren, de kriebels voelde ik na een tijd nog wel, maar ik wist ondertussen wel ongeveer wat het allemaal zou zijn dus deed ik de moeite niet meer om mijn ogen nog open te doen, wat het lastig maakte om mijn thee verder uit te drinken trouwens.

En toch, op een gegeven moment voelde ik een vreemde kriebeling op mijn linker onderarm, ik dacht dat er een aap uit de boom was geklommen en me probeerde te verjagen van mijn plaatsje zodat hij de aap zou kunnen uithangen en over de schutting springend met de buren zou kunnen converseren, dus ik negeerde de kriebeling in eerste instantie. Tot ik door de input van auditieve impulsen door kreeg dat de twee apen nog altijd in de boom zaten en er dus geen van hen aan mijn lijf kon zitten prutsen. Dat kat dan ? Neen, die komt niet prutsen aan mijn lijf, die zaagt alleen maar en sluipt 's nachts in mijn slaapkamer om me dan wakker te maken zodat ik ze terug buitenzet. We zijn hier allemaal wel gek, ja.

Uiteindelijk deed ik dan toch maar de moeite om een oog half open te doen, maar het was het verkeerde oog, ik zag enkel het zwarte doek met daaronder een weelde aan onkruid. Het leek me dan ook verstandig het andere oog een keertje te proberen en jawel hoor, dat was met meer succes. Ik zag de lucht, de schutting en mijn arm. En op mijn arm zat er een spreeuw, enfin, die zat niet, die stond, ik weet niet of vogels wel kunnen zitten trouwens. Blijkbaar was ik zodanig aan het luieren dat ik er voor dat beestje uitzag als een tak. Misschien moet ik maar eens wat meer eten naar binnen spelen in de toekomst, dan zijn dergelijke vergissingen niet meer mogelijk. Tss, ik een tak, hoe komen ze er bij ? Ik lijk helemaal niet op een tak, hoewel ik best wel houterig kan overkomen. Maar een tak, neen dat ben ik echt niet. Denk ik.

vrijdag 1 juni 2007

The river

Papa, zal ik je eens vertellen van mijn avontuur aan de Leie ?
De uitspraak deed me terugdenken aan bijna een jaar geleden, toen ik een sms kreeg van iemand waarin de zinssnede 'avontuur aan de Leie' voor kwam. Als ik me niet vergis was dat de opener van dat bericht, een avontuur aan de Leie, ... . Ik begreep dat bericht toen niet duidelijk, wat ik me achteraf vaak heb beklaagd, maar goed, dat is een jaar geleden.

Een van mijn zonen had dus een avontuur aan de Leie beleefd, dat wou ik dan wel eens horen, ja, uiteraard. Ook ditmaal was er echter niet echt een touw vast te knopen aan het verhaal, toch niet toen we onderweg naar huis waren, ik te voet, de ene met zijn step, de andere op een skateboard. Met dat geratel van die wieltjes versta je ook nauwelijks iets. Ik kreeg een verhaal te horen waarbij hij zich verstopt had ergens achter een boom of zo en dat een vriendje van hem tegen zijn broer ging zeggen dat hij in de Leie gevallen was. Hmmm dat soort spelletjes ken ik wel, herken ik wel, op zich heeft het ook wel zijn humorgehalte, anderzijds, ik weet waar die dingen beginnen en ook hoe ze verder kunnen evolueren, dus het is toch in de gaten te houden.

Nadat dan was gebleken dat het een grap was, zijn ze verder beginnen spelen, onder een brug, proberen de duiven daar weg te jagen door er met een plastic flesje naar te werpen, ook niet echt stichtend gedrag maar ik denk niet dat duiven doodgaan van een plastic flesje dat naar hun wordt gesmeten en je kan moeilijk van je oren maken om iets dat dagen daarvoor gebeurd is zonder dat je er bij was, dus laat ik hem zijn verhaal maar verder vertellen.

Tot we thuis waren dan toch, toen kreeg ik de rest van het verhaal te horen, op een bepaald moment valt het flesje omlaag, tegen een pijler en 'duikt' hij er achter om het te vangen, met als gevolg dat zowel hijzelf als het flesje effectief in de Leie belanden. En ja, daar lag hij dan he, hij kon zich nog net vastgrijpen aan een stel takken om niet weg te drijven, maar terug op de oever geraken, dat bleek dus niet te lukken. Zijn vriendje kon hem ook niet helpen, toch niet zonder er zelf ook in te donderen, dus die moest machteloos toezien, probeerde zijn broer nog te verwittigen, maar uiteraard hechtte die geen geloof meer aan een Leieverhaal, en dat is nu net het risico van zo'n verhaaltjes te verzinnen. Trust me on this one.

Op een bepaald moment is er dan een oudere man gepasseerd die gelukkig een gsm bij had en zo de hulpdiensten heeft kunnen verwittigen, ondertussen was exemplaar twee toch maar op weg naar huis om moeder de gans op de hoogte te brengen, zij zou arriveren nadat nummer één al uit het water was gered door de brandweer. Veilige speelomgeving zullen we het maar noemen, in elk geval veiliger dan een verlaten parking.

Maar ja, het zijn en het blijven uiteraard apen, dus eens hij uit het water is gered, valt zijn eurocent dat er wel een reden was waarom hij daarin terecht was gekomen, hun plastic fles (of wat het dan ook juist was) lag immers nog in het water en dreef verder af richting Wevelgem. Dus zodra hij terug wat opgewarmd was met een thermisch deken vond mijnheer er niet beter op dan terug in de rivier te springen om zijn ding te gaan ophalen. Consternatie alom bij de hulpdiensten uiteraard.

Men heeft hem er terug uitgehaald, en het flesje dan ook maar en vervolgens zijn ze hem gaan droppen in het ziekenhuis, afdeling psychiatrie waar men hem dan heeft proberen duidelijk te maken dat plastic flesjes vervangbaar zijn. Morgen ga ik een voorraad ervan in huis halen om hem dat nog maar eens duidelijk te maken. En verder, ach, het zijn jongens, die halen toeren uit die niet altijd verantwoord zijn, het is de taak van de ouders om te superviseren wat dat betreft. Zelf ben ik als kind ook wel eens door het ijs gezakt onder een brug, hoewel mijn vader me had gezegd dat ik niet onder de brug mocht schaatsen. Het resultaat was een natte broek en een ferme stamp onder mijn kont nadat hij me uit het water had gevist. Het grote verschil is dus dat hij er toen bij was en dat mijn aap daar was zonder toezicht. Maar als ouder kan je ook niet altijd overal tegelijk zijn, je kan niet én onder een brug zijn waar je kinders aan het spelen zijn, én ... ergens anders dus.

De rest van hun verhaal was overigens veel aangenamer om horen, dat ze een advocaat nodig hebben, dat ze voor mijn vaderdag iets gemaakt hebben dat lijkt op pudding, dat je op een ijsje kan doen, waar alcohol in zit. Hmm ... wat zouden ze toch gemaakt hebben ? Drie zottekes bij elkaar, het weekend beloofd leuk te worden, waar we het ook mogen gaan doorbrengen.

donderdag 31 mei 2007

Comic Strip

I love making you dirty, hon, hijgde hij zwaar in haar linkeroorschelp, zijn lichaam natrillend over haar gebogen, haar lichaam nat, van het zweet en zijn sperma.
Ik vind dat ook enorm lekker, repliceerde ze zwoel, haar borsten volsmerend met de smurrie, kijkend of er niets tot tegen de kast was gevlogen.
Tja, dan zijn we weer uitgebabbeld he, zuchtte hij. Nooit wil ze me tegenspreken, dacht hij, nooit, het is hopeloos.

Visualisaties zijn niet bevorderlijk voor de nachtrust.

woensdag 30 mei 2007

Met de wind in het haar

Als zandkorrels glijden de dagen door mijn vingers, ze zijn grauw, onzacht, monotoon, van een onbestemdheid die niet te vatten is in woorden, als je achterkom kijkt, dan zie je patronen, maar als je kijkt naar wat in je hand ligt, dan zie je weinig tot niets. Je kijkt door het venster en ziet hoe de zonnestralen spelen tussen de bladeren, hoe de vlinders hun vleugels opwarmen voor de vlucht en besluit je vleugels ook te gaan opwarmen, je vleugels, je rug, je snoet, je alles, het heeft dat zonlicht nodig, die energie, dus ga je buiten met je fiets.

Je draait de hoek om, maakt snelheid en prent je een parcours in je hoofd dat je enigzins wil volgen, de muziek is je begeleiding, de wind zorgt ervoor dat je niet te fel zweet, je krijgt er met elke meter meer zin in en voor je het weet ben je het centrum uit, begeef je je naar de einder.

Maar plots is dat zonlicht dan weg, als was het een vorm van zwarte magie verschuilt ze zich achter een donkergrijze wolk die vanuit het niets is opgedoken. Je negeert de wolk, gaat er van uit dat ze wel zal overwaaien, je voelt de windkracht toenemen, je begint op te boksen tegen de wervelende wind, en dan vallen de eerste druppels omlaag, voorzichtig als waren het glazen parels die zacht in de berm proberen te landen raken ze je neus, je handen, je dijen die je net hebt inge-olied, je gekromde rug.

Die paar druppels, dat briesje, ze kunnen je niet deren, je gaat je niet laten kennen omwille van die details, maar dat is buiten het karakter van de weergoden gerekend, ze hebben nog iets met je te regelen en als je niet toegeeft aan hun grillen, dan gaan ze een stapje verder, de wind wakkert verder aan, je kan nog nauwelijks aan de kant van de weg rijden omdat je half omver wordt geblazen, de voorzichtige druppels ruimen baan voor de omlaagdenderende kamikazes die nu worden ingezet, je bijt op je tanden, als je die hebt, klemt het stuur steviger vast, schakelt een tandje terug en weigert op te geven, de tocht die je in gedachten hebt wil je nu ook maken.

In het gevecht van fietser met weergoden zijn er geen winnaars, als de fietser zijn tocht al afmaakt zoals hij van plan was, dan is hij doorweekt bij zijn thuiskomst, hij heeft zijn dosis zonlicht niet gekregen, hij is natgeregend en natgespat, heeft op reserve moeten rijden met zijn slicks, is buiten adem door het gevecht tegen steeds kerende wind, de fietser heeft geen voldoening gehad van zijn tocht. En de weergoden ? Die bestaan niet, dat zijn gebieden van hoge en lage druk die maken dat er wind is, dat er wolken ontstaan, er zijn geen weergoden want als die er wel waren, dan zouden ze zo niet met mijn voeten spelen.

dinsdag 22 mei 2007

Bakvisjes

Ze zijn grappig, ze vallen redelijk frequent voor, ze zijn goed voor het zelfbeeld maar ze zijn ook enerverend bij momenten, de zwijmelmomenten.

Vanmorgen, of eigenlijk op de middag, had ik een afspraak op een interimkantoor, men wou me daar wel eens spreken want er waren vacatures die mij zouden kunnen interesseren, zo luidde de mail. En aangezien ik vandaag toch daar in de buurt was zag ik er geen graten in om er even binnen te springen, vers van de cursus ‘leren schrijven voor analfabeten’, maar schrijven hoefde ik niet te doen, luisteren, hier en daar wat aanvulling geven bij op- en aanmerkingen op mijn cv, paspoort afgeven zodat ze die konden copiëren, de gebruikelijke administratieve rompslomp om vervolgens in een lade te verdwijnen en binnen pakweg drie maanden hetzelfde gedoe nogmaal te ondergaan.

Die interimkantoren zijn overwegend bevolkt door vrouwen, om een of andere mij onbekende reden, misschien zijn vrouwen beter in het omgaan met klanten, zowel werkgevers als werkzoekenden, echt duidelijk is het me in elk geval niet, maar je hoort er me niet over klagen, uiteraard. Ook dit kantoor was bevrouwd, overwegend met bakvisjes van vooraan in de twintig, geleid door een wat ouder exemplaar dat zich op de achtergrond bevond. Ik bleek een afspraak te hebben met zo’n bakvisje en zo’n bakvisjes zijn dan meestal wel aangenaam om naar te kijken, ze moeten ook vriendelijk tegen je blijven dus kan je daar een beetje mee spelen als je daar zin in hebt.

Nadat ik het meisje had toegelicht waar de gaten in mijn cv vandaan kwamen, de twee verloren jaren dat ik op de loop was voor het krijgstribunaal en de jaren als huisman, wou ze wel wat meer weten over mijn werkervaringen, alle drie. De eerste twee, dat was op zich nog eenvoudig, daar had ze al van gehoord en moest ik dus niet al te veel van uitleggen, maar wat was een test-engineer nu toch ? Het heeft me ongeveer een kwartier geduurd om het haar duidelijk te maken, ik kan zo’n dingen dan ook niet kort uitleggen, dingen die voor mij complex zijn, die kan ik vaak samenvatten in één enkele zin zodat een ander het ook begrijpt, maar zaken die voor mij evident zijn en voor anderen niet ... dat is een heel karwei om dat uit te klaren. Vraag me bv. niet hoe je moussaka maakt want dan ga je het nooit weten terwijl het uiterst eenvoudig is, je begint namelijk met het bakken van een ui, of meerdere uien, dat hangt af van de grootte van de schaal en de smaak die je zelf verkiest. Ik vergeet er trouwens meestal tomaten in te doen, maar aangezien toch niemand mijn recept kent valt dat niet op.

Uiteindelijk begreep ze enigzins wat de functie inhield en ging ze in haar computer op zoek naar een vacature, eerst had ze een milieuvacature gezocht, maar die bleek niet compatibel te zijn met mijn opleiding. Ze vond er eentje dat er ietsje op leek, het was een hogere functie dan die die ik had uitgeoefend, maar kom, je mag ook niet té beperkt kijken naar die dingen en als het moet lul ik me wel in zo’n dingen in, nu heb ik daar nog niet zo’n behoefte aan, maar wat sollicitatietraining kan geen kwaad dus laat ze maar wat zoeken.

Het gesprek ging verder over het bedrijf waarvan de vacature was, dat ik het wel zou kennen want het was marktleider in europa of zoiets, maar het was een bedrijf waar ze heftrucks maken en ik heb zo niet de gewoonte om een heftruck te kopen, dus kende ik het bedrijf niet, ondertussen ben ik de naam ervan dan ook weer vergeten. Terwijl ze haar verhaal over het bedrijf deed, compleet met didactische folder kon ik het niet laten haar eens te bekijken, haar gezicht dan toch, en bleef ik, wellicht bewust, hangen in haar ogen tot ze er ongemakkelijk van werd. Enfin, ze had door dat ik haar aan het focussen was in elk geval en keek me recht in mijn ogen. Eventjes toch, na een paar seconden begon ze te stamelen en was ze heel de draad van haar verhaal kwijt, waarop ze terug naar de folder keek en zowat vanaf nul herbegon. Ik vond het best grappig dat ze zo in de war was door mijn blik, kon ook wel even een egoboost gebruiken en voor het eerst in dagen verscheen er iets dat op een lach leek op mijn snoet. En zo zie je maar, zelfs bakvisjes kunnen je wel eens een leuk moment bezorgen. Of er van die job iets in huis gaat komen ? Ik denk het niet hoor, mijn ervaring met interims is dan ook niet echt positief te noemen maar met een cv als het mijne is het voor die mensen ook niet evident iets te vinden. Teveel gestudeerd, te weinig ervaring, daar komt het wel op neer.

En wat die zwijmelmomenten betreft ... ach, ze zijn enkel storend in situaties waarbij de persoon waarmee ik een gesprek aan het voeren ben me interesseert maar ik denk niet dat dat al gebeurd is, of het is me toen niet opgevallen, dat is immers te dichtbij dan en derhalve te bedreigend.

zondag 13 mei 2007

Toothmarks

Na een jarenlange twijfeltocht had ik eindelijk de knoop doorgehakt, ze zouden er komen, de nieuwe tandjes, de oude waren versleten, zelfs niet meer recycleerbaar tot compost, eten lukte nog nauwelijks, een lach kon er al jaren niet meer af, deels omdat het leven geen lachtertje is, deels omdat het geen zicht meer was. Het was dus tijd voor een renovatieproject, het zou een project van lange adem worden, zonder zekerheid van succes, zonder garanties, een sprong in het duister, maar het zou kunnen maken dat ik me eindelijk een goed in mijn tandenvel zou voelen, voor het eerst eigenlijk.

Voor zover ik me kon herinneren waren ze altijd al slecht geweest, die bijters, wat ik ook deed van onderhoudswerken, om de haverklap liep het mis en bij de laatste renovatiebeurt had een tandarts mijn kaak uit de kom getrokken, iets waar ik ook nu nog regelmatig last van heb, toen ze dan een drie maand later weer om zeep waren, besloot ik maar dat het genoeg was geweest en gaf ik het op om ze in orde te blijven laten brengen, het was een dweilen met de kraan open, en ik dweil al niet graag.

Zo ging het jarenlang zijn gangetje, kleine gaatjes werden holen waar bevers in konden wonen, regelmatig werd mijn eten opgesierd met brokstukken, het lachen verging me, het zelfvertrouwen ging eveneens mee de dieperik in, ik vond mezelf een half monster, hield me op de emotionele been door vrouwen te versieren, ik had het nodig om mijn ego te strelen, om me duidelijk te maken dat ze niet zo essentieel waren, die bijters.

Maar er kwam een moment, waarop ik geen boterham meer kon eten zonder dat er brokjes afdonderden, dat was het moment om in te grijpen, nu moest het voor eens en altijd opgelost worden, ik zou dan maar als tandenloze garnaal door het leven spartelen, liever dat dan rondlopen met een kerkhof, ik verhuisde en sprong de eerste de beste tandarts in de buurt binnen. Hij vertelde me dat hij er wel iets van zou proberen te maken, op zijn manier, ik zou hem moeten vertrouwen, het zou veel tijd gaan vergen, het was een investering, maar ergens klikte het wel tussen ons, hij de wijze grijsaard, ik de angstige grijsaard.

En zo gingen we aan de slag, hij ging aan de slag, ik zat constant te bibberen in zijn stoel, hij kreeg me niet verdoofd, ik at voor ik naar hem ging weedcake die mijn lief me gemaakt had en zo schoot het langzaam op, wat niet te redden was, verdween in een potje, wat wel te redden was, werd opgekuist, afgeslepen, ingekapseld en stilaan begon ik me een ander mens te voelen, kon ik terug stukjes appel eten zelfs, kon ik terug in de spiegel kijken zonder misselijk te worden van mezelf, leerde een andere kant van mezelf kennen.

Ik was mijn lief erg dankbaar, voor de steun die ze me gegeven had, voor de aanmoedigingen als ik het niet meer zag zitten en zij was ook degene die kon profiteren van de voortgang, de eerste die me kon zoenen na al die jaren, de eerste die dingen mocht zien, de eerste die ik beet, wat ze niet zo heel hard op prijs stelde, tot op een dag, toen we in de zon aan het wandelen waren in een stadje ik haar een kus wou geven, kuis als kussen zijn, op haar voorhoofd, tijdens het wandelen, onverwacht wou ik haar zacht kussen, maar net op dat moment deed ze haar hoofd omhoog en met volle kracht knotste haar hoofd tegen mijn nieuwe bijters, het was een pijnijke bedoening, haar hoofd leek doorpriemt, ik had het gevoel dat mijn kaaksbot was gebroken, en toen bekeken we de schade, ze voelde aan haar hoofd en toen begon ze te gillen, ik keek naar haar en begon ook te gillen, netjes in haar voorhoofd waren drie van mijn nieuwe tanden gepland, netjes op een rij, glimmend, maar ze stonden daar niet op hun plaats.

Als een idioot streek ik met mijn tong langs mijn tanden om er uiteraard achter te komen dat er een aantal ontbraken, ik werd er misselijk van, al het werk van de voorbije maanden leek zinloos geweest te zijn, ik keek naar haar voorhoofd en ja hoor, daar zaten de stukken porcelein te blinken in het zonlicht.

In paniek sprongen we in de auto en reden we naar mijn tandarts, die gelukkig thuis was, hij overzag de situatie en schudde zijn hoofd meewarig, wat had me bezield om in haar hoofd te bijten, vroeg hij zich luidop af, we legden de situatie daarop uit, hetgeen hem ietwat milder stemde, maar of er nog iets aan te verhelpen was, daar kon hij geen uitluitsel over geven, dat moesten foto’s duidelijk maken.

Het bleek een hopeloze zaak, de tanden waren met wortel en al uitgerukt en zaten een paar centimeter diep in haar schedel, de tanden waren niet recupereerbaar dus en wat erger was, als ze uit haar hoofd werden verwijderd, was er kans op hersenletsel bij haar, er zat dus niets anders op dan op te gaan in een symbiose, we zouden aan elkaar verbonden worden als waren we een siamese tweeling. Hij stak haar hoofd in mijn mond zodat de tanden terug op hun plaats zaten, en zo moeten we sedertdien door het leven, op restaurant gaan zit er jammer genoeg niet meer in, over straat lopen ook niet echt, we zijn een rariteit geworden, maar alles zit wel terug op zijn plaats, enkel jammer van haar constante hoofdpijn nu, en ik kan daar niets aan verhelpen.

donderdag 10 mei 2007

Plakkertjes

Op een druilerige dag kan je weinig doen, tenzij dan binnen in huis dingen doen, zoals poetsen, maar dat is mijn hobby zo niet en het is ook zinloos momenteel, dus dan hou ik me op zo’n dagen maar met andere prullen bezig, mailterrorist spelen bijvoorbeeld.

Om terrorist te spelen, heb je een slachtoffer nodig uiteraard, of als je een succesvol terrorist wil zijn, meerdere slachtoffers, de meeste terroristen kiezen hun slachtoffers niet echt uit, het zijn toevallige passanten of eender wie op het juiste, excuseer foute, moment op een bepaalde locatie is, maar dat is zo mijn ding niet, als ik iets doe, dan probeer ik het goed te doen, dus kies ik mijn slachtoffers ook wel uit om te terroriseren, de bedoeling van terreur is dat de slachtoffers er last van hebben in elk geval, dus mailterrorisme doe je best bij mensen die aan het werk zijn, en bij voorkeur dan nog bij mensen die het druk hebben op hun werk, die zijn niet zo dik gezaaid, maar je kan ze wel vinden.

Zelf vond ik ze op de gemeentediensten, en op zo’n druilerige dag bombardeer ik die dan ook met mails, uiteraard zijn die mails zinloos, staat er geen nuttige informatie in en zijn de vragen die er in gesteld worden totaal onbelangrijk omdat ik er de antwoorden al van ken, maar dat weten zij niet. Op deze druilerige dag ging het over stickers, stickers die er voor zorgen dat je geen reclame meer in de bus krijgt. Zo’n stickers kan je afhalen op het gemeentehuis, maar bij welke dienst, tja, dat kan je best eerst even uitpluizen wil je niet van hot naar her hoeven te hollen. Dus dat vis je uit per mail, je gaat je maillijst af, op zoek naar mensen die aan het stad werken en stuurt die vervolgens allen dezelfde mail, met dus in dit geval de vraag waar je zo’n sticker kan gaan halen.

Nu is het zo dat in deze gemeente, de diensten behoorlijk werken en ze je dadelijk respons geven op zo’n vragen, je krijgt dus op die kettingmail telkens hetzelfde antwoord, op die dienst, die zit daar, dat gebouw, dat verdiep, die persoon. Blijkt dat ik die persoon ietwat ken, wat het extra lollig maakt om het regenweer te verdrijven. Maar ook op regendagen dien je wel eens buiten te komen, om eten in huis te halen en dergelijke, dat doe je dan op een moment dat die stadsdienst niet open is, zodat je achteraf terug een mail kan sturen om te klagen dat die dienst niet open was, terwijl hij wel open had moeten zijn, het was één minuut na twee uur immers. Na veel vijven en zessen krijg je die mensen dan zelfs zover dat ze, om van je mailgezaag verlost te zijn, tijdens de kantooruren die sticker aan huis komen afleveren.

De sticker hangt nu dus op de deur, wat maakt dat mijn brievenbus niet meer zal uitpuilen in de toekomst en ik heb me een tijdje geamuseerd, op naar een volgend slachtoffer nu, laten we de vdab maar eens proberen, die willen mij volgende week koeieneren, dus vind ik wel dat ik dat nu ook mag doen, als ze daar willen dat ik kom leren een cv opstellen, tja, ik heb geen printer he, dus dan is het wel verstandig dat ik op voorhand al een cv doormail. Maar ... voor elke job heb je eigenlijk een andere cv nodig, die moet aangepast zijn aan de vacature immers. Zie je de bui al hangen ? Time to have some more fun.

vrijdag 4 mei 2007

Het ongeval

Hoewel de weerman vertelt dat de windsnelheid de laatste jaren is afgenomen moet ik hier met regelmaat van een klok aflopen, tegen de wind opboksen bedoel ik, vaak speelt dan ook het nummer van Boudewijn de Groot door mijn kop, de eenzame fietser, met dit verschil dat ik me geen eenzame fietser voel, ik fiets alleen, ja, maar alleen zijn is geen synoniem voor eenzaam zijn. Zeker niet als je weet dat je eenzaam kan zijn terwijl je niet alleen bent. Nu is die wind op zich niet dramatisch, eens je weet uit welke hoek of kant die komt, dan kan je er wat mee spelen en heb je de keuze tussen vertrekken met wind op kop, of terugkomen met wind op kop, je kan uiteraard ook kiezen voor zijwind zowel in het op- als afrijden maar dat is zelden een goede keuze, dat is een technische materie waar toch niemand iets van gaat begrijpen dus zal ik het niet uit de doeken doen.


Meestal hou ik wel rekening met die windrichting, voor ik op tocht ga steek ik mijn neus, en de rest van mijn lijf, even buiten in de tuin om de richting uit te pluizen, de hersencellen schieten daarop in werking en tekenen een parcours uit in mijn hoofd dat ik dan min of meer tracht te volgen, nu ja, het is meer een soort grove richtlijn, echt een doel heb ik zelden, het gaat me om de kilometers, het buiten zijn, het sportieve, het opzoeken en overschrijden van mijn eigen grenzen, maar zelden vertrek ik om ergens naartoe te gaan. Wat nu die wind betreft, dat neusvoelen is dus zinloos he, tegen dat ik van de tuin naar de voordeur ben geslenterd is die immers weer van richting veranderd, dus onderweg komt het er min of meer op neer dat ik altijd wind op kop heb. Uiteraard is dit enkel gevoelsmatig zo, ik geloof niet dat er een of ander ‘ding’ de wind constant met me laat meedraaien om me te jennen, zo narcistisch ben ik nu ook weer niet, net niet.

Neen, het gegeven steeds die wind van voor te voelen heeft louter te maken met de snelheid aan welke ik fiets, koppel dat aan mijn gestalte en het lijkt er dus voortdurend op dat ik moet opboksen tegen die wind, wat maakt dat ik onderweg ook wel regelmatig verbaal van jetje zit te geven tegen diezelfde wind, dat haalt niets uit maar het houdt me bezig als de muziek niet denderend is of als er niet genoeg knappe vrouwenbenen passeren uit de andere richting. Woensdagmiddag is een ideaal fietsmoment wat dat betreft trouwens, zo tussen half twaalf en drie.

Toen ik onlangs zo weer eens aan het opboksen was tegen die wind, de mond ver open om toch maar niet trager te gaan rijden, rechtstaand op de trappers, oerkreten uitbrakend om de wind weg te blazen, toen gebeurde het dus, vanuit een blinde hoek kwam hij op me af, recht op me af met een snelheid die een stuk hoger lag dan normaal, wat kwam door enerzijds mijn snelheid die het vertikte toe te geven aan het geblaas en zijn snelheid, verhoogt door de bries. Ontwijken was niet meer mogelijk gezien de korte afstand en de dubbele snelheid, wie een beetje kunde heeft van fysica snapt wat ik bedoel, wie het niet begrijpt, die heeft pech gehad.

Op het laatste nippertje kon ik mijn hoofd nog wat laten zakken om het allerergste te voorkomen, nu bleef het bij een botsing ter hoogte enfin, pats op dus, mijn zonnebril, gelukkig is die nogal ruim bemeten en van een stevig materiaal, gelukkig voor mij, niet voor mijn tegenligger echter, maar ja, het alternatief was niet in een reflex omlaag duiken en dan was het niet tegen die bril geweest, dan was het in mijn openstaande mond geweest dat de impact had plaatsgevonden. En, hoe graag ik ook vlinders zie fladderen, ze opeten daar bedank ik toch wel voor. Maar ik vrees dat deze vlinder de botsing met het polycarbonaat niet overleefd heeft, ik ben niet gestopt om hem te reanimeren hoor, dat zou zinloos geweest zijn aangezien de helft van zijn lijfje toch nog voor mijn ogen bungelde. Het is een jammerlijke zaak, dat wel, en wie er nu in zijn recht was en wie niet, dat is voer voor verkeersdeskundigen, ik reed in elk geval rechts, of toch bijna, hij vloog volgens mij in elk geval te laag, hoewel de mogelijkheid bestaat dat hetgeen ik fietspad noem eigenlijk een landingsbaan voor vlinders is.

dinsdag 1 mei 2007

Marktkramers

Ooit zong er iemand, hmmm oke, zingen is subjectief, dat hij geboren was als marktkramer. Als mijn geheugen me niet voor de gek houdt heb ik ooit iemand gekend die marktkramer was of geweest was, maar het geheugen is niet goed genoeg om me nog te herinneren wie het was en hoe het in elkaar stak, maar het is ook geheel onbelangrijk. De meeste dingen zijn overigens onbelangrijk.

Door onvoorziene ontwikkelingen werd het vandaag een solo-fietsdag en geen dag waarop ik met een stel kabaalmakers de streek onveilig maakte, het heeft zijn voordelen uiteraard wel, ik heb me eens goed kunnen uitleven, vechten tegen de wind, brommertjes achterna zitten, een pijnlijk achterste (ha neen, dat is geen voordeel), teint een beetje bijgewerkt, iPod op het kopje en toeren maar, waar ik overal gezeten heb weet ik niet eens en het kan me ook geen ... schelen, maar het moet in de buurt van Brugge zijn geweest, enfin, er stonden toch regelmatig bordjes met de afstand tot Brugge en dat was toen nog maar een vijftien km, maar ik heb niets te zoeken in Brugge momenteel dus ben ik maar op de tussenbaantjes gebleven, tussendoor een paar terrasjes meegepikt om even uit te puffen, maar vooral om eens een frisse pint naar binnen te klokken. Als ik me dan zo op een terrasje zet, in vol ornaat met die sexy spandexjes, begint na een paar seconden het zweet in beekjes te stromen. Vermoedelijk is het absoluut geen zicht, maar aangezien ik toch nooit iemand tegenkom die me kent trek ik me ook daar geen barst van aan.

Zo kwam het dat ik vanmiddag ergens op een terras zat waar het markt was, waar het was, geen idee van dus, ergens in west-fluuteren in elk geval. En dan krijg je een theaterscene op je terras tussen twee van die marktkramers, het duurde even voor ik doorhad hoe de vork aan de steel zat maar na een aantal vijven en zessen werd het wel duidelijk dat de ene, een verkoper van dameskledij, zijn stand een metertje te ver op de baan had gezet, wat maakte dat de verkoper van aardbeien zo'n klein beetje heel boos was. Eigenlijk was het typisch haantjesgedrag, roepen, tieren, op een paar cm van elkaar gaan staan om indruk op elkaar te maken, best grappig om zien hoor, terwijl je zoiets normaal gezien kan oplossen door tegen de 'overtreder' even te melden dat hij te ver staat en dus een deel van je plek inneemt. Tot een handgemeen is het niet gekomen gelukkig, nu was het gewoon grappig om volgen, ik kader het maar in het teken van de volle maan, dan doen mensen wel eens gek, hebben ze een kortere lont. Of het er nu echt iets mee van doen heeft is niet wetenschappelijk bewezen voor zover ik weet, maar het is me al vaker opgevallen dat volle maan nadelige invloeden heeft op intermenselijke contacten. Misschien moet ik er maar eens een soort studie van maken, maar hoe begin je daar aan ? Door elk gesprek, hoe futiel ook, te noteren in een boekje, waarin je dan ook nog eens de maanstand noteert ? En in hoeverre is zoiets representatief ? Dat kan een goede methode zijn als je dagelijks tientallen gesprekken voert, als je maar omgaat met een heel beperkt aantal personen, dan lijkt het me van geen statistische waarde te zijn. Geen goed idee dus, tenzij dus om de tijd te verdrijven, maar ik heb zo niet de behoefte om de tijd te verdrijven, ik verveel me eigenlijk nooit denk ik, mja, eventueel af en toe 's nachts als ik niet kan slapen, te moe ben om te lezen en het nieuws al zeven keer heb gezien, maar verder kan ik me altijd wel met van alles en nog wat bezig houden, fietsen, tuinieren, ambetant doen, studeren, opzoeken tegen welke geluidsgolven mechelse herders niet tegen kunnen, ik heb daar overigens nog niets over gevonden en dat werkt af en toe op mijn zenuwen want ik heb wel zin om zoiets in elkaar te prutsen zodat die beesten hun geblaf ophoudt, als ik dan nog iets kan bedenken dat er voor zorgt dat er geen vliegtuigen meer overvliegen, zeker 's nachts niet, dat zou helemaal prachtig zijn, want ze storen wel. Ok, het went en het valt binnen nog nauwelijks op, maar als ik buiten zit tijdens een slapeloze nacht, dan wil ik sterren zien en beestjes horen, geen straalmotoren met bijbehorende lichtjes. Wat wel een voordeel daarvan is, is dat het me nu een stuk duidelijker is dat mensen die niet gewend zijn zo'n dingen te zien ze kunnen aanzien als ware het UFO's.

Daar hoor je de laatste jaren weer weinig van overigens, UFO's, dat is zoiets dat met periodes lijkt te gaan, jarenlang hoor of lees je er niets of amper iets over,en dan is er plots een vloedgolf. Ha ja, modieus zou zijn om vloedgolf te vervangen door tsunami zeker ? Maar ik en mode ... het gaat niet samen, ik ben ik immers, mode kan me gestolen worden, zowel naar kledij toe als naar woordgebruik en al die dingen toe.

Shit, ben mijn draad kwijt, tijd voor een martini in de tuin, zonder vliegtuigen maar met een volle maan.

donderdag 26 april 2007

De jogster

Voor ik het goed besefte, was de week weer voorbij, de dagen leken telkens korter te worden, terwijl ze net aan het lengen waren, de nachten leken als altijd, donker en slapeloos, er waren dus nog zekerheden in het leven.

Zo was er de zekerheid dat de terrasjes vol zouden zitten, de zon liet zich van haar beste kant bewonderen, de wind had een dagje vrijaf genomen en de wolken, die waren toch al een tijdje op reis ondertussen, maar niemand wist waar naartoe of voor hoe lang. Op zich was er ook niemand die zich er iets van aantrok, een eenzame boer even terzijde gelaten, maar die boer stond al jaren langs de kant van de weg dus die had geen klagen, of toch geen zinvolle reden om te klagen.

Op zulke dagen lopen de meeste mensen er vrolijker bij dan op grijze dagen, ergens vinden we dat normaal, maar is dat wel zo normaal ? Op werkdagen is het toch aangenamer dat het slecht weer is, dat het regent dat het giet, dat het stormt, guur is, je zit toch maar op je werk, dus wat maakt het uit ? En toch heeft die zon een grote invloed op het humeur. Zo ook op de jogster.

Ik zag haar komen aanlopen van in de verte, het is een soort zevende zintuig om dergelijke dingen op te merken, ditmaal bleef ik rustig zitten waar ik zat, ik zat op zich niet slecht en daar kwam nog eens bij dat ik in gezelschap zat, om dan even weg te gaan uit dat gezelschap, het leek me niet al te sympathiek en het is wel mijn ambitie om sympathiek over te komen. Image-building noemen we dat met een mooi woord, nu ja, mooi en woord ... wanneer is een woord eigenlijk mooi ? Als het eenvoudig is, als het duidelijk is, als het niet gangbaar is ? Wanneer is een mens mooi ?

Toen ze dicht genoeg genaderd was, deed ik mijn zonnebril een halve slag omhoog, haalde mijn verleidelijkste glimlach boven en riep haar vriendelijk gedag toe, ze draaide haar hoofd naar me en lachte me breeduit toe waarop ze me enthousiast van repliek diende. Ik viel bijna van mijn stoel van verbazing, ik was immers gewoon in een zotte bui en had zin om tegen zowat iedereen een goede dag te zeggen, meer was het niet en ik kende het mens dus ook niet. Maar, mijn gezelschap dacht daar dus anders over. Ik heb toen ook geleerd dat je in het bijzijn van een vrouw, zelfs al is het je ex, best geen goededag wenst aan vrouwen die je niet kent.

Wat ik ook zei of deed, ze geloofde dus niet dat ik die jogster niet kende. Van waar ken je die, was het er een van één nacht of van meerdere nachten, ... dergelijke vragen werden op me afgevuurd, het pistool in aanslag. Tja, en ik kon zeggen en doen wat ik wou, maar dat ik haar niet kende en nog nooit gezien had, neen hoor, dat behoorde niet tot de mogelijkheden. En als er nu iets is, waar ik niet tegen kan, dan is het wel dat men me er van verdenkt te liegen terwijl het niet zo is. Dus zat er maar één ding op, ik moest die jogster er bijhalen om de zaak uit te klaren.

Ik sprong op mijn kanarie en sjeesde haar achterna, ze was nog in het zicht dus ik was er op een wip, jammer want ik ben zo niet het type voor vluggertjes. Het meisje, de jonge vrouw, glimlachte weer breeduit naar me, wat een gezichtje, wat een lach, ik voelde me plots tien jaar jonger. Ik legde haar het probleem voor en ze vond het wel grappig, dus draaide ze zich om en liep naar het terrasje waar we zaten. Ze had haar kilometers toch ongeveer gelopen dus ze mocht wel even pauzeren van zichzelf. Ze zette zich bij ons aan tafel en ik stelde haar voor als “de jogster”. Mijn ex stelde ik voor als “ongelovige ex die denkt dat ik met iedereen in mijn bed kruip”.

Toen de jogster mijn ex had overtuigd van ons niet-kennen, konden we eindelijk kennis maken, mijn ex begreep de stille hint die ik haar gaf – een ferme stamp onder tafel – en besloot naar haar huis te gaan. Tja, daar zaten we dan, de eenzame fietser en de eenzame jogster, niet dat we eenzaam waren, we hadden immers elkaar, maar we waren solitair op het gebied van beweging, en daar ging het gesprek dan ook over, over die solitariteit en ook wel de solidariteit tussen bewegers. Nadat we genoeg gedronken hadden om het verschil tussen links en rechs in twijfel te kunnen trekken besloten we om nog wat te gaan bewegen, maar we zouden er een experiment van maken, we wilden wel eens weten of samen bewegen nu leuker is dan solitair bewegen, dus zij zette het op een drafje en ik reed naast haar, maar dat bleek toch ook niet zo’n denderend idee te zijn, zij hijgde en pufte, zweette zich te pletter, en ik viel bijna in slaap door de traagheid, maar ik had dan ook wielen en zij niet.

Dan maar een andere beweging proberen, opperde ik, en al hijgend gaf ze aan dat het misschien geen slecht idee was. Ik nam haar mee naar huis, stopte haar in de douche en ging haar kleren wassen in de wasserij, ze kon wel even een badjas van me aandoen, hoewel, het was warm genoeg dus eigenlijk was het niet nodig. Nu nog een beweging vinden die we samen konden doen, geen eenvoudige opgave als je elkaar absoluut niet kent. Ik gaf haar een verfborstel, nam er zelf ook eentje en een pot verf. We hebben ons goed geamuseerd, dat in elk geval, en hebben gezamenlijk besloten om vaker af te spreken en telkens een andere beweging uit te proberen tot we iets vinden waarbij we beiden het ‘waaauw-gevoel’ hebben. En zo raakt de boel hier ooit wel klaar.

zaterdag 21 april 2007

Vlinders

Gedragen door de wind zweven ze, van Oost naar West, van Zuid naar Noord, van hot naar her zweven ze, de fragiele diertjes waar men me vorig jaar veel over heeft geleerd, hoe ze leven, hoe ze sterven, hoe het komt dat hun vleugels vervalen, ja het zijn toffe diertjes en ik zou er gerust een tuin van vol willen hebben, hoe meer hoe liever.

Vandaag was er eentje die er uitsprong, hij was niet bijster groot, eerder aan de kleine kant, de kleur was vleeskleurig, ook niet het meest spektaculaire patroon dat je je kan inbeelden bij vlinders, maar toch, hij had wel iets. Ik zag hem toen ik een terras aan het doen was en de kids in de speeltuin op de trampoline aan het springen waren, het was een uurtje van rust, verbale rust vooral, andere rust had ik niet nodig, integendeel, ik was onderweg al bijna in slaap gevallen door hun inertie. Maar plots was ik dus terug wakker, toen ik een tweede Palm bestelde, toen viel hij me immers op.

Eerder die middag was de nieuwe serveuse me al opgevallen, vermoedelijk een jobstudente en best een knap kind, maar dus wel een kind he, twintig, maximum, geen spek voor mijn bek dus, maar zet een schoon snoetje voor mijn neus en ik zal er wel naar kijken hoor, daarvoor ben ik nog net genoeg "man". Ik ga trouwens zowat altijd naar dezelfde speeltuin met mijn kids, ergens in de buurt van Ieper is dat, niet omdat die speeltuin zo geweldig bijzonder fantastisch is, wel omdat naar een speeltuin gaan nu niet bepaald opwindend is voor me en ik toch ook wel graag iets van amusement heb, dat heb ik dus op weg daar naartoe, paar molshoopjes dat we dan over moeten fietsen, of doen zoals vandaag, niet rechtstreeks naar daar fietsen maar een grandiose omweg maken via Komen, Houthem, en zo nog wat van die maffe plaatsen. Even speelde ik nog met de idee om ze mee over de Kemmel te nemen, maar mijn kids en bergop rijden ... neen, dat loopt dus nog niet.

Onderweg hoor ik ze wel eens zuchten en klagen, dat ze moe worden, van die dingen, maar normaal gezien is dat perfect negeerbaar en dus ook vandaag, wel een keer moeten stoppen omdat een van die twee zijn trui wou uitdoen. Ook wel gigantisch dom om met dit weer een trui aan te doen, maar goed, wat dat betreft trekken ze voor mijn part hun plan hoor, ik ga er alleen niet mee zeulen, dat is hun eigen verantwoordelijkheid. Maar zodra je er dan mee in de speeltuin bent, dan is er van die moeheid niets meer te merken, ik heb ze in elk geval niet meer gezien tot ik ze ging halen, ja heel even toen ze kwamen drinken. En horen ... het viel mee, de speeltuin is ook wel een eindje van het terras, dat helpt. Dus zat ik daar maar wat te zitten, op een terras vol gepensioneerden die met hun kleinkinderen op stap waren, geen muziek bij, geen leesvoer bij, nada, al goed dat die serveuse er dus rondliep, dat gaf nog ietwat afleiding.

En toen kwam dus die vlinder, op ooghoogte verscheen hij plots. Ik vroeg haar of ze geen schrik had dat hij zou gaan vliegen, maar ze antwoordde redelijk bits dat die daar altijd zou blijven. Gelukkig beestje, dacht ik even, maar toen besefte ik dat ik veel gelukkiger was dan dat beestje, dat mocht immers enkel op die plaats blijven zitten, zo net onder de broeksband, neen, het zou toch niets voor mij zijn, ik moet een heel lichaam kunnen verkennen wil ik me prettig voelen met dat lichaam, ik moet mijn handen kunnen laten dwalen over een hele ruggegraat, uitpluizen waar de kietelplekjes zijn, welke plekjes opwindend gevonden worden, van die dingen, een lichaam is als een planeet of continent, als je je tijd neemt om het goed te verkennen, als je niet-invasief te werk gaat, dan ontdek je telkens opnieuw schatten van plaatsjes, leer je elke keer iets bij, tot jij en dat lichaam geheel op elkaar ingespeeld zijn, dan is er totale harmonie, dan valt het verschil tussen jezelf en de ander voor een deel weg, dan smelt je samen en voel je de ander, zelfs al ben je op dat moment niet bij elkaar, het is een interactie van lichaam, geest en gevoel waarbij de drie elementen elkaar aanvullen. Dus deze vlinder, hij was mooi, maar ik benijd hem niet, ik heb meer dan ik me ooit had kunnen wensen, wat zou ik dan nog iets of iemand anders benijden ? Ik kan hoogstens mezelf benijden.

vrijdag 20 april 2007

Smurfen

Toen ik vanmorgen, veel te laat, opstond, was het een dag zoals ze deze maand al alle zijn geweest, zonnig, droog, blauwe hemel, het lijkt wel zomer terwijl het maar midden april is, laat ik daar maar eind april van maken, dan ziet mijn financiële toestand er iets minder belabberd uit. Vandaag zou het echter een drukke winkeldag worden, geen tuindag, geen fietsdag, geen reisdag, gewoon winkeldag, met de winkelfiets en een bankrekening die al in het rood staat. Wat doe je dan ? Bah, je gaat winkelen he, nieuw beddegoed halen, speelgoed voor de apen, grote steps voor hun acrobatiedingen, als je dood bent, dan heb je ook niets meer aan die cijfertjes en ik heb nog een gezonde reserve immers.

Een deel van de spullen die ik nodig had moest ik gaan halen op een twintig km van hier, en jammer genoeg voor mij waren dat net de zware dingen, de steps dus, grote steps, waar ook volwassenen op mogen steppen. Na wat omwegen en verwarde wegadviezen toch de winkel gevonden die ik zocht en zelfs de dingen die ik nodig had en dan moet je nog terug ook uiteraard, met die gevaartes, dat gewicht, in tijdsnood, een race tegen de tijd.

Als je tegen de tijd racet, dan moet je risico's nemen, als je je fiets zwaar belast naar gewicht toe, dan reageert die anders dan dat hij normaal zou doen, de remweg wordt langer, veeeel langer, de bochten kan je niet meer deftig aansnijden, het is dus aanpassen, maar dat heb je niet door als je vertrekt en al zeker niet als je gehaast bent. Ik heb dat toch niet door, maar ik heb dan ook weinig tot geen fietservaring. Ja, dat is sarcasme.

Op een bepaald moment moest ik door het centrum van de grootste stad aan deze kanten, Kortrijk dus, daar kwam ik er pas achter dat remmen iets lastiger is met zo'n gewicht, met alle gevolgen vandien. De voetgangers waren nog net op tijd uit de weg, gelukkig maar en auto's mogen daar niet rijden of niet dwarsen, ik heb er in elk geval geen gezien, tot aan de volgende bocht, die voor het stadhuis waar ik naar links moest, er stond daar een auto in de bocht stil om voetgangers te laten oversteken. Tja, stoppen lukte me ook daar niet meer, en de bocht haalde ik ook niet meer vanwege een te hoge snelheid dus dan knal je dat voetpad maar op en hoopt dat je niemand raakt, er geen paaltjes in de weg staan en je zo snel mogelijk terug op de straat kan gaan rijden. Dat liep wel, het was even schrikken, maar niet problematisch. Dan langs het gerechtshof en daar weerom naar links, tegen de richting in, dat is de kortste weg naar de Leie, vervolgens rechtsop en dan maar op de baan rijden want dat fietspad trekt op geen zak door de werken die ze aan het doen zijn.

Alles liep prima, dacht ik, tot ik aan de Meensepoort kwam en voor het rood stond te wachten. Achter me hoor ik de deur van een auto dichtslaan en voor ik het besef staat er zo'n blauw ventje naast me, een smurf is dan het eerste dat ik denk, maar hij had geen witte of rode muts op, het is ook maar goed dat ik hem niet begroet heb met "Dag smurf". Hij sprak me vriendelijk aan, terwijl degenen die naar rechts moesten al mochten doorrijden. "Kan je dadelijk, na het kruispunt even stoppen aan die bushalte ?" "Ja hoor, geen enkel probleem, agent. Is er iets ?" Zet je dadelijk maar even daar want het is groen ondertussen, klonk het ietwat nors.

Een beetje verwonderd, ik sta immers nooit stil bij mijn eigen gedrag, doe ik dan maar wat me gevraagd wordt. Zou er iets mis zijn met mijn lading ? Die steekt toch niet uit ? Ja, ok, ze steekt wel uit, maar enkel naar boven, niet naar opzij of naar achter dus dat mag toch ? En ik heb geen tijd voor gedoe ook niet trouwens, ik moet de apen van school halen, die is binnen een half uur of zo uit en dat is nog dik tien km van hier. Idioten, hou je met nuttige dingen bezig, of geef me anders een lift in je combi, fiets achterin, dat zou moeten kunnen op zich. Goed, ik zet me aan de kant, of op de kant, hoe je het ook wil noemen en wacht dan maar tot die vent terug uitstapt.

"Heb je ooit van verkeersregels gehoord ?" Euh, ja, tuurlijk. Waarom vraag je dat ? is mijn logische respons, ik ben me van geen kwaad bewust. Oke, ik heb net naast het fietspad gereden, maar kuis dat dan ook op he zeg. "Mijnheer, u hebt zowat elke verkeersregel overtreden die er bestaat." Hij lijkt het nog te menen ook. Ik stamel maar wat en vraag uiteindelijk waar hij het over heeft. Ha ja, ik ga niets toegeven dat ze misschien niet weten he, het zijn maar smurfen hoor, geen mensen waar ik mee omga, tegen smurfen mag je dingen verzwijgen of anders voorstellen, enfin, ik mag dat van mezelf in elk geval, dat is euh creatief zijn met de waarheid of zo.

Hij maakt een opsomming van mijn overtredingen. "Op de markt ben je daar het rood gereden. Daarna heb je op het voetpad gereden." Ik onderbreek hem en vertel dat ik een inschattingsfout heb gemaakt door het gewicht van de bagage, dat het me maar dat ik echt niet meer kon stoppen voor dat licht en dat ik gewoon uit de bocht ben gevlogen door mijn snelheid. "Mag ik even uitspreken ?", vraagt hij op gebiedende toon. "Ja, uiteraard, sorry" komt er nauwelijks hoorbaar uit mijn strot.
"Vervolgens ben je tegen de rijrichting door die straat gereden en daarna heb je hier op de baan maar even op de rijweg gereden want een fietspad is wellicht niet goed genoeg voor je. Wat heb je daar op te zeggen ?" exclameert hij.
Oh shit, I'm in fucking trouble denk ik bij mezelf. Goh, mijnheer de agent, steek ik van wal, ik heb inderdaad wel wat overtredingen begaan, voor dat rode licht kon ik echt niet meer stoppen, ik heb het gewicht en dus ook de remweg verkeerd ingeschat, in die bocht had ik hetzelfde probleem. Het zit namelijk zo, ik moet binnen een dik kwartier mijn kinderen van school halen in Menen en ja, dan is het doorfietsen he, om dat nog te halen. Normaal is dat geen probleem zoiets, maar met die gevaartes in die tassen ... En dat ik hier op de baan heb gereden, dat is omdat dit fietspad momenteel niet berijdbaar is als je sneller dan tien km per uur rijdt, dat zit vol met gaten en zo, dat komt door die werken maar het is echt niet berijdbaar. Dat ik tegen de richting was gereden, dat had ik niet gezien, voor de rest geef ik u volledig gelijk, maar tja, nogmaals ik zou binnen een kwartier daar moeten zijn, ik hoop dat u daar een beetje rekening mee kan houden, hoewel mijn verkeersgedrag inderdaad wel ondermaats was.

Hij begon, tijdens mijn uitleg danig te fronsen, zodanig dat ik even dacht dat hij aan het muteren was. "Denkt u nu echt dat u binnen een kwartier aan die school gaat geraken ?" Euhm ... ik hoop het, het hangt er allemaal wat van af, als ik kan doorfietsen dan kan het nog net lukken, ik ga hier dadelijk langs de Leie fietsen, daar zijn er geen verkeerslichten en dan ik goed doorrijden, misschien dat ik het nog net haal. Tenzij u me mee naar uw bureau moet nemen uiteraard, dan heb ik een groot probleem want er is niemand die ik kan contacteren om de kinderen in mijn plaats te gaan halen. Ik ratel maar lekker door en het lijkt te helpen, of net niet ? Hij roept er zijn collega bij en vertelt hem het verhaal in korte lijnen. Vervolgens schieten ze beide hard in de lach. "Goed, we zullen je geloven voor deze keer, we zien ook wel dat je spullen bij je hebt die voor kinderen bedoeld zijn, maar ik geloof toch niet dat je nog op tijd gaat zijn hoor." Ondertussen staan ze daar beide te lachen alsof ze voor het eerst in maanden een grap hebben gehoord. Ik bedank hen vriendelijk en zet me weer in gang, rechststaand op de trappers om snel snelheid te maken, er komt een bromfiets aan, zo eentje die 25 mogen, of is dat ondertussen 30 ? Geen idee van maar die rijdt me verdorie voorbij. Shit, ga ik dan zo traag, denk ik bij mezelf. Kom, zo haal ik het niet hoor, nog even recht op de trappers, die snelheid moet omhoog. Ik rijd de bromfietser terug voorbij terwijl de combi me achtervolgt, ze volgend de zelfde weg in elk geval. En dan steek ik de baan over, mis bijna mijn bocht daarbij, weeral en zo zijn we op het fietspad aan de Leie. Oef ! Crossen, crossen, crossen, maar ik was wel degelijk op tijd, alleen een klein beetje buiten adem. Wat weten smurfen nu van fietstijden ? Niets dus he. Daarom ook dat je ze smurf mag noemen. Maar toch, bedankt hoor smurfjes, het had me een smak geld kunnen kosten.

donderdag 19 april 2007

Coupés

Met blote onderbenen zat ze tegenover me, verdiept in een boek, een soort roman leek het me volgens de kaft, hoewel het best kan zijn dat ze er een andere kaft had omgedaan en iets heel anders aan het lezen was, ik heb dat vroeger vaak gedaan, maar dat was op de schoolbanken, dan was ik zogezegd in mijn atlas of zo aan het zien terwijl het in feite de playboy of zo was, maar ik ga er van uit dat ze de playboy niet aan het lezen was, ze bekeek me zelfs niet, misschien was ze wel lesbisch, wat maakt dat ze wel de playboy kan hebben zitten lezen. Ik had het haar moeten vragen.

Door haar concentratie merkte ze niet dat haar bloeson niet goed was dichtgeknoopt, ik wel want ik was niet aan het lezen, ik zat officiëel te slapen, wel met een zonnebril op zodat ik kon slapen met mijn ogen open, en ze goed de kost kon geven. Ach, op zich was er weinig te zien, een deel van een welving, hier en daar een stukje tekstiel dat op en neer bewoog met het ritme van haar ademhaling, meer was het niet, maar het veraangenaamd de reis wel, zo'n dingen. En reizen doe ik vaak, en graag, de NMBS zou me stilaan mogen gaan betalen voor het met de regelmaat van een klok controleren van hun treinen en hun stiptheid, vooral dat laatste laat vaak te wensen over, ook nu dus. In Gent had ik tien minuten overstaptijd, bij aankomst bleek dat slechts één minuut te zijn, behoorlijk weinig als je niet weet naar welk perron je moet wandelen, lopen, crossen, maar je doet je best en hoopt dat het lukt. Dit keer lukte het, de andere trein had immers ook vertraging, ik moet toegeven, de machinisten zijn wat dat betreft redelijk op elkaar ingespeeld. Maar ik dwaal af.

Toen de trein, voor hij Gent bereikte, een scherpe bocht nam, ik dacht dat het aan de kanten van Dendermonde was, viel ze bijna omver, zo geconcentreerd was ze aan het lezen. Ze kleurde rood, scharlakenrood, met vlammende wangen en zweetdruppels die omlaag gleden, misschien vroeg ze zich af of ze betrapt was met haar uitschuiver, ik herken het gevoel van toen ik onlangs met mijn fluofiets tegen de vlakte ging terwijl ik in feite stil stond, twee keer op tijd van een half uur dan nog wel, het zal je maar overkomen met een paar honderd of duizend man in je buurt. Tja, Murphy he, het is onvermijdelijk. Even keek ze naar me, misschien vond ze het vreemd dat ik, de slapende, niet was omgedonderd in die bocht en had ze een vermoeden van mijn wakker zijn, maar ik gaf geen krimp, even dacht ik om te beginnen snurken, maar dan zou ze elders kunnen gaan zitten en dan zou ik mijn doel voorbijschieten, neen, het bleef zoals het was, zij aan het lezen en ik heimelijk aan het genieten van het uitzicht, de bomen die voorbijsuisden, de paarden die in de weides holden en de bergen euh, heuvels in de verte. Het was een leuke reis dus, maar in Gent moest ik van de trein en zij niet. Nu moest ik nog zien dat ik op tijd wakker werd, tenzij ik zou blijven zitten en mijn afspraak missen, maar dat had ik niet over voor een vreemde, het risico was te groot. Geleidelijkaan werd ik dus wakker, met schokjes, tot ik met mijn knikker tegen de venster schokte, toen was ik wel echt wakker, en het deed geen deugd, maar ze lachte wel vriendelijk naar me. Ik draaide mijn hoofd naar de goede kant en lachte terug, deed alsof ik een beetje verlegen was, het is een truc, maar hij werkt dus wel he.

Ik wou het toch niet laten bij een niet-ontmoeting en begon, vechtende tegen de tijd en afstand, in mijn rugzak te rommelen tot ik vond wat ik zocht, een naamkaartje van me. Verdorie, daar staat mijn oud nummer nog op, was het eerste dat ik dacht, daar ben ik dus niets mee. Tenzij... ik nam mijn balpen en krabbelde het oude nummer door, schreef op de achterkant het nieuwe nummer en legde het kaartje achteloos, maar zeer gepland, op het tafeltje tussen ons in, ze bekeek het met een scheef oog. Shit, dat was me daarvoor nog niet opgevallen, dat ze een scheef oog had, maar goed, in het donker zie je dat toch niet. Zorgvuldig borg ik de rest van mijn spullen tergens langzaam op, net traag genoeg zodat ik geen tijd meer zou hebben om dat kaartje weg te bergen maar me verrot zou moeten spoeien om de verbinding te halen. En zo geschiedde, het kaartje bleef achter op het tafeltje, ze riep me nog achterna, maar ik deed of ik niets hoorde door de muziek die ik had opstaan. En nu is het wachten, misschien belt ze me, misschien niet, doet ze het niet, dan ga ik volgende week op hetzelfde uur op dezelfde trein zitten, neen, ik ga er doorlopen tot ik ze tegenkom, gewoon omdat ik wel eens wil weten of mensen mijn gezicht direkt vergeten of dat ze zodanig onder de indruk zijn vna mijn verschijning dat ze hetzelfde denken als dat ik denk. En verder moet ik er eens aan denken nieuwe naamkaartjes te maken, hoewel, als ik nog een paar weken wacht, dan kan ik er maken met een foto op, dat is pas reclame maken voor het eigen ik. Je moet ook wel he, iemand anders gaat het niet doen volgens mij, niets hebben ze voor me over verdorie, neen, ze vinden het wel leuk dat ik een norse vrijgezel ben, dan denken ze dat ze nog een kans bij me maken, tja, ze kunnen hopen en denken zoveel ze willen natuurlijk, zolang ze maar niet aan mijn oren komen zeuren maakt het mij niet uit. En voor de rest, op een van mijn reizen kom ik wel een speelkameraadje tegen, anders ga ik wel van mijn oren maken op de NMBS want het is de enige reden waarom ik het land afreis, of zou het toch aan de Humo liggen ?

maandag 16 april 2007

Kleinhandelaars

Goedemorgen, zei de slager. Ik nam het zekere voor het onzekere en keek even door het venster alvorens de begroeting weder te geven, het was inderdaad een goede morgen, toch voor ik bij de slager was aangekomen, hoe het nu zou verlopen, dat was nog een raadsel, maar raadsels hebben wel iets, ze hebben elementen uit de wiskunde, elementen uit de semantiek, uit de logica, je kan er dus alle kanten mee uit.

Je ziet er goed uit, was zijn volgende opmerking. Mijn haren gingen recht omhoog staan, ik moest dus maken dat ik uit de deuropening was, anders zou het mislopen. Ondertussen maalden mijn gedachten als twee molenstenen die de graantjes moeten fijnmalen voor het lekker volkorenbrood van de bakker ergens heel ver weg, nu ja, het is geen bakker hoor, het is een natuurwinkel en de laatste keer dat ik er naartoe ben geweest was ik hem grandioos voorbij gefietst, ik heb zo het vermoeden dat mijn gedachten elders zaten, of lagen, maar een vriendelijke, oude man aan wie ik vroeg waar er ergens een bakker was heeft me toen uit de brand geholpen. Niet dat het echt brandde, hoewel het wel behoorlijk warm was, trouwens, het brood dat ik toen wou gaan halen hadden ze al niet meer. Bakkers, je kan er niet meer op rekenen hoor, op een doordeweekse dag hebben ze om negen uur al geen croissants meer, op zondag hebben ze het juiste brood niet meer na acht uur, twee verstaan ze als drie, enfin, ze zijn hopeloos, vandaar dat ik die dag dan ook bij de slager langsging. Maar, die had ook geen brood natuurlijk. Toch maakte ik me ondertussen een beetje zorgen, het was me al een tijdje aan het opvallen dat ik nogal vaak contact begon te hebben met mannen en mannen zijn nooit mijn ding geweest, zo nu en dan een halve bohemien terzijde gelaten en griekse boeren die me meenemen in hun aftandse pick-ups als ik weer eens naar het andere eind van een eiland ben gewandeld zonder op de tijd en afstand te letten. Maar goed, dit was anders, een man die me zegt dat ik er goed uitzie, dan ben ik echt wel op mijn hoede.

Hij merkte wel dat er iets in mijn kop zat te draaien en stelde me voor plaats te nemen in de stoel, mijn hoofd wat naar achter te leggen en dan zou hij het wel eens gaan oplossen. Nu ja, zolang hij maar met mijn hoofd wil spelen laat ik hem doen, geen probleem mee. De mens heeft wel een aantal vervelende gewoonten, zo stelt hij me vaak vragen op een moment dat ik niet kan antwoorden, stelt hij die vragen nu uit beleefdheid en is hij niet geïnteresseerd in de antwoorden, of doet hij het om me te pesten, geen idee van. Ja, je begint al een mooi kleurtje te krijgen, ging hij verder. Ik vroeg hem hoe het met zijn vrouw was, dat leek me een duidelijke boodschap, maar hij negeerde mijn vraag, mompelde iets over vlees dat moest doorkoken en begon dan over zijn studerende dochters. Ondertussen weet ik echt al wel wat ze studeren en dat ze op kot zitten hoor, ga je me hun adressen ook nog geven ? Ik dacht het maar zei het maar niet, mijn kop lag uiteindelijk in zijn handen. Een hoofdmassage zat er echter niet in. Een rugmassage ook niet, terwijl ik die net wel nodig had, en ergens was ik ook al wel gewend geraakt aan massages, tja, ik wen snel aan leuke dingen, hoewel, die massages zijn die wel leuk ? Ze zijn ontspannend, ze zijn hmmm ander onderwerp anders krijg ik zin.

Ik ga je vandaag onderwerpen aan de koudetest, begon hij weer. Hmm niet nodig hoor slager, ik heb gisteravond nog ijs gegeten en dat was prima, allee, het was koud he, maar wel lekker, strachiatellli, zo met stukjes chocola in, daar een glaasje wijn bij, rustig muziekje, en smullen maar. Hij vond het geen alternatief voor zijn test. Ik besloot het over een andere boeg te gooien en begon over zijn cursus spaans. Daar ben ik mee gestopt, gromde hij. Oeps, verkeerd onderwerp, ik zal mijn mond de rest van de tijd maar lekker dichthouden, ging door me heen. Hij dacht er echter anders over want hij gebood me mijn mond open te doen. Tja, dat overkomt me ook wel meer hoor, dat mensen me vragen eens iets te zeggen, of te vertellen, maar ik heb toch nooit inspiratie voor zo’n dingen dus zeg ik maar dat ik niets te zeggen heb, niet tegen hen, niet thuis, nergens eigenlijk, enkel tegen mezelf en tegen de kat. Oke, ook wel tegen de mieren, de lieveheersbeestjes, de bladluizen, de meikevers, de vlinders, de bijen, en de planten, maar niet tegen mensen dus, ik en mensen, het is geen goede combinatie, dat is dan ook het enige waarover ik en die mensen het eens zijn meestal.

Ik ga even ratelen, donderde zijn diepe bas vlak bij mijn rechteroor. Man, alsjeblief, wat jij gaat doen he, dat zijn mijn zaken niet hoor, als jij met een ratel wil gaan spelen, ga je gang maar laat mij nu toch eens even rustig zitten nadenken. Ha ja, ik kwam trouwens dingens halen, gehakt, ik wist dat er een reden moest zijn om naar de slager te gaan, maar het had dus even geduurd voor ik terug wist wat ik nodig had. Had ik trouwens wel gehakt nodig ? En waarom dan wel ? Hij vroeg me of ik ging koken. Tuurlijk niet, zo warm is het nu ook weer niet, van mij mag het het hele jaar door dit weertje zijn hoor, ik heb daar geen last van, alleen betaal ik me blauw aan leidingwater omdat al dat onkruid drinken moet hebben.

Hij ratelde maar door, de trillingen schoten door mijn kop als waren het trillingen van een drilboor waarmee men een gaatje in mijn hersenpan aan het maken was, maar mijn gehakt, daarop bleef het wachten. Ik wou hem vragen wat hij nu juist aan het doen was, maar dat ging niet, hij had zo’n metalen ding in mijn mond gestopt opdat ik zijn geratel beter zou horen, denk ik toch, ik kon het niet vragen he. Na een half uurtje was hij het gelukkig beu en vroeg hij of ik de spiegel even wou vasthouden. Tuurlijk dat, ik ben best een vriendeijke jongen, soms. Lach eens, begon hij weer. Lachen ? Met wat moet ik lachen ? Ha, met je mond he man. Ja, maar, ik bedoel, is er dan iets om te lachen ? Is er iets om te lachen, vroeg hij bitsig, kijk dan eens in de spiegel, dan zal je wel zien of er iets om te lachen is. Ik deed verwoede pogingen om in de spiegel te kijken, maar zijn hand zat er voor, dus van lachen kwam niets in huis. Hij kon er niet mee lachen, en ik dus ook niet.

Kom, sta maar op, hij was het blijkbaar beu. Ik ging naar de grote spiegel en keek er in, vervolgens begon ik te lachen, nu werd hij pas echt boos. Draai je eens om, gebood hij. Draai je eens om ???? Euh ... dat hoor ik liever van iemand anders hoor, de vrije associaties vlogen weer door mijn kop, maar ik draaide me toch maar om. En lach nu eens naar me, zei hij. Ik begon me echt wel zorgen te maken over zijn geaardheid, maar wou niet onvriendelijk blijven doen, ik moest immers nog afrekenen en besloot hem een bescheiden glimlach te geven. Ha, zo zie ik het graag, wist hij te zeggen. Oef, hij zei het in plaats van je, een pak van mijn hart, een hap uit mjn budget, maar we waren weer van elkaar verlost voor een paar dagen.

Toen ik terug thuis was drong het tot me door dat hij me helemaal geen gehakt had meegegeven, maar ook geen rekening, we waren dus wel effen wat dat betrof. Laat ik me dan maar op mijn luie krent in de zon zetten, dacht ik bij mezelf en voegde de daad bij het woord. Waar bakkers al niet goed voor zijn.