Voor ik het goed besefte, was de week weer voorbij, de dagen leken telkens korter te worden, terwijl ze net aan het lengen waren, de nachten leken als altijd, donker en slapeloos, er waren dus nog zekerheden in het leven.
Zo was er de zekerheid dat de terrasjes vol zouden zitten, de zon liet zich van haar beste kant bewonderen, de wind had een dagje vrijaf genomen en de wolken, die waren toch al een tijdje op reis ondertussen, maar niemand wist waar naartoe of voor hoe lang. Op zich was er ook niemand die zich er iets van aantrok, een eenzame boer even terzijde gelaten, maar die boer stond al jaren langs de kant van de weg dus die had geen klagen, of toch geen zinvolle reden om te klagen.
Op zulke dagen lopen de meeste mensen er vrolijker bij dan op grijze dagen, ergens vinden we dat normaal, maar is dat wel zo normaal ? Op werkdagen is het toch aangenamer dat het slecht weer is, dat het regent dat het giet, dat het stormt, guur is, je zit toch maar op je werk, dus wat maakt het uit ? En toch heeft die zon een grote invloed op het humeur. Zo ook op de jogster.
Ik zag haar komen aanlopen van in de verte, het is een soort zevende zintuig om dergelijke dingen op te merken, ditmaal bleef ik rustig zitten waar ik zat, ik zat op zich niet slecht en daar kwam nog eens bij dat ik in gezelschap zat, om dan even weg te gaan uit dat gezelschap, het leek me niet al te sympathiek en het is wel mijn ambitie om sympathiek over te komen. Image-building noemen we dat met een mooi woord, nu ja, mooi en woord ... wanneer is een woord eigenlijk mooi ? Als het eenvoudig is, als het duidelijk is, als het niet gangbaar is ? Wanneer is een mens mooi ?
Toen ze dicht genoeg genaderd was, deed ik mijn zonnebril een halve slag omhoog, haalde mijn verleidelijkste glimlach boven en riep haar vriendelijk gedag toe, ze draaide haar hoofd naar me en lachte me breeduit toe waarop ze me enthousiast van repliek diende. Ik viel bijna van mijn stoel van verbazing, ik was immers gewoon in een zotte bui en had zin om tegen zowat iedereen een goede dag te zeggen, meer was het niet en ik kende het mens dus ook niet. Maar, mijn gezelschap dacht daar dus anders over. Ik heb toen ook geleerd dat je in het bijzijn van een vrouw, zelfs al is het je ex, best geen goededag wenst aan vrouwen die je niet kent.
Wat ik ook zei of deed, ze geloofde dus niet dat ik die jogster niet kende. Van waar ken je die, was het er een van één nacht of van meerdere nachten, ... dergelijke vragen werden op me afgevuurd, het pistool in aanslag. Tja, en ik kon zeggen en doen wat ik wou, maar dat ik haar niet kende en nog nooit gezien had, neen hoor, dat behoorde niet tot de mogelijkheden. En als er nu iets is, waar ik niet tegen kan, dan is het wel dat men me er van verdenkt te liegen terwijl het niet zo is. Dus zat er maar één ding op, ik moest die jogster er bijhalen om de zaak uit te klaren.
Ik sprong op mijn kanarie en sjeesde haar achterna, ze was nog in het zicht dus ik was er op een wip, jammer want ik ben zo niet het type voor vluggertjes. Het meisje, de jonge vrouw, glimlachte weer breeduit naar me, wat een gezichtje, wat een lach, ik voelde me plots tien jaar jonger. Ik legde haar het probleem voor en ze vond het wel grappig, dus draaide ze zich om en liep naar het terrasje waar we zaten. Ze had haar kilometers toch ongeveer gelopen dus ze mocht wel even pauzeren van zichzelf. Ze zette zich bij ons aan tafel en ik stelde haar voor als “de jogster”. Mijn ex stelde ik voor als “ongelovige ex die denkt dat ik met iedereen in mijn bed kruip”.
Toen de jogster mijn ex had overtuigd van ons niet-kennen, konden we eindelijk kennis maken, mijn ex begreep de stille hint die ik haar gaf – een ferme stamp onder tafel – en besloot naar haar huis te gaan. Tja, daar zaten we dan, de eenzame fietser en de eenzame jogster, niet dat we eenzaam waren, we hadden immers elkaar, maar we waren solitair op het gebied van beweging, en daar ging het gesprek dan ook over, over die solitariteit en ook wel de solidariteit tussen bewegers. Nadat we genoeg gedronken hadden om het verschil tussen links en rechs in twijfel te kunnen trekken besloten we om nog wat te gaan bewegen, maar we zouden er een experiment van maken, we wilden wel eens weten of samen bewegen nu leuker is dan solitair bewegen, dus zij zette het op een drafje en ik reed naast haar, maar dat bleek toch ook niet zo’n denderend idee te zijn, zij hijgde en pufte, zweette zich te pletter, en ik viel bijna in slaap door de traagheid, maar ik had dan ook wielen en zij niet.
Dan maar een andere beweging proberen, opperde ik, en al hijgend gaf ze aan dat het misschien geen slecht idee was. Ik nam haar mee naar huis, stopte haar in de douche en ging haar kleren wassen in de wasserij, ze kon wel even een badjas van me aandoen, hoewel, het was warm genoeg dus eigenlijk was het niet nodig. Nu nog een beweging vinden die we samen konden doen, geen eenvoudige opgave als je elkaar absoluut niet kent. Ik gaf haar een verfborstel, nam er zelf ook eentje en een pot verf. We hebben ons goed geamuseerd, dat in elk geval, en hebben gezamenlijk besloten om vaker af te spreken en telkens een andere beweging uit te proberen tot we iets vinden waarbij we beiden het ‘waaauw-gevoel’ hebben. En zo raakt de boel hier ooit wel klaar.
donderdag 26 april 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten