Na een jarenlange twijfeltocht had ik eindelijk de knoop doorgehakt, ze zouden er komen, de nieuwe tandjes, de oude waren versleten, zelfs niet meer recycleerbaar tot compost, eten lukte nog nauwelijks, een lach kon er al jaren niet meer af, deels omdat het leven geen lachtertje is, deels omdat het geen zicht meer was. Het was dus tijd voor een renovatieproject, het zou een project van lange adem worden, zonder zekerheid van succes, zonder garanties, een sprong in het duister, maar het zou kunnen maken dat ik me eindelijk een goed in mijn tandenvel zou voelen, voor het eerst eigenlijk.
Voor zover ik me kon herinneren waren ze altijd al slecht geweest, die bijters, wat ik ook deed van onderhoudswerken, om de haverklap liep het mis en bij de laatste renovatiebeurt had een tandarts mijn kaak uit de kom getrokken, iets waar ik ook nu nog regelmatig last van heb, toen ze dan een drie maand later weer om zeep waren, besloot ik maar dat het genoeg was geweest en gaf ik het op om ze in orde te blijven laten brengen, het was een dweilen met de kraan open, en ik dweil al niet graag.
Zo ging het jarenlang zijn gangetje, kleine gaatjes werden holen waar bevers in konden wonen, regelmatig werd mijn eten opgesierd met brokstukken, het lachen verging me, het zelfvertrouwen ging eveneens mee de dieperik in, ik vond mezelf een half monster, hield me op de emotionele been door vrouwen te versieren, ik had het nodig om mijn ego te strelen, om me duidelijk te maken dat ze niet zo essentieel waren, die bijters.
Maar er kwam een moment, waarop ik geen boterham meer kon eten zonder dat er brokjes afdonderden, dat was het moment om in te grijpen, nu moest het voor eens en altijd opgelost worden, ik zou dan maar als tandenloze garnaal door het leven spartelen, liever dat dan rondlopen met een kerkhof, ik verhuisde en sprong de eerste de beste tandarts in de buurt binnen. Hij vertelde me dat hij er wel iets van zou proberen te maken, op zijn manier, ik zou hem moeten vertrouwen, het zou veel tijd gaan vergen, het was een investering, maar ergens klikte het wel tussen ons, hij de wijze grijsaard, ik de angstige grijsaard.
En zo gingen we aan de slag, hij ging aan de slag, ik zat constant te bibberen in zijn stoel, hij kreeg me niet verdoofd, ik at voor ik naar hem ging weedcake die mijn lief me gemaakt had en zo schoot het langzaam op, wat niet te redden was, verdween in een potje, wat wel te redden was, werd opgekuist, afgeslepen, ingekapseld en stilaan begon ik me een ander mens te voelen, kon ik terug stukjes appel eten zelfs, kon ik terug in de spiegel kijken zonder misselijk te worden van mezelf, leerde een andere kant van mezelf kennen.
Ik was mijn lief erg dankbaar, voor de steun die ze me gegeven had, voor de aanmoedigingen als ik het niet meer zag zitten en zij was ook degene die kon profiteren van de voortgang, de eerste die me kon zoenen na al die jaren, de eerste die dingen mocht zien, de eerste die ik beet, wat ze niet zo heel hard op prijs stelde, tot op een dag, toen we in de zon aan het wandelen waren in een stadje ik haar een kus wou geven, kuis als kussen zijn, op haar voorhoofd, tijdens het wandelen, onverwacht wou ik haar zacht kussen, maar net op dat moment deed ze haar hoofd omhoog en met volle kracht knotste haar hoofd tegen mijn nieuwe bijters, het was een pijnijke bedoening, haar hoofd leek doorpriemt, ik had het gevoel dat mijn kaaksbot was gebroken, en toen bekeken we de schade, ze voelde aan haar hoofd en toen begon ze te gillen, ik keek naar haar en begon ook te gillen, netjes in haar voorhoofd waren drie van mijn nieuwe tanden gepland, netjes op een rij, glimmend, maar ze stonden daar niet op hun plaats.
Als een idioot streek ik met mijn tong langs mijn tanden om er uiteraard achter te komen dat er een aantal ontbraken, ik werd er misselijk van, al het werk van de voorbije maanden leek zinloos geweest te zijn, ik keek naar haar voorhoofd en ja hoor, daar zaten de stukken porcelein te blinken in het zonlicht.
In paniek sprongen we in de auto en reden we naar mijn tandarts, die gelukkig thuis was, hij overzag de situatie en schudde zijn hoofd meewarig, wat had me bezield om in haar hoofd te bijten, vroeg hij zich luidop af, we legden de situatie daarop uit, hetgeen hem ietwat milder stemde, maar of er nog iets aan te verhelpen was, daar kon hij geen uitluitsel over geven, dat moesten foto’s duidelijk maken.
Het bleek een hopeloze zaak, de tanden waren met wortel en al uitgerukt en zaten een paar centimeter diep in haar schedel, de tanden waren niet recupereerbaar dus en wat erger was, als ze uit haar hoofd werden verwijderd, was er kans op hersenletsel bij haar, er zat dus niets anders op dan op te gaan in een symbiose, we zouden aan elkaar verbonden worden als waren we een siamese tweeling. Hij stak haar hoofd in mijn mond zodat de tanden terug op hun plaats zaten, en zo moeten we sedertdien door het leven, op restaurant gaan zit er jammer genoeg niet meer in, over straat lopen ook niet echt, we zijn een rariteit geworden, maar alles zit wel terug op zijn plaats, enkel jammer van haar constante hoofdpijn nu, en ik kan daar niets aan verhelpen.
zondag 13 mei 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten