donderdag 19 april 2007

Coupés

Met blote onderbenen zat ze tegenover me, verdiept in een boek, een soort roman leek het me volgens de kaft, hoewel het best kan zijn dat ze er een andere kaft had omgedaan en iets heel anders aan het lezen was, ik heb dat vroeger vaak gedaan, maar dat was op de schoolbanken, dan was ik zogezegd in mijn atlas of zo aan het zien terwijl het in feite de playboy of zo was, maar ik ga er van uit dat ze de playboy niet aan het lezen was, ze bekeek me zelfs niet, misschien was ze wel lesbisch, wat maakt dat ze wel de playboy kan hebben zitten lezen. Ik had het haar moeten vragen.

Door haar concentratie merkte ze niet dat haar bloeson niet goed was dichtgeknoopt, ik wel want ik was niet aan het lezen, ik zat officiëel te slapen, wel met een zonnebril op zodat ik kon slapen met mijn ogen open, en ze goed de kost kon geven. Ach, op zich was er weinig te zien, een deel van een welving, hier en daar een stukje tekstiel dat op en neer bewoog met het ritme van haar ademhaling, meer was het niet, maar het veraangenaamd de reis wel, zo'n dingen. En reizen doe ik vaak, en graag, de NMBS zou me stilaan mogen gaan betalen voor het met de regelmaat van een klok controleren van hun treinen en hun stiptheid, vooral dat laatste laat vaak te wensen over, ook nu dus. In Gent had ik tien minuten overstaptijd, bij aankomst bleek dat slechts één minuut te zijn, behoorlijk weinig als je niet weet naar welk perron je moet wandelen, lopen, crossen, maar je doet je best en hoopt dat het lukt. Dit keer lukte het, de andere trein had immers ook vertraging, ik moet toegeven, de machinisten zijn wat dat betreft redelijk op elkaar ingespeeld. Maar ik dwaal af.

Toen de trein, voor hij Gent bereikte, een scherpe bocht nam, ik dacht dat het aan de kanten van Dendermonde was, viel ze bijna omver, zo geconcentreerd was ze aan het lezen. Ze kleurde rood, scharlakenrood, met vlammende wangen en zweetdruppels die omlaag gleden, misschien vroeg ze zich af of ze betrapt was met haar uitschuiver, ik herken het gevoel van toen ik onlangs met mijn fluofiets tegen de vlakte ging terwijl ik in feite stil stond, twee keer op tijd van een half uur dan nog wel, het zal je maar overkomen met een paar honderd of duizend man in je buurt. Tja, Murphy he, het is onvermijdelijk. Even keek ze naar me, misschien vond ze het vreemd dat ik, de slapende, niet was omgedonderd in die bocht en had ze een vermoeden van mijn wakker zijn, maar ik gaf geen krimp, even dacht ik om te beginnen snurken, maar dan zou ze elders kunnen gaan zitten en dan zou ik mijn doel voorbijschieten, neen, het bleef zoals het was, zij aan het lezen en ik heimelijk aan het genieten van het uitzicht, de bomen die voorbijsuisden, de paarden die in de weides holden en de bergen euh, heuvels in de verte. Het was een leuke reis dus, maar in Gent moest ik van de trein en zij niet. Nu moest ik nog zien dat ik op tijd wakker werd, tenzij ik zou blijven zitten en mijn afspraak missen, maar dat had ik niet over voor een vreemde, het risico was te groot. Geleidelijkaan werd ik dus wakker, met schokjes, tot ik met mijn knikker tegen de venster schokte, toen was ik wel echt wakker, en het deed geen deugd, maar ze lachte wel vriendelijk naar me. Ik draaide mijn hoofd naar de goede kant en lachte terug, deed alsof ik een beetje verlegen was, het is een truc, maar hij werkt dus wel he.

Ik wou het toch niet laten bij een niet-ontmoeting en begon, vechtende tegen de tijd en afstand, in mijn rugzak te rommelen tot ik vond wat ik zocht, een naamkaartje van me. Verdorie, daar staat mijn oud nummer nog op, was het eerste dat ik dacht, daar ben ik dus niets mee. Tenzij... ik nam mijn balpen en krabbelde het oude nummer door, schreef op de achterkant het nieuwe nummer en legde het kaartje achteloos, maar zeer gepland, op het tafeltje tussen ons in, ze bekeek het met een scheef oog. Shit, dat was me daarvoor nog niet opgevallen, dat ze een scheef oog had, maar goed, in het donker zie je dat toch niet. Zorgvuldig borg ik de rest van mijn spullen tergens langzaam op, net traag genoeg zodat ik geen tijd meer zou hebben om dat kaartje weg te bergen maar me verrot zou moeten spoeien om de verbinding te halen. En zo geschiedde, het kaartje bleef achter op het tafeltje, ze riep me nog achterna, maar ik deed of ik niets hoorde door de muziek die ik had opstaan. En nu is het wachten, misschien belt ze me, misschien niet, doet ze het niet, dan ga ik volgende week op hetzelfde uur op dezelfde trein zitten, neen, ik ga er doorlopen tot ik ze tegenkom, gewoon omdat ik wel eens wil weten of mensen mijn gezicht direkt vergeten of dat ze zodanig onder de indruk zijn vna mijn verschijning dat ze hetzelfde denken als dat ik denk. En verder moet ik er eens aan denken nieuwe naamkaartjes te maken, hoewel, als ik nog een paar weken wacht, dan kan ik er maken met een foto op, dat is pas reclame maken voor het eigen ik. Je moet ook wel he, iemand anders gaat het niet doen volgens mij, niets hebben ze voor me over verdorie, neen, ze vinden het wel leuk dat ik een norse vrijgezel ben, dan denken ze dat ze nog een kans bij me maken, tja, ze kunnen hopen en denken zoveel ze willen natuurlijk, zolang ze maar niet aan mijn oren komen zeuren maakt het mij niet uit. En voor de rest, op een van mijn reizen kom ik wel een speelkameraadje tegen, anders ga ik wel van mijn oren maken op de NMBS want het is de enige reden waarom ik het land afreis, of zou het toch aan de Humo liggen ?

Geen opmerkingen: