I love making you dirty, hon, hijgde hij zwaar in haar linkeroorschelp, zijn lichaam natrillend over haar gebogen, haar lichaam nat, van het zweet en zijn sperma.
Ik vind dat ook enorm lekker, repliceerde ze zwoel, haar borsten volsmerend met de smurrie, kijkend of er niets tot tegen de kast was gevlogen.
Tja, dan zijn we weer uitgebabbeld he, zuchtte hij. Nooit wil ze me tegenspreken, dacht hij, nooit, het is hopeloos.
Visualisaties zijn niet bevorderlijk voor de nachtrust.
donderdag 31 mei 2007
woensdag 30 mei 2007
Met de wind in het haar
Als zandkorrels glijden de dagen door mijn vingers, ze zijn grauw, onzacht, monotoon, van een onbestemdheid die niet te vatten is in woorden, als je achterkom kijkt, dan zie je patronen, maar als je kijkt naar wat in je hand ligt, dan zie je weinig tot niets. Je kijkt door het venster en ziet hoe de zonnestralen spelen tussen de bladeren, hoe de vlinders hun vleugels opwarmen voor de vlucht en besluit je vleugels ook te gaan opwarmen, je vleugels, je rug, je snoet, je alles, het heeft dat zonlicht nodig, die energie, dus ga je buiten met je fiets.
Je draait de hoek om, maakt snelheid en prent je een parcours in je hoofd dat je enigzins wil volgen, de muziek is je begeleiding, de wind zorgt ervoor dat je niet te fel zweet, je krijgt er met elke meter meer zin in en voor je het weet ben je het centrum uit, begeef je je naar de einder.
Maar plots is dat zonlicht dan weg, als was het een vorm van zwarte magie verschuilt ze zich achter een donkergrijze wolk die vanuit het niets is opgedoken. Je negeert de wolk, gaat er van uit dat ze wel zal overwaaien, je voelt de windkracht toenemen, je begint op te boksen tegen de wervelende wind, en dan vallen de eerste druppels omlaag, voorzichtig als waren het glazen parels die zacht in de berm proberen te landen raken ze je neus, je handen, je dijen die je net hebt inge-olied, je gekromde rug.
Die paar druppels, dat briesje, ze kunnen je niet deren, je gaat je niet laten kennen omwille van die details, maar dat is buiten het karakter van de weergoden gerekend, ze hebben nog iets met je te regelen en als je niet toegeeft aan hun grillen, dan gaan ze een stapje verder, de wind wakkert verder aan, je kan nog nauwelijks aan de kant van de weg rijden omdat je half omver wordt geblazen, de voorzichtige druppels ruimen baan voor de omlaagdenderende kamikazes die nu worden ingezet, je bijt op je tanden, als je die hebt, klemt het stuur steviger vast, schakelt een tandje terug en weigert op te geven, de tocht die je in gedachten hebt wil je nu ook maken.
In het gevecht van fietser met weergoden zijn er geen winnaars, als de fietser zijn tocht al afmaakt zoals hij van plan was, dan is hij doorweekt bij zijn thuiskomst, hij heeft zijn dosis zonlicht niet gekregen, hij is natgeregend en natgespat, heeft op reserve moeten rijden met zijn slicks, is buiten adem door het gevecht tegen steeds kerende wind, de fietser heeft geen voldoening gehad van zijn tocht. En de weergoden ? Die bestaan niet, dat zijn gebieden van hoge en lage druk die maken dat er wind is, dat er wolken ontstaan, er zijn geen weergoden want als die er wel waren, dan zouden ze zo niet met mijn voeten spelen.
Je draait de hoek om, maakt snelheid en prent je een parcours in je hoofd dat je enigzins wil volgen, de muziek is je begeleiding, de wind zorgt ervoor dat je niet te fel zweet, je krijgt er met elke meter meer zin in en voor je het weet ben je het centrum uit, begeef je je naar de einder.
Maar plots is dat zonlicht dan weg, als was het een vorm van zwarte magie verschuilt ze zich achter een donkergrijze wolk die vanuit het niets is opgedoken. Je negeert de wolk, gaat er van uit dat ze wel zal overwaaien, je voelt de windkracht toenemen, je begint op te boksen tegen de wervelende wind, en dan vallen de eerste druppels omlaag, voorzichtig als waren het glazen parels die zacht in de berm proberen te landen raken ze je neus, je handen, je dijen die je net hebt inge-olied, je gekromde rug.
Die paar druppels, dat briesje, ze kunnen je niet deren, je gaat je niet laten kennen omwille van die details, maar dat is buiten het karakter van de weergoden gerekend, ze hebben nog iets met je te regelen en als je niet toegeeft aan hun grillen, dan gaan ze een stapje verder, de wind wakkert verder aan, je kan nog nauwelijks aan de kant van de weg rijden omdat je half omver wordt geblazen, de voorzichtige druppels ruimen baan voor de omlaagdenderende kamikazes die nu worden ingezet, je bijt op je tanden, als je die hebt, klemt het stuur steviger vast, schakelt een tandje terug en weigert op te geven, de tocht die je in gedachten hebt wil je nu ook maken.
In het gevecht van fietser met weergoden zijn er geen winnaars, als de fietser zijn tocht al afmaakt zoals hij van plan was, dan is hij doorweekt bij zijn thuiskomst, hij heeft zijn dosis zonlicht niet gekregen, hij is natgeregend en natgespat, heeft op reserve moeten rijden met zijn slicks, is buiten adem door het gevecht tegen steeds kerende wind, de fietser heeft geen voldoening gehad van zijn tocht. En de weergoden ? Die bestaan niet, dat zijn gebieden van hoge en lage druk die maken dat er wind is, dat er wolken ontstaan, er zijn geen weergoden want als die er wel waren, dan zouden ze zo niet met mijn voeten spelen.
dinsdag 22 mei 2007
Bakvisjes
Ze zijn grappig, ze vallen redelijk frequent voor, ze zijn goed voor het zelfbeeld maar ze zijn ook enerverend bij momenten, de zwijmelmomenten.
Vanmorgen, of eigenlijk op de middag, had ik een afspraak op een interimkantoor, men wou me daar wel eens spreken want er waren vacatures die mij zouden kunnen interesseren, zo luidde de mail. En aangezien ik vandaag toch daar in de buurt was zag ik er geen graten in om er even binnen te springen, vers van de cursus ‘leren schrijven voor analfabeten’, maar schrijven hoefde ik niet te doen, luisteren, hier en daar wat aanvulling geven bij op- en aanmerkingen op mijn cv, paspoort afgeven zodat ze die konden copiëren, de gebruikelijke administratieve rompslomp om vervolgens in een lade te verdwijnen en binnen pakweg drie maanden hetzelfde gedoe nogmaal te ondergaan.
Die interimkantoren zijn overwegend bevolkt door vrouwen, om een of andere mij onbekende reden, misschien zijn vrouwen beter in het omgaan met klanten, zowel werkgevers als werkzoekenden, echt duidelijk is het me in elk geval niet, maar je hoort er me niet over klagen, uiteraard. Ook dit kantoor was bevrouwd, overwegend met bakvisjes van vooraan in de twintig, geleid door een wat ouder exemplaar dat zich op de achtergrond bevond. Ik bleek een afspraak te hebben met zo’n bakvisje en zo’n bakvisjes zijn dan meestal wel aangenaam om naar te kijken, ze moeten ook vriendelijk tegen je blijven dus kan je daar een beetje mee spelen als je daar zin in hebt.
Nadat ik het meisje had toegelicht waar de gaten in mijn cv vandaan kwamen, de twee verloren jaren dat ik op de loop was voor het krijgstribunaal en de jaren als huisman, wou ze wel wat meer weten over mijn werkervaringen, alle drie. De eerste twee, dat was op zich nog eenvoudig, daar had ze al van gehoord en moest ik dus niet al te veel van uitleggen, maar wat was een test-engineer nu toch ? Het heeft me ongeveer een kwartier geduurd om het haar duidelijk te maken, ik kan zo’n dingen dan ook niet kort uitleggen, dingen die voor mij complex zijn, die kan ik vaak samenvatten in één enkele zin zodat een ander het ook begrijpt, maar zaken die voor mij evident zijn en voor anderen niet ... dat is een heel karwei om dat uit te klaren. Vraag me bv. niet hoe je moussaka maakt want dan ga je het nooit weten terwijl het uiterst eenvoudig is, je begint namelijk met het bakken van een ui, of meerdere uien, dat hangt af van de grootte van de schaal en de smaak die je zelf verkiest. Ik vergeet er trouwens meestal tomaten in te doen, maar aangezien toch niemand mijn recept kent valt dat niet op.
Uiteindelijk begreep ze enigzins wat de functie inhield en ging ze in haar computer op zoek naar een vacature, eerst had ze een milieuvacature gezocht, maar die bleek niet compatibel te zijn met mijn opleiding. Ze vond er eentje dat er ietsje op leek, het was een hogere functie dan die die ik had uitgeoefend, maar kom, je mag ook niet té beperkt kijken naar die dingen en als het moet lul ik me wel in zo’n dingen in, nu heb ik daar nog niet zo’n behoefte aan, maar wat sollicitatietraining kan geen kwaad dus laat ze maar wat zoeken.
Het gesprek ging verder over het bedrijf waarvan de vacature was, dat ik het wel zou kennen want het was marktleider in europa of zoiets, maar het was een bedrijf waar ze heftrucks maken en ik heb zo niet de gewoonte om een heftruck te kopen, dus kende ik het bedrijf niet, ondertussen ben ik de naam ervan dan ook weer vergeten. Terwijl ze haar verhaal over het bedrijf deed, compleet met didactische folder kon ik het niet laten haar eens te bekijken, haar gezicht dan toch, en bleef ik, wellicht bewust, hangen in haar ogen tot ze er ongemakkelijk van werd. Enfin, ze had door dat ik haar aan het focussen was in elk geval en keek me recht in mijn ogen. Eventjes toch, na een paar seconden begon ze te stamelen en was ze heel de draad van haar verhaal kwijt, waarop ze terug naar de folder keek en zowat vanaf nul herbegon. Ik vond het best grappig dat ze zo in de war was door mijn blik, kon ook wel even een egoboost gebruiken en voor het eerst in dagen verscheen er iets dat op een lach leek op mijn snoet. En zo zie je maar, zelfs bakvisjes kunnen je wel eens een leuk moment bezorgen. Of er van die job iets in huis gaat komen ? Ik denk het niet hoor, mijn ervaring met interims is dan ook niet echt positief te noemen maar met een cv als het mijne is het voor die mensen ook niet evident iets te vinden. Teveel gestudeerd, te weinig ervaring, daar komt het wel op neer.
En wat die zwijmelmomenten betreft ... ach, ze zijn enkel storend in situaties waarbij de persoon waarmee ik een gesprek aan het voeren ben me interesseert maar ik denk niet dat dat al gebeurd is, of het is me toen niet opgevallen, dat is immers te dichtbij dan en derhalve te bedreigend.
Vanmorgen, of eigenlijk op de middag, had ik een afspraak op een interimkantoor, men wou me daar wel eens spreken want er waren vacatures die mij zouden kunnen interesseren, zo luidde de mail. En aangezien ik vandaag toch daar in de buurt was zag ik er geen graten in om er even binnen te springen, vers van de cursus ‘leren schrijven voor analfabeten’, maar schrijven hoefde ik niet te doen, luisteren, hier en daar wat aanvulling geven bij op- en aanmerkingen op mijn cv, paspoort afgeven zodat ze die konden copiëren, de gebruikelijke administratieve rompslomp om vervolgens in een lade te verdwijnen en binnen pakweg drie maanden hetzelfde gedoe nogmaal te ondergaan.
Die interimkantoren zijn overwegend bevolkt door vrouwen, om een of andere mij onbekende reden, misschien zijn vrouwen beter in het omgaan met klanten, zowel werkgevers als werkzoekenden, echt duidelijk is het me in elk geval niet, maar je hoort er me niet over klagen, uiteraard. Ook dit kantoor was bevrouwd, overwegend met bakvisjes van vooraan in de twintig, geleid door een wat ouder exemplaar dat zich op de achtergrond bevond. Ik bleek een afspraak te hebben met zo’n bakvisje en zo’n bakvisjes zijn dan meestal wel aangenaam om naar te kijken, ze moeten ook vriendelijk tegen je blijven dus kan je daar een beetje mee spelen als je daar zin in hebt.
Nadat ik het meisje had toegelicht waar de gaten in mijn cv vandaan kwamen, de twee verloren jaren dat ik op de loop was voor het krijgstribunaal en de jaren als huisman, wou ze wel wat meer weten over mijn werkervaringen, alle drie. De eerste twee, dat was op zich nog eenvoudig, daar had ze al van gehoord en moest ik dus niet al te veel van uitleggen, maar wat was een test-engineer nu toch ? Het heeft me ongeveer een kwartier geduurd om het haar duidelijk te maken, ik kan zo’n dingen dan ook niet kort uitleggen, dingen die voor mij complex zijn, die kan ik vaak samenvatten in één enkele zin zodat een ander het ook begrijpt, maar zaken die voor mij evident zijn en voor anderen niet ... dat is een heel karwei om dat uit te klaren. Vraag me bv. niet hoe je moussaka maakt want dan ga je het nooit weten terwijl het uiterst eenvoudig is, je begint namelijk met het bakken van een ui, of meerdere uien, dat hangt af van de grootte van de schaal en de smaak die je zelf verkiest. Ik vergeet er trouwens meestal tomaten in te doen, maar aangezien toch niemand mijn recept kent valt dat niet op.
Uiteindelijk begreep ze enigzins wat de functie inhield en ging ze in haar computer op zoek naar een vacature, eerst had ze een milieuvacature gezocht, maar die bleek niet compatibel te zijn met mijn opleiding. Ze vond er eentje dat er ietsje op leek, het was een hogere functie dan die die ik had uitgeoefend, maar kom, je mag ook niet té beperkt kijken naar die dingen en als het moet lul ik me wel in zo’n dingen in, nu heb ik daar nog niet zo’n behoefte aan, maar wat sollicitatietraining kan geen kwaad dus laat ze maar wat zoeken.
Het gesprek ging verder over het bedrijf waarvan de vacature was, dat ik het wel zou kennen want het was marktleider in europa of zoiets, maar het was een bedrijf waar ze heftrucks maken en ik heb zo niet de gewoonte om een heftruck te kopen, dus kende ik het bedrijf niet, ondertussen ben ik de naam ervan dan ook weer vergeten. Terwijl ze haar verhaal over het bedrijf deed, compleet met didactische folder kon ik het niet laten haar eens te bekijken, haar gezicht dan toch, en bleef ik, wellicht bewust, hangen in haar ogen tot ze er ongemakkelijk van werd. Enfin, ze had door dat ik haar aan het focussen was in elk geval en keek me recht in mijn ogen. Eventjes toch, na een paar seconden begon ze te stamelen en was ze heel de draad van haar verhaal kwijt, waarop ze terug naar de folder keek en zowat vanaf nul herbegon. Ik vond het best grappig dat ze zo in de war was door mijn blik, kon ook wel even een egoboost gebruiken en voor het eerst in dagen verscheen er iets dat op een lach leek op mijn snoet. En zo zie je maar, zelfs bakvisjes kunnen je wel eens een leuk moment bezorgen. Of er van die job iets in huis gaat komen ? Ik denk het niet hoor, mijn ervaring met interims is dan ook niet echt positief te noemen maar met een cv als het mijne is het voor die mensen ook niet evident iets te vinden. Teveel gestudeerd, te weinig ervaring, daar komt het wel op neer.
En wat die zwijmelmomenten betreft ... ach, ze zijn enkel storend in situaties waarbij de persoon waarmee ik een gesprek aan het voeren ben me interesseert maar ik denk niet dat dat al gebeurd is, of het is me toen niet opgevallen, dat is immers te dichtbij dan en derhalve te bedreigend.
zondag 13 mei 2007
Toothmarks
Na een jarenlange twijfeltocht had ik eindelijk de knoop doorgehakt, ze zouden er komen, de nieuwe tandjes, de oude waren versleten, zelfs niet meer recycleerbaar tot compost, eten lukte nog nauwelijks, een lach kon er al jaren niet meer af, deels omdat het leven geen lachtertje is, deels omdat het geen zicht meer was. Het was dus tijd voor een renovatieproject, het zou een project van lange adem worden, zonder zekerheid van succes, zonder garanties, een sprong in het duister, maar het zou kunnen maken dat ik me eindelijk een goed in mijn tandenvel zou voelen, voor het eerst eigenlijk.
Voor zover ik me kon herinneren waren ze altijd al slecht geweest, die bijters, wat ik ook deed van onderhoudswerken, om de haverklap liep het mis en bij de laatste renovatiebeurt had een tandarts mijn kaak uit de kom getrokken, iets waar ik ook nu nog regelmatig last van heb, toen ze dan een drie maand later weer om zeep waren, besloot ik maar dat het genoeg was geweest en gaf ik het op om ze in orde te blijven laten brengen, het was een dweilen met de kraan open, en ik dweil al niet graag.
Zo ging het jarenlang zijn gangetje, kleine gaatjes werden holen waar bevers in konden wonen, regelmatig werd mijn eten opgesierd met brokstukken, het lachen verging me, het zelfvertrouwen ging eveneens mee de dieperik in, ik vond mezelf een half monster, hield me op de emotionele been door vrouwen te versieren, ik had het nodig om mijn ego te strelen, om me duidelijk te maken dat ze niet zo essentieel waren, die bijters.
Maar er kwam een moment, waarop ik geen boterham meer kon eten zonder dat er brokjes afdonderden, dat was het moment om in te grijpen, nu moest het voor eens en altijd opgelost worden, ik zou dan maar als tandenloze garnaal door het leven spartelen, liever dat dan rondlopen met een kerkhof, ik verhuisde en sprong de eerste de beste tandarts in de buurt binnen. Hij vertelde me dat hij er wel iets van zou proberen te maken, op zijn manier, ik zou hem moeten vertrouwen, het zou veel tijd gaan vergen, het was een investering, maar ergens klikte het wel tussen ons, hij de wijze grijsaard, ik de angstige grijsaard.
En zo gingen we aan de slag, hij ging aan de slag, ik zat constant te bibberen in zijn stoel, hij kreeg me niet verdoofd, ik at voor ik naar hem ging weedcake die mijn lief me gemaakt had en zo schoot het langzaam op, wat niet te redden was, verdween in een potje, wat wel te redden was, werd opgekuist, afgeslepen, ingekapseld en stilaan begon ik me een ander mens te voelen, kon ik terug stukjes appel eten zelfs, kon ik terug in de spiegel kijken zonder misselijk te worden van mezelf, leerde een andere kant van mezelf kennen.
Ik was mijn lief erg dankbaar, voor de steun die ze me gegeven had, voor de aanmoedigingen als ik het niet meer zag zitten en zij was ook degene die kon profiteren van de voortgang, de eerste die me kon zoenen na al die jaren, de eerste die dingen mocht zien, de eerste die ik beet, wat ze niet zo heel hard op prijs stelde, tot op een dag, toen we in de zon aan het wandelen waren in een stadje ik haar een kus wou geven, kuis als kussen zijn, op haar voorhoofd, tijdens het wandelen, onverwacht wou ik haar zacht kussen, maar net op dat moment deed ze haar hoofd omhoog en met volle kracht knotste haar hoofd tegen mijn nieuwe bijters, het was een pijnijke bedoening, haar hoofd leek doorpriemt, ik had het gevoel dat mijn kaaksbot was gebroken, en toen bekeken we de schade, ze voelde aan haar hoofd en toen begon ze te gillen, ik keek naar haar en begon ook te gillen, netjes in haar voorhoofd waren drie van mijn nieuwe tanden gepland, netjes op een rij, glimmend, maar ze stonden daar niet op hun plaats.
Als een idioot streek ik met mijn tong langs mijn tanden om er uiteraard achter te komen dat er een aantal ontbraken, ik werd er misselijk van, al het werk van de voorbije maanden leek zinloos geweest te zijn, ik keek naar haar voorhoofd en ja hoor, daar zaten de stukken porcelein te blinken in het zonlicht.
In paniek sprongen we in de auto en reden we naar mijn tandarts, die gelukkig thuis was, hij overzag de situatie en schudde zijn hoofd meewarig, wat had me bezield om in haar hoofd te bijten, vroeg hij zich luidop af, we legden de situatie daarop uit, hetgeen hem ietwat milder stemde, maar of er nog iets aan te verhelpen was, daar kon hij geen uitluitsel over geven, dat moesten foto’s duidelijk maken.
Het bleek een hopeloze zaak, de tanden waren met wortel en al uitgerukt en zaten een paar centimeter diep in haar schedel, de tanden waren niet recupereerbaar dus en wat erger was, als ze uit haar hoofd werden verwijderd, was er kans op hersenletsel bij haar, er zat dus niets anders op dan op te gaan in een symbiose, we zouden aan elkaar verbonden worden als waren we een siamese tweeling. Hij stak haar hoofd in mijn mond zodat de tanden terug op hun plaats zaten, en zo moeten we sedertdien door het leven, op restaurant gaan zit er jammer genoeg niet meer in, over straat lopen ook niet echt, we zijn een rariteit geworden, maar alles zit wel terug op zijn plaats, enkel jammer van haar constante hoofdpijn nu, en ik kan daar niets aan verhelpen.
Voor zover ik me kon herinneren waren ze altijd al slecht geweest, die bijters, wat ik ook deed van onderhoudswerken, om de haverklap liep het mis en bij de laatste renovatiebeurt had een tandarts mijn kaak uit de kom getrokken, iets waar ik ook nu nog regelmatig last van heb, toen ze dan een drie maand later weer om zeep waren, besloot ik maar dat het genoeg was geweest en gaf ik het op om ze in orde te blijven laten brengen, het was een dweilen met de kraan open, en ik dweil al niet graag.
Zo ging het jarenlang zijn gangetje, kleine gaatjes werden holen waar bevers in konden wonen, regelmatig werd mijn eten opgesierd met brokstukken, het lachen verging me, het zelfvertrouwen ging eveneens mee de dieperik in, ik vond mezelf een half monster, hield me op de emotionele been door vrouwen te versieren, ik had het nodig om mijn ego te strelen, om me duidelijk te maken dat ze niet zo essentieel waren, die bijters.
Maar er kwam een moment, waarop ik geen boterham meer kon eten zonder dat er brokjes afdonderden, dat was het moment om in te grijpen, nu moest het voor eens en altijd opgelost worden, ik zou dan maar als tandenloze garnaal door het leven spartelen, liever dat dan rondlopen met een kerkhof, ik verhuisde en sprong de eerste de beste tandarts in de buurt binnen. Hij vertelde me dat hij er wel iets van zou proberen te maken, op zijn manier, ik zou hem moeten vertrouwen, het zou veel tijd gaan vergen, het was een investering, maar ergens klikte het wel tussen ons, hij de wijze grijsaard, ik de angstige grijsaard.
En zo gingen we aan de slag, hij ging aan de slag, ik zat constant te bibberen in zijn stoel, hij kreeg me niet verdoofd, ik at voor ik naar hem ging weedcake die mijn lief me gemaakt had en zo schoot het langzaam op, wat niet te redden was, verdween in een potje, wat wel te redden was, werd opgekuist, afgeslepen, ingekapseld en stilaan begon ik me een ander mens te voelen, kon ik terug stukjes appel eten zelfs, kon ik terug in de spiegel kijken zonder misselijk te worden van mezelf, leerde een andere kant van mezelf kennen.
Ik was mijn lief erg dankbaar, voor de steun die ze me gegeven had, voor de aanmoedigingen als ik het niet meer zag zitten en zij was ook degene die kon profiteren van de voortgang, de eerste die me kon zoenen na al die jaren, de eerste die dingen mocht zien, de eerste die ik beet, wat ze niet zo heel hard op prijs stelde, tot op een dag, toen we in de zon aan het wandelen waren in een stadje ik haar een kus wou geven, kuis als kussen zijn, op haar voorhoofd, tijdens het wandelen, onverwacht wou ik haar zacht kussen, maar net op dat moment deed ze haar hoofd omhoog en met volle kracht knotste haar hoofd tegen mijn nieuwe bijters, het was een pijnijke bedoening, haar hoofd leek doorpriemt, ik had het gevoel dat mijn kaaksbot was gebroken, en toen bekeken we de schade, ze voelde aan haar hoofd en toen begon ze te gillen, ik keek naar haar en begon ook te gillen, netjes in haar voorhoofd waren drie van mijn nieuwe tanden gepland, netjes op een rij, glimmend, maar ze stonden daar niet op hun plaats.
Als een idioot streek ik met mijn tong langs mijn tanden om er uiteraard achter te komen dat er een aantal ontbraken, ik werd er misselijk van, al het werk van de voorbije maanden leek zinloos geweest te zijn, ik keek naar haar voorhoofd en ja hoor, daar zaten de stukken porcelein te blinken in het zonlicht.
In paniek sprongen we in de auto en reden we naar mijn tandarts, die gelukkig thuis was, hij overzag de situatie en schudde zijn hoofd meewarig, wat had me bezield om in haar hoofd te bijten, vroeg hij zich luidop af, we legden de situatie daarop uit, hetgeen hem ietwat milder stemde, maar of er nog iets aan te verhelpen was, daar kon hij geen uitluitsel over geven, dat moesten foto’s duidelijk maken.
Het bleek een hopeloze zaak, de tanden waren met wortel en al uitgerukt en zaten een paar centimeter diep in haar schedel, de tanden waren niet recupereerbaar dus en wat erger was, als ze uit haar hoofd werden verwijderd, was er kans op hersenletsel bij haar, er zat dus niets anders op dan op te gaan in een symbiose, we zouden aan elkaar verbonden worden als waren we een siamese tweeling. Hij stak haar hoofd in mijn mond zodat de tanden terug op hun plaats zaten, en zo moeten we sedertdien door het leven, op restaurant gaan zit er jammer genoeg niet meer in, over straat lopen ook niet echt, we zijn een rariteit geworden, maar alles zit wel terug op zijn plaats, enkel jammer van haar constante hoofdpijn nu, en ik kan daar niets aan verhelpen.
donderdag 10 mei 2007
Plakkertjes
Op een druilerige dag kan je weinig doen, tenzij dan binnen in huis dingen doen, zoals poetsen, maar dat is mijn hobby zo niet en het is ook zinloos momenteel, dus dan hou ik me op zo’n dagen maar met andere prullen bezig, mailterrorist spelen bijvoorbeeld.
Om terrorist te spelen, heb je een slachtoffer nodig uiteraard, of als je een succesvol terrorist wil zijn, meerdere slachtoffers, de meeste terroristen kiezen hun slachtoffers niet echt uit, het zijn toevallige passanten of eender wie op het juiste, excuseer foute, moment op een bepaalde locatie is, maar dat is zo mijn ding niet, als ik iets doe, dan probeer ik het goed te doen, dus kies ik mijn slachtoffers ook wel uit om te terroriseren, de bedoeling van terreur is dat de slachtoffers er last van hebben in elk geval, dus mailterrorisme doe je best bij mensen die aan het werk zijn, en bij voorkeur dan nog bij mensen die het druk hebben op hun werk, die zijn niet zo dik gezaaid, maar je kan ze wel vinden.
Zelf vond ik ze op de gemeentediensten, en op zo’n druilerige dag bombardeer ik die dan ook met mails, uiteraard zijn die mails zinloos, staat er geen nuttige informatie in en zijn de vragen die er in gesteld worden totaal onbelangrijk omdat ik er de antwoorden al van ken, maar dat weten zij niet. Op deze druilerige dag ging het over stickers, stickers die er voor zorgen dat je geen reclame meer in de bus krijgt. Zo’n stickers kan je afhalen op het gemeentehuis, maar bij welke dienst, tja, dat kan je best eerst even uitpluizen wil je niet van hot naar her hoeven te hollen. Dus dat vis je uit per mail, je gaat je maillijst af, op zoek naar mensen die aan het stad werken en stuurt die vervolgens allen dezelfde mail, met dus in dit geval de vraag waar je zo’n sticker kan gaan halen.
Nu is het zo dat in deze gemeente, de diensten behoorlijk werken en ze je dadelijk respons geven op zo’n vragen, je krijgt dus op die kettingmail telkens hetzelfde antwoord, op die dienst, die zit daar, dat gebouw, dat verdiep, die persoon. Blijkt dat ik die persoon ietwat ken, wat het extra lollig maakt om het regenweer te verdrijven. Maar ook op regendagen dien je wel eens buiten te komen, om eten in huis te halen en dergelijke, dat doe je dan op een moment dat die stadsdienst niet open is, zodat je achteraf terug een mail kan sturen om te klagen dat die dienst niet open was, terwijl hij wel open had moeten zijn, het was één minuut na twee uur immers. Na veel vijven en zessen krijg je die mensen dan zelfs zover dat ze, om van je mailgezaag verlost te zijn, tijdens de kantooruren die sticker aan huis komen afleveren.
De sticker hangt nu dus op de deur, wat maakt dat mijn brievenbus niet meer zal uitpuilen in de toekomst en ik heb me een tijdje geamuseerd, op naar een volgend slachtoffer nu, laten we de vdab maar eens proberen, die willen mij volgende week koeieneren, dus vind ik wel dat ik dat nu ook mag doen, als ze daar willen dat ik kom leren een cv opstellen, tja, ik heb geen printer he, dus dan is het wel verstandig dat ik op voorhand al een cv doormail. Maar ... voor elke job heb je eigenlijk een andere cv nodig, die moet aangepast zijn aan de vacature immers. Zie je de bui al hangen ? Time to have some more fun.
Om terrorist te spelen, heb je een slachtoffer nodig uiteraard, of als je een succesvol terrorist wil zijn, meerdere slachtoffers, de meeste terroristen kiezen hun slachtoffers niet echt uit, het zijn toevallige passanten of eender wie op het juiste, excuseer foute, moment op een bepaalde locatie is, maar dat is zo mijn ding niet, als ik iets doe, dan probeer ik het goed te doen, dus kies ik mijn slachtoffers ook wel uit om te terroriseren, de bedoeling van terreur is dat de slachtoffers er last van hebben in elk geval, dus mailterrorisme doe je best bij mensen die aan het werk zijn, en bij voorkeur dan nog bij mensen die het druk hebben op hun werk, die zijn niet zo dik gezaaid, maar je kan ze wel vinden.
Zelf vond ik ze op de gemeentediensten, en op zo’n druilerige dag bombardeer ik die dan ook met mails, uiteraard zijn die mails zinloos, staat er geen nuttige informatie in en zijn de vragen die er in gesteld worden totaal onbelangrijk omdat ik er de antwoorden al van ken, maar dat weten zij niet. Op deze druilerige dag ging het over stickers, stickers die er voor zorgen dat je geen reclame meer in de bus krijgt. Zo’n stickers kan je afhalen op het gemeentehuis, maar bij welke dienst, tja, dat kan je best eerst even uitpluizen wil je niet van hot naar her hoeven te hollen. Dus dat vis je uit per mail, je gaat je maillijst af, op zoek naar mensen die aan het stad werken en stuurt die vervolgens allen dezelfde mail, met dus in dit geval de vraag waar je zo’n sticker kan gaan halen.
Nu is het zo dat in deze gemeente, de diensten behoorlijk werken en ze je dadelijk respons geven op zo’n vragen, je krijgt dus op die kettingmail telkens hetzelfde antwoord, op die dienst, die zit daar, dat gebouw, dat verdiep, die persoon. Blijkt dat ik die persoon ietwat ken, wat het extra lollig maakt om het regenweer te verdrijven. Maar ook op regendagen dien je wel eens buiten te komen, om eten in huis te halen en dergelijke, dat doe je dan op een moment dat die stadsdienst niet open is, zodat je achteraf terug een mail kan sturen om te klagen dat die dienst niet open was, terwijl hij wel open had moeten zijn, het was één minuut na twee uur immers. Na veel vijven en zessen krijg je die mensen dan zelfs zover dat ze, om van je mailgezaag verlost te zijn, tijdens de kantooruren die sticker aan huis komen afleveren.
De sticker hangt nu dus op de deur, wat maakt dat mijn brievenbus niet meer zal uitpuilen in de toekomst en ik heb me een tijdje geamuseerd, op naar een volgend slachtoffer nu, laten we de vdab maar eens proberen, die willen mij volgende week koeieneren, dus vind ik wel dat ik dat nu ook mag doen, als ze daar willen dat ik kom leren een cv opstellen, tja, ik heb geen printer he, dus dan is het wel verstandig dat ik op voorhand al een cv doormail. Maar ... voor elke job heb je eigenlijk een andere cv nodig, die moet aangepast zijn aan de vacature immers. Zie je de bui al hangen ? Time to have some more fun.
vrijdag 4 mei 2007
Het ongeval
Hoewel de weerman vertelt dat de windsnelheid de laatste jaren is afgenomen moet ik hier met regelmaat van een klok aflopen, tegen de wind opboksen bedoel ik, vaak speelt dan ook het nummer van Boudewijn de Groot door mijn kop, de eenzame fietser, met dit verschil dat ik me geen eenzame fietser voel, ik fiets alleen, ja, maar alleen zijn is geen synoniem voor eenzaam zijn. Zeker niet als je weet dat je eenzaam kan zijn terwijl je niet alleen bent. Nu is die wind op zich niet dramatisch, eens je weet uit welke hoek of kant die komt, dan kan je er wat mee spelen en heb je de keuze tussen vertrekken met wind op kop, of terugkomen met wind op kop, je kan uiteraard ook kiezen voor zijwind zowel in het op- als afrijden maar dat is zelden een goede keuze, dat is een technische materie waar toch niemand iets van gaat begrijpen dus zal ik het niet uit de doeken doen.
Meestal hou ik wel rekening met die windrichting, voor ik op tocht ga steek ik mijn neus, en de rest van mijn lijf, even buiten in de tuin om de richting uit te pluizen, de hersencellen schieten daarop in werking en tekenen een parcours uit in mijn hoofd dat ik dan min of meer tracht te volgen, nu ja, het is meer een soort grove richtlijn, echt een doel heb ik zelden, het gaat me om de kilometers, het buiten zijn, het sportieve, het opzoeken en overschrijden van mijn eigen grenzen, maar zelden vertrek ik om ergens naartoe te gaan. Wat nu die wind betreft, dat neusvoelen is dus zinloos he, tegen dat ik van de tuin naar de voordeur ben geslenterd is die immers weer van richting veranderd, dus onderweg komt het er min of meer op neer dat ik altijd wind op kop heb. Uiteraard is dit enkel gevoelsmatig zo, ik geloof niet dat er een of ander ‘ding’ de wind constant met me laat meedraaien om me te jennen, zo narcistisch ben ik nu ook weer niet, net niet.
Neen, het gegeven steeds die wind van voor te voelen heeft louter te maken met de snelheid aan welke ik fiets, koppel dat aan mijn gestalte en het lijkt er dus voortdurend op dat ik moet opboksen tegen die wind, wat maakt dat ik onderweg ook wel regelmatig verbaal van jetje zit te geven tegen diezelfde wind, dat haalt niets uit maar het houdt me bezig als de muziek niet denderend is of als er niet genoeg knappe vrouwenbenen passeren uit de andere richting. Woensdagmiddag is een ideaal fietsmoment wat dat betreft trouwens, zo tussen half twaalf en drie.
Toen ik onlangs zo weer eens aan het opboksen was tegen die wind, de mond ver open om toch maar niet trager te gaan rijden, rechtstaand op de trappers, oerkreten uitbrakend om de wind weg te blazen, toen gebeurde het dus, vanuit een blinde hoek kwam hij op me af, recht op me af met een snelheid die een stuk hoger lag dan normaal, wat kwam door enerzijds mijn snelheid die het vertikte toe te geven aan het geblaas en zijn snelheid, verhoogt door de bries. Ontwijken was niet meer mogelijk gezien de korte afstand en de dubbele snelheid, wie een beetje kunde heeft van fysica snapt wat ik bedoel, wie het niet begrijpt, die heeft pech gehad.
Op het laatste nippertje kon ik mijn hoofd nog wat laten zakken om het allerergste te voorkomen, nu bleef het bij een botsing ter hoogte enfin, pats op dus, mijn zonnebril, gelukkig is die nogal ruim bemeten en van een stevig materiaal, gelukkig voor mij, niet voor mijn tegenligger echter, maar ja, het alternatief was niet in een reflex omlaag duiken en dan was het niet tegen die bril geweest, dan was het in mijn openstaande mond geweest dat de impact had plaatsgevonden. En, hoe graag ik ook vlinders zie fladderen, ze opeten daar bedank ik toch wel voor. Maar ik vrees dat deze vlinder de botsing met het polycarbonaat niet overleefd heeft, ik ben niet gestopt om hem te reanimeren hoor, dat zou zinloos geweest zijn aangezien de helft van zijn lijfje toch nog voor mijn ogen bungelde. Het is een jammerlijke zaak, dat wel, en wie er nu in zijn recht was en wie niet, dat is voer voor verkeersdeskundigen, ik reed in elk geval rechts, of toch bijna, hij vloog volgens mij in elk geval te laag, hoewel de mogelijkheid bestaat dat hetgeen ik fietspad noem eigenlijk een landingsbaan voor vlinders is.
Meestal hou ik wel rekening met die windrichting, voor ik op tocht ga steek ik mijn neus, en de rest van mijn lijf, even buiten in de tuin om de richting uit te pluizen, de hersencellen schieten daarop in werking en tekenen een parcours uit in mijn hoofd dat ik dan min of meer tracht te volgen, nu ja, het is meer een soort grove richtlijn, echt een doel heb ik zelden, het gaat me om de kilometers, het buiten zijn, het sportieve, het opzoeken en overschrijden van mijn eigen grenzen, maar zelden vertrek ik om ergens naartoe te gaan. Wat nu die wind betreft, dat neusvoelen is dus zinloos he, tegen dat ik van de tuin naar de voordeur ben geslenterd is die immers weer van richting veranderd, dus onderweg komt het er min of meer op neer dat ik altijd wind op kop heb. Uiteraard is dit enkel gevoelsmatig zo, ik geloof niet dat er een of ander ‘ding’ de wind constant met me laat meedraaien om me te jennen, zo narcistisch ben ik nu ook weer niet, net niet.
Neen, het gegeven steeds die wind van voor te voelen heeft louter te maken met de snelheid aan welke ik fiets, koppel dat aan mijn gestalte en het lijkt er dus voortdurend op dat ik moet opboksen tegen die wind, wat maakt dat ik onderweg ook wel regelmatig verbaal van jetje zit te geven tegen diezelfde wind, dat haalt niets uit maar het houdt me bezig als de muziek niet denderend is of als er niet genoeg knappe vrouwenbenen passeren uit de andere richting. Woensdagmiddag is een ideaal fietsmoment wat dat betreft trouwens, zo tussen half twaalf en drie.
Toen ik onlangs zo weer eens aan het opboksen was tegen die wind, de mond ver open om toch maar niet trager te gaan rijden, rechtstaand op de trappers, oerkreten uitbrakend om de wind weg te blazen, toen gebeurde het dus, vanuit een blinde hoek kwam hij op me af, recht op me af met een snelheid die een stuk hoger lag dan normaal, wat kwam door enerzijds mijn snelheid die het vertikte toe te geven aan het geblaas en zijn snelheid, verhoogt door de bries. Ontwijken was niet meer mogelijk gezien de korte afstand en de dubbele snelheid, wie een beetje kunde heeft van fysica snapt wat ik bedoel, wie het niet begrijpt, die heeft pech gehad.
Op het laatste nippertje kon ik mijn hoofd nog wat laten zakken om het allerergste te voorkomen, nu bleef het bij een botsing ter hoogte enfin, pats op dus, mijn zonnebril, gelukkig is die nogal ruim bemeten en van een stevig materiaal, gelukkig voor mij, niet voor mijn tegenligger echter, maar ja, het alternatief was niet in een reflex omlaag duiken en dan was het niet tegen die bril geweest, dan was het in mijn openstaande mond geweest dat de impact had plaatsgevonden. En, hoe graag ik ook vlinders zie fladderen, ze opeten daar bedank ik toch wel voor. Maar ik vrees dat deze vlinder de botsing met het polycarbonaat niet overleefd heeft, ik ben niet gestopt om hem te reanimeren hoor, dat zou zinloos geweest zijn aangezien de helft van zijn lijfje toch nog voor mijn ogen bungelde. Het is een jammerlijke zaak, dat wel, en wie er nu in zijn recht was en wie niet, dat is voer voor verkeersdeskundigen, ik reed in elk geval rechts, of toch bijna, hij vloog volgens mij in elk geval te laag, hoewel de mogelijkheid bestaat dat hetgeen ik fietspad noem eigenlijk een landingsbaan voor vlinders is.
dinsdag 1 mei 2007
Marktkramers
Ooit zong er iemand, hmmm oke, zingen is subjectief, dat hij geboren was als marktkramer. Als mijn geheugen me niet voor de gek houdt heb ik ooit iemand gekend die marktkramer was of geweest was, maar het geheugen is niet goed genoeg om me nog te herinneren wie het was en hoe het in elkaar stak, maar het is ook geheel onbelangrijk. De meeste dingen zijn overigens onbelangrijk.
Door onvoorziene ontwikkelingen werd het vandaag een solo-fietsdag en geen dag waarop ik met een stel kabaalmakers de streek onveilig maakte, het heeft zijn voordelen uiteraard wel, ik heb me eens goed kunnen uitleven, vechten tegen de wind, brommertjes achterna zitten, een pijnlijk achterste (ha neen, dat is geen voordeel), teint een beetje bijgewerkt, iPod op het kopje en toeren maar, waar ik overal gezeten heb weet ik niet eens en het kan me ook geen ... schelen, maar het moet in de buurt van Brugge zijn geweest, enfin, er stonden toch regelmatig bordjes met de afstand tot Brugge en dat was toen nog maar een vijftien km, maar ik heb niets te zoeken in Brugge momenteel dus ben ik maar op de tussenbaantjes gebleven, tussendoor een paar terrasjes meegepikt om even uit te puffen, maar vooral om eens een frisse pint naar binnen te klokken. Als ik me dan zo op een terrasje zet, in vol ornaat met die sexy spandexjes, begint na een paar seconden het zweet in beekjes te stromen. Vermoedelijk is het absoluut geen zicht, maar aangezien ik toch nooit iemand tegenkom die me kent trek ik me ook daar geen barst van aan.
Zo kwam het dat ik vanmiddag ergens op een terras zat waar het markt was, waar het was, geen idee van dus, ergens in west-fluuteren in elk geval. En dan krijg je een theaterscene op je terras tussen twee van die marktkramers, het duurde even voor ik doorhad hoe de vork aan de steel zat maar na een aantal vijven en zessen werd het wel duidelijk dat de ene, een verkoper van dameskledij, zijn stand een metertje te ver op de baan had gezet, wat maakte dat de verkoper van aardbeien zo'n klein beetje heel boos was. Eigenlijk was het typisch haantjesgedrag, roepen, tieren, op een paar cm van elkaar gaan staan om indruk op elkaar te maken, best grappig om zien hoor, terwijl je zoiets normaal gezien kan oplossen door tegen de 'overtreder' even te melden dat hij te ver staat en dus een deel van je plek inneemt. Tot een handgemeen is het niet gekomen gelukkig, nu was het gewoon grappig om volgen, ik kader het maar in het teken van de volle maan, dan doen mensen wel eens gek, hebben ze een kortere lont. Of het er nu echt iets mee van doen heeft is niet wetenschappelijk bewezen voor zover ik weet, maar het is me al vaker opgevallen dat volle maan nadelige invloeden heeft op intermenselijke contacten. Misschien moet ik er maar eens een soort studie van maken, maar hoe begin je daar aan ? Door elk gesprek, hoe futiel ook, te noteren in een boekje, waarin je dan ook nog eens de maanstand noteert ? En in hoeverre is zoiets representatief ? Dat kan een goede methode zijn als je dagelijks tientallen gesprekken voert, als je maar omgaat met een heel beperkt aantal personen, dan lijkt het me van geen statistische waarde te zijn. Geen goed idee dus, tenzij dus om de tijd te verdrijven, maar ik heb zo niet de behoefte om de tijd te verdrijven, ik verveel me eigenlijk nooit denk ik, mja, eventueel af en toe 's nachts als ik niet kan slapen, te moe ben om te lezen en het nieuws al zeven keer heb gezien, maar verder kan ik me altijd wel met van alles en nog wat bezig houden, fietsen, tuinieren, ambetant doen, studeren, opzoeken tegen welke geluidsgolven mechelse herders niet tegen kunnen, ik heb daar overigens nog niets over gevonden en dat werkt af en toe op mijn zenuwen want ik heb wel zin om zoiets in elkaar te prutsen zodat die beesten hun geblaf ophoudt, als ik dan nog iets kan bedenken dat er voor zorgt dat er geen vliegtuigen meer overvliegen, zeker 's nachts niet, dat zou helemaal prachtig zijn, want ze storen wel. Ok, het went en het valt binnen nog nauwelijks op, maar als ik buiten zit tijdens een slapeloze nacht, dan wil ik sterren zien en beestjes horen, geen straalmotoren met bijbehorende lichtjes. Wat wel een voordeel daarvan is, is dat het me nu een stuk duidelijker is dat mensen die niet gewend zijn zo'n dingen te zien ze kunnen aanzien als ware het UFO's.
Daar hoor je de laatste jaren weer weinig van overigens, UFO's, dat is zoiets dat met periodes lijkt te gaan, jarenlang hoor of lees je er niets of amper iets over,en dan is er plots een vloedgolf. Ha ja, modieus zou zijn om vloedgolf te vervangen door tsunami zeker ? Maar ik en mode ... het gaat niet samen, ik ben ik immers, mode kan me gestolen worden, zowel naar kledij toe als naar woordgebruik en al die dingen toe.
Shit, ben mijn draad kwijt, tijd voor een martini in de tuin, zonder vliegtuigen maar met een volle maan.
Door onvoorziene ontwikkelingen werd het vandaag een solo-fietsdag en geen dag waarop ik met een stel kabaalmakers de streek onveilig maakte, het heeft zijn voordelen uiteraard wel, ik heb me eens goed kunnen uitleven, vechten tegen de wind, brommertjes achterna zitten, een pijnlijk achterste (ha neen, dat is geen voordeel), teint een beetje bijgewerkt, iPod op het kopje en toeren maar, waar ik overal gezeten heb weet ik niet eens en het kan me ook geen ... schelen, maar het moet in de buurt van Brugge zijn geweest, enfin, er stonden toch regelmatig bordjes met de afstand tot Brugge en dat was toen nog maar een vijftien km, maar ik heb niets te zoeken in Brugge momenteel dus ben ik maar op de tussenbaantjes gebleven, tussendoor een paar terrasjes meegepikt om even uit te puffen, maar vooral om eens een frisse pint naar binnen te klokken. Als ik me dan zo op een terrasje zet, in vol ornaat met die sexy spandexjes, begint na een paar seconden het zweet in beekjes te stromen. Vermoedelijk is het absoluut geen zicht, maar aangezien ik toch nooit iemand tegenkom die me kent trek ik me ook daar geen barst van aan.
Zo kwam het dat ik vanmiddag ergens op een terras zat waar het markt was, waar het was, geen idee van dus, ergens in west-fluuteren in elk geval. En dan krijg je een theaterscene op je terras tussen twee van die marktkramers, het duurde even voor ik doorhad hoe de vork aan de steel zat maar na een aantal vijven en zessen werd het wel duidelijk dat de ene, een verkoper van dameskledij, zijn stand een metertje te ver op de baan had gezet, wat maakte dat de verkoper van aardbeien zo'n klein beetje heel boos was. Eigenlijk was het typisch haantjesgedrag, roepen, tieren, op een paar cm van elkaar gaan staan om indruk op elkaar te maken, best grappig om zien hoor, terwijl je zoiets normaal gezien kan oplossen door tegen de 'overtreder' even te melden dat hij te ver staat en dus een deel van je plek inneemt. Tot een handgemeen is het niet gekomen gelukkig, nu was het gewoon grappig om volgen, ik kader het maar in het teken van de volle maan, dan doen mensen wel eens gek, hebben ze een kortere lont. Of het er nu echt iets mee van doen heeft is niet wetenschappelijk bewezen voor zover ik weet, maar het is me al vaker opgevallen dat volle maan nadelige invloeden heeft op intermenselijke contacten. Misschien moet ik er maar eens een soort studie van maken, maar hoe begin je daar aan ? Door elk gesprek, hoe futiel ook, te noteren in een boekje, waarin je dan ook nog eens de maanstand noteert ? En in hoeverre is zoiets representatief ? Dat kan een goede methode zijn als je dagelijks tientallen gesprekken voert, als je maar omgaat met een heel beperkt aantal personen, dan lijkt het me van geen statistische waarde te zijn. Geen goed idee dus, tenzij dus om de tijd te verdrijven, maar ik heb zo niet de behoefte om de tijd te verdrijven, ik verveel me eigenlijk nooit denk ik, mja, eventueel af en toe 's nachts als ik niet kan slapen, te moe ben om te lezen en het nieuws al zeven keer heb gezien, maar verder kan ik me altijd wel met van alles en nog wat bezig houden, fietsen, tuinieren, ambetant doen, studeren, opzoeken tegen welke geluidsgolven mechelse herders niet tegen kunnen, ik heb daar overigens nog niets over gevonden en dat werkt af en toe op mijn zenuwen want ik heb wel zin om zoiets in elkaar te prutsen zodat die beesten hun geblaf ophoudt, als ik dan nog iets kan bedenken dat er voor zorgt dat er geen vliegtuigen meer overvliegen, zeker 's nachts niet, dat zou helemaal prachtig zijn, want ze storen wel. Ok, het went en het valt binnen nog nauwelijks op, maar als ik buiten zit tijdens een slapeloze nacht, dan wil ik sterren zien en beestjes horen, geen straalmotoren met bijbehorende lichtjes. Wat wel een voordeel daarvan is, is dat het me nu een stuk duidelijker is dat mensen die niet gewend zijn zo'n dingen te zien ze kunnen aanzien als ware het UFO's.
Daar hoor je de laatste jaren weer weinig van overigens, UFO's, dat is zoiets dat met periodes lijkt te gaan, jarenlang hoor of lees je er niets of amper iets over,en dan is er plots een vloedgolf. Ha ja, modieus zou zijn om vloedgolf te vervangen door tsunami zeker ? Maar ik en mode ... het gaat niet samen, ik ben ik immers, mode kan me gestolen worden, zowel naar kledij toe als naar woordgebruik en al die dingen toe.
Shit, ben mijn draad kwijt, tijd voor een martini in de tuin, zonder vliegtuigen maar met een volle maan.
Abonneren op:
Reacties (Atom)
