woensdag 30 mei 2007

Met de wind in het haar

Als zandkorrels glijden de dagen door mijn vingers, ze zijn grauw, onzacht, monotoon, van een onbestemdheid die niet te vatten is in woorden, als je achterkom kijkt, dan zie je patronen, maar als je kijkt naar wat in je hand ligt, dan zie je weinig tot niets. Je kijkt door het venster en ziet hoe de zonnestralen spelen tussen de bladeren, hoe de vlinders hun vleugels opwarmen voor de vlucht en besluit je vleugels ook te gaan opwarmen, je vleugels, je rug, je snoet, je alles, het heeft dat zonlicht nodig, die energie, dus ga je buiten met je fiets.

Je draait de hoek om, maakt snelheid en prent je een parcours in je hoofd dat je enigzins wil volgen, de muziek is je begeleiding, de wind zorgt ervoor dat je niet te fel zweet, je krijgt er met elke meter meer zin in en voor je het weet ben je het centrum uit, begeef je je naar de einder.

Maar plots is dat zonlicht dan weg, als was het een vorm van zwarte magie verschuilt ze zich achter een donkergrijze wolk die vanuit het niets is opgedoken. Je negeert de wolk, gaat er van uit dat ze wel zal overwaaien, je voelt de windkracht toenemen, je begint op te boksen tegen de wervelende wind, en dan vallen de eerste druppels omlaag, voorzichtig als waren het glazen parels die zacht in de berm proberen te landen raken ze je neus, je handen, je dijen die je net hebt inge-olied, je gekromde rug.

Die paar druppels, dat briesje, ze kunnen je niet deren, je gaat je niet laten kennen omwille van die details, maar dat is buiten het karakter van de weergoden gerekend, ze hebben nog iets met je te regelen en als je niet toegeeft aan hun grillen, dan gaan ze een stapje verder, de wind wakkert verder aan, je kan nog nauwelijks aan de kant van de weg rijden omdat je half omver wordt geblazen, de voorzichtige druppels ruimen baan voor de omlaagdenderende kamikazes die nu worden ingezet, je bijt op je tanden, als je die hebt, klemt het stuur steviger vast, schakelt een tandje terug en weigert op te geven, de tocht die je in gedachten hebt wil je nu ook maken.

In het gevecht van fietser met weergoden zijn er geen winnaars, als de fietser zijn tocht al afmaakt zoals hij van plan was, dan is hij doorweekt bij zijn thuiskomst, hij heeft zijn dosis zonlicht niet gekregen, hij is natgeregend en natgespat, heeft op reserve moeten rijden met zijn slicks, is buiten adem door het gevecht tegen steeds kerende wind, de fietser heeft geen voldoening gehad van zijn tocht. En de weergoden ? Die bestaan niet, dat zijn gebieden van hoge en lage druk die maken dat er wind is, dat er wolken ontstaan, er zijn geen weergoden want als die er wel waren, dan zouden ze zo niet met mijn voeten spelen.

Geen opmerkingen: