Goedemorgen, zei de slager. Ik nam het zekere voor het onzekere en keek even door het venster alvorens de begroeting weder te geven, het was inderdaad een goede morgen, toch voor ik bij de slager was aangekomen, hoe het nu zou verlopen, dat was nog een raadsel, maar raadsels hebben wel iets, ze hebben elementen uit de wiskunde, elementen uit de semantiek, uit de logica, je kan er dus alle kanten mee uit.
Je ziet er goed uit, was zijn volgende opmerking. Mijn haren gingen recht omhoog staan, ik moest dus maken dat ik uit de deuropening was, anders zou het mislopen. Ondertussen maalden mijn gedachten als twee molenstenen die de graantjes moeten fijnmalen voor het lekker volkorenbrood van de bakker ergens heel ver weg, nu ja, het is geen bakker hoor, het is een natuurwinkel en de laatste keer dat ik er naartoe ben geweest was ik hem grandioos voorbij gefietst, ik heb zo het vermoeden dat mijn gedachten elders zaten, of lagen, maar een vriendelijke, oude man aan wie ik vroeg waar er ergens een bakker was heeft me toen uit de brand geholpen. Niet dat het echt brandde, hoewel het wel behoorlijk warm was, trouwens, het brood dat ik toen wou gaan halen hadden ze al niet meer. Bakkers, je kan er niet meer op rekenen hoor, op een doordeweekse dag hebben ze om negen uur al geen croissants meer, op zondag hebben ze het juiste brood niet meer na acht uur, twee verstaan ze als drie, enfin, ze zijn hopeloos, vandaar dat ik die dag dan ook bij de slager langsging. Maar, die had ook geen brood natuurlijk. Toch maakte ik me ondertussen een beetje zorgen, het was me al een tijdje aan het opvallen dat ik nogal vaak contact begon te hebben met mannen en mannen zijn nooit mijn ding geweest, zo nu en dan een halve bohemien terzijde gelaten en griekse boeren die me meenemen in hun aftandse pick-ups als ik weer eens naar het andere eind van een eiland ben gewandeld zonder op de tijd en afstand te letten. Maar goed, dit was anders, een man die me zegt dat ik er goed uitzie, dan ben ik echt wel op mijn hoede.
Hij merkte wel dat er iets in mijn kop zat te draaien en stelde me voor plaats te nemen in de stoel, mijn hoofd wat naar achter te leggen en dan zou hij het wel eens gaan oplossen. Nu ja, zolang hij maar met mijn hoofd wil spelen laat ik hem doen, geen probleem mee. De mens heeft wel een aantal vervelende gewoonten, zo stelt hij me vaak vragen op een moment dat ik niet kan antwoorden, stelt hij die vragen nu uit beleefdheid en is hij niet geïnteresseerd in de antwoorden, of doet hij het om me te pesten, geen idee van. Ja, je begint al een mooi kleurtje te krijgen, ging hij verder. Ik vroeg hem hoe het met zijn vrouw was, dat leek me een duidelijke boodschap, maar hij negeerde mijn vraag, mompelde iets over vlees dat moest doorkoken en begon dan over zijn studerende dochters. Ondertussen weet ik echt al wel wat ze studeren en dat ze op kot zitten hoor, ga je me hun adressen ook nog geven ? Ik dacht het maar zei het maar niet, mijn kop lag uiteindelijk in zijn handen. Een hoofdmassage zat er echter niet in. Een rugmassage ook niet, terwijl ik die net wel nodig had, en ergens was ik ook al wel gewend geraakt aan massages, tja, ik wen snel aan leuke dingen, hoewel, die massages zijn die wel leuk ? Ze zijn ontspannend, ze zijn hmmm ander onderwerp anders krijg ik zin.
Ik ga je vandaag onderwerpen aan de koudetest, begon hij weer. Hmm niet nodig hoor slager, ik heb gisteravond nog ijs gegeten en dat was prima, allee, het was koud he, maar wel lekker, strachiatellli, zo met stukjes chocola in, daar een glaasje wijn bij, rustig muziekje, en smullen maar. Hij vond het geen alternatief voor zijn test. Ik besloot het over een andere boeg te gooien en begon over zijn cursus spaans. Daar ben ik mee gestopt, gromde hij. Oeps, verkeerd onderwerp, ik zal mijn mond de rest van de tijd maar lekker dichthouden, ging door me heen. Hij dacht er echter anders over want hij gebood me mijn mond open te doen. Tja, dat overkomt me ook wel meer hoor, dat mensen me vragen eens iets te zeggen, of te vertellen, maar ik heb toch nooit inspiratie voor zo’n dingen dus zeg ik maar dat ik niets te zeggen heb, niet tegen hen, niet thuis, nergens eigenlijk, enkel tegen mezelf en tegen de kat. Oke, ook wel tegen de mieren, de lieveheersbeestjes, de bladluizen, de meikevers, de vlinders, de bijen, en de planten, maar niet tegen mensen dus, ik en mensen, het is geen goede combinatie, dat is dan ook het enige waarover ik en die mensen het eens zijn meestal.
Ik ga even ratelen, donderde zijn diepe bas vlak bij mijn rechteroor. Man, alsjeblief, wat jij gaat doen he, dat zijn mijn zaken niet hoor, als jij met een ratel wil gaan spelen, ga je gang maar laat mij nu toch eens even rustig zitten nadenken. Ha ja, ik kwam trouwens dingens halen, gehakt, ik wist dat er een reden moest zijn om naar de slager te gaan, maar het had dus even geduurd voor ik terug wist wat ik nodig had. Had ik trouwens wel gehakt nodig ? En waarom dan wel ? Hij vroeg me of ik ging koken. Tuurlijk niet, zo warm is het nu ook weer niet, van mij mag het het hele jaar door dit weertje zijn hoor, ik heb daar geen last van, alleen betaal ik me blauw aan leidingwater omdat al dat onkruid drinken moet hebben.
Hij ratelde maar door, de trillingen schoten door mijn kop als waren het trillingen van een drilboor waarmee men een gaatje in mijn hersenpan aan het maken was, maar mijn gehakt, daarop bleef het wachten. Ik wou hem vragen wat hij nu juist aan het doen was, maar dat ging niet, hij had zo’n metalen ding in mijn mond gestopt opdat ik zijn geratel beter zou horen, denk ik toch, ik kon het niet vragen he. Na een half uurtje was hij het gelukkig beu en vroeg hij of ik de spiegel even wou vasthouden. Tuurlijk dat, ik ben best een vriendeijke jongen, soms. Lach eens, begon hij weer. Lachen ? Met wat moet ik lachen ? Ha, met je mond he man. Ja, maar, ik bedoel, is er dan iets om te lachen ? Is er iets om te lachen, vroeg hij bitsig, kijk dan eens in de spiegel, dan zal je wel zien of er iets om te lachen is. Ik deed verwoede pogingen om in de spiegel te kijken, maar zijn hand zat er voor, dus van lachen kwam niets in huis. Hij kon er niet mee lachen, en ik dus ook niet.
Kom, sta maar op, hij was het blijkbaar beu. Ik ging naar de grote spiegel en keek er in, vervolgens begon ik te lachen, nu werd hij pas echt boos. Draai je eens om, gebood hij. Draai je eens om ???? Euh ... dat hoor ik liever van iemand anders hoor, de vrije associaties vlogen weer door mijn kop, maar ik draaide me toch maar om. En lach nu eens naar me, zei hij. Ik begon me echt wel zorgen te maken over zijn geaardheid, maar wou niet onvriendelijk blijven doen, ik moest immers nog afrekenen en besloot hem een bescheiden glimlach te geven. Ha, zo zie ik het graag, wist hij te zeggen. Oef, hij zei het in plaats van je, een pak van mijn hart, een hap uit mjn budget, maar we waren weer van elkaar verlost voor een paar dagen.
Toen ik terug thuis was drong het tot me door dat hij me helemaal geen gehakt had meegegeven, maar ook geen rekening, we waren dus wel effen wat dat betrof. Laat ik me dan maar op mijn luie krent in de zon zetten, dacht ik bij mezelf en voegde de daad bij het woord. Waar bakkers al niet goed voor zijn.
maandag 16 april 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten