Voor ik het goed besefte, was de week weer voorbij, de dagen leken telkens korter te worden, terwijl ze net aan het lengen waren, de nachten leken als altijd, donker en slapeloos, er waren dus nog zekerheden in het leven.
Zo was er de zekerheid dat de terrasjes vol zouden zitten, de zon liet zich van haar beste kant bewonderen, de wind had een dagje vrijaf genomen en de wolken, die waren toch al een tijdje op reis ondertussen, maar niemand wist waar naartoe of voor hoe lang. Op zich was er ook niemand die zich er iets van aantrok, een eenzame boer even terzijde gelaten, maar die boer stond al jaren langs de kant van de weg dus die had geen klagen, of toch geen zinvolle reden om te klagen.
Op zulke dagen lopen de meeste mensen er vrolijker bij dan op grijze dagen, ergens vinden we dat normaal, maar is dat wel zo normaal ? Op werkdagen is het toch aangenamer dat het slecht weer is, dat het regent dat het giet, dat het stormt, guur is, je zit toch maar op je werk, dus wat maakt het uit ? En toch heeft die zon een grote invloed op het humeur. Zo ook op de jogster.
Ik zag haar komen aanlopen van in de verte, het is een soort zevende zintuig om dergelijke dingen op te merken, ditmaal bleef ik rustig zitten waar ik zat, ik zat op zich niet slecht en daar kwam nog eens bij dat ik in gezelschap zat, om dan even weg te gaan uit dat gezelschap, het leek me niet al te sympathiek en het is wel mijn ambitie om sympathiek over te komen. Image-building noemen we dat met een mooi woord, nu ja, mooi en woord ... wanneer is een woord eigenlijk mooi ? Als het eenvoudig is, als het duidelijk is, als het niet gangbaar is ? Wanneer is een mens mooi ?
Toen ze dicht genoeg genaderd was, deed ik mijn zonnebril een halve slag omhoog, haalde mijn verleidelijkste glimlach boven en riep haar vriendelijk gedag toe, ze draaide haar hoofd naar me en lachte me breeduit toe waarop ze me enthousiast van repliek diende. Ik viel bijna van mijn stoel van verbazing, ik was immers gewoon in een zotte bui en had zin om tegen zowat iedereen een goede dag te zeggen, meer was het niet en ik kende het mens dus ook niet. Maar, mijn gezelschap dacht daar dus anders over. Ik heb toen ook geleerd dat je in het bijzijn van een vrouw, zelfs al is het je ex, best geen goededag wenst aan vrouwen die je niet kent.
Wat ik ook zei of deed, ze geloofde dus niet dat ik die jogster niet kende. Van waar ken je die, was het er een van één nacht of van meerdere nachten, ... dergelijke vragen werden op me afgevuurd, het pistool in aanslag. Tja, en ik kon zeggen en doen wat ik wou, maar dat ik haar niet kende en nog nooit gezien had, neen hoor, dat behoorde niet tot de mogelijkheden. En als er nu iets is, waar ik niet tegen kan, dan is het wel dat men me er van verdenkt te liegen terwijl het niet zo is. Dus zat er maar één ding op, ik moest die jogster er bijhalen om de zaak uit te klaren.
Ik sprong op mijn kanarie en sjeesde haar achterna, ze was nog in het zicht dus ik was er op een wip, jammer want ik ben zo niet het type voor vluggertjes. Het meisje, de jonge vrouw, glimlachte weer breeduit naar me, wat een gezichtje, wat een lach, ik voelde me plots tien jaar jonger. Ik legde haar het probleem voor en ze vond het wel grappig, dus draaide ze zich om en liep naar het terrasje waar we zaten. Ze had haar kilometers toch ongeveer gelopen dus ze mocht wel even pauzeren van zichzelf. Ze zette zich bij ons aan tafel en ik stelde haar voor als “de jogster”. Mijn ex stelde ik voor als “ongelovige ex die denkt dat ik met iedereen in mijn bed kruip”.
Toen de jogster mijn ex had overtuigd van ons niet-kennen, konden we eindelijk kennis maken, mijn ex begreep de stille hint die ik haar gaf – een ferme stamp onder tafel – en besloot naar haar huis te gaan. Tja, daar zaten we dan, de eenzame fietser en de eenzame jogster, niet dat we eenzaam waren, we hadden immers elkaar, maar we waren solitair op het gebied van beweging, en daar ging het gesprek dan ook over, over die solitariteit en ook wel de solidariteit tussen bewegers. Nadat we genoeg gedronken hadden om het verschil tussen links en rechs in twijfel te kunnen trekken besloten we om nog wat te gaan bewegen, maar we zouden er een experiment van maken, we wilden wel eens weten of samen bewegen nu leuker is dan solitair bewegen, dus zij zette het op een drafje en ik reed naast haar, maar dat bleek toch ook niet zo’n denderend idee te zijn, zij hijgde en pufte, zweette zich te pletter, en ik viel bijna in slaap door de traagheid, maar ik had dan ook wielen en zij niet.
Dan maar een andere beweging proberen, opperde ik, en al hijgend gaf ze aan dat het misschien geen slecht idee was. Ik nam haar mee naar huis, stopte haar in de douche en ging haar kleren wassen in de wasserij, ze kon wel even een badjas van me aandoen, hoewel, het was warm genoeg dus eigenlijk was het niet nodig. Nu nog een beweging vinden die we samen konden doen, geen eenvoudige opgave als je elkaar absoluut niet kent. Ik gaf haar een verfborstel, nam er zelf ook eentje en een pot verf. We hebben ons goed geamuseerd, dat in elk geval, en hebben gezamenlijk besloten om vaker af te spreken en telkens een andere beweging uit te proberen tot we iets vinden waarbij we beiden het ‘waaauw-gevoel’ hebben. En zo raakt de boel hier ooit wel klaar.
donderdag 26 april 2007
zaterdag 21 april 2007
Vlinders
Gedragen door de wind zweven ze, van Oost naar West, van Zuid naar Noord, van hot naar her zweven ze, de fragiele diertjes waar men me vorig jaar veel over heeft geleerd, hoe ze leven, hoe ze sterven, hoe het komt dat hun vleugels vervalen, ja het zijn toffe diertjes en ik zou er gerust een tuin van vol willen hebben, hoe meer hoe liever.
Vandaag was er eentje die er uitsprong, hij was niet bijster groot, eerder aan de kleine kant, de kleur was vleeskleurig, ook niet het meest spektaculaire patroon dat je je kan inbeelden bij vlinders, maar toch, hij had wel iets. Ik zag hem toen ik een terras aan het doen was en de kids in de speeltuin op de trampoline aan het springen waren, het was een uurtje van rust, verbale rust vooral, andere rust had ik niet nodig, integendeel, ik was onderweg al bijna in slaap gevallen door hun inertie. Maar plots was ik dus terug wakker, toen ik een tweede Palm bestelde, toen viel hij me immers op.
Eerder die middag was de nieuwe serveuse me al opgevallen, vermoedelijk een jobstudente en best een knap kind, maar dus wel een kind he, twintig, maximum, geen spek voor mijn bek dus, maar zet een schoon snoetje voor mijn neus en ik zal er wel naar kijken hoor, daarvoor ben ik nog net genoeg "man". Ik ga trouwens zowat altijd naar dezelfde speeltuin met mijn kids, ergens in de buurt van Ieper is dat, niet omdat die speeltuin zo geweldig bijzonder fantastisch is, wel omdat naar een speeltuin gaan nu niet bepaald opwindend is voor me en ik toch ook wel graag iets van amusement heb, dat heb ik dus op weg daar naartoe, paar molshoopjes dat we dan over moeten fietsen, of doen zoals vandaag, niet rechtstreeks naar daar fietsen maar een grandiose omweg maken via Komen, Houthem, en zo nog wat van die maffe plaatsen. Even speelde ik nog met de idee om ze mee over de Kemmel te nemen, maar mijn kids en bergop rijden ... neen, dat loopt dus nog niet.
Onderweg hoor ik ze wel eens zuchten en klagen, dat ze moe worden, van die dingen, maar normaal gezien is dat perfect negeerbaar en dus ook vandaag, wel een keer moeten stoppen omdat een van die twee zijn trui wou uitdoen. Ook wel gigantisch dom om met dit weer een trui aan te doen, maar goed, wat dat betreft trekken ze voor mijn part hun plan hoor, ik ga er alleen niet mee zeulen, dat is hun eigen verantwoordelijkheid. Maar zodra je er dan mee in de speeltuin bent, dan is er van die moeheid niets meer te merken, ik heb ze in elk geval niet meer gezien tot ik ze ging halen, ja heel even toen ze kwamen drinken. En horen ... het viel mee, de speeltuin is ook wel een eindje van het terras, dat helpt. Dus zat ik daar maar wat te zitten, op een terras vol gepensioneerden die met hun kleinkinderen op stap waren, geen muziek bij, geen leesvoer bij, nada, al goed dat die serveuse er dus rondliep, dat gaf nog ietwat afleiding.
En toen kwam dus die vlinder, op ooghoogte verscheen hij plots. Ik vroeg haar of ze geen schrik had dat hij zou gaan vliegen, maar ze antwoordde redelijk bits dat die daar altijd zou blijven. Gelukkig beestje, dacht ik even, maar toen besefte ik dat ik veel gelukkiger was dan dat beestje, dat mocht immers enkel op die plaats blijven zitten, zo net onder de broeksband, neen, het zou toch niets voor mij zijn, ik moet een heel lichaam kunnen verkennen wil ik me prettig voelen met dat lichaam, ik moet mijn handen kunnen laten dwalen over een hele ruggegraat, uitpluizen waar de kietelplekjes zijn, welke plekjes opwindend gevonden worden, van die dingen, een lichaam is als een planeet of continent, als je je tijd neemt om het goed te verkennen, als je niet-invasief te werk gaat, dan ontdek je telkens opnieuw schatten van plaatsjes, leer je elke keer iets bij, tot jij en dat lichaam geheel op elkaar ingespeeld zijn, dan is er totale harmonie, dan valt het verschil tussen jezelf en de ander voor een deel weg, dan smelt je samen en voel je de ander, zelfs al ben je op dat moment niet bij elkaar, het is een interactie van lichaam, geest en gevoel waarbij de drie elementen elkaar aanvullen. Dus deze vlinder, hij was mooi, maar ik benijd hem niet, ik heb meer dan ik me ooit had kunnen wensen, wat zou ik dan nog iets of iemand anders benijden ? Ik kan hoogstens mezelf benijden.
Vandaag was er eentje die er uitsprong, hij was niet bijster groot, eerder aan de kleine kant, de kleur was vleeskleurig, ook niet het meest spektaculaire patroon dat je je kan inbeelden bij vlinders, maar toch, hij had wel iets. Ik zag hem toen ik een terras aan het doen was en de kids in de speeltuin op de trampoline aan het springen waren, het was een uurtje van rust, verbale rust vooral, andere rust had ik niet nodig, integendeel, ik was onderweg al bijna in slaap gevallen door hun inertie. Maar plots was ik dus terug wakker, toen ik een tweede Palm bestelde, toen viel hij me immers op.
Eerder die middag was de nieuwe serveuse me al opgevallen, vermoedelijk een jobstudente en best een knap kind, maar dus wel een kind he, twintig, maximum, geen spek voor mijn bek dus, maar zet een schoon snoetje voor mijn neus en ik zal er wel naar kijken hoor, daarvoor ben ik nog net genoeg "man". Ik ga trouwens zowat altijd naar dezelfde speeltuin met mijn kids, ergens in de buurt van Ieper is dat, niet omdat die speeltuin zo geweldig bijzonder fantastisch is, wel omdat naar een speeltuin gaan nu niet bepaald opwindend is voor me en ik toch ook wel graag iets van amusement heb, dat heb ik dus op weg daar naartoe, paar molshoopjes dat we dan over moeten fietsen, of doen zoals vandaag, niet rechtstreeks naar daar fietsen maar een grandiose omweg maken via Komen, Houthem, en zo nog wat van die maffe plaatsen. Even speelde ik nog met de idee om ze mee over de Kemmel te nemen, maar mijn kids en bergop rijden ... neen, dat loopt dus nog niet.
Onderweg hoor ik ze wel eens zuchten en klagen, dat ze moe worden, van die dingen, maar normaal gezien is dat perfect negeerbaar en dus ook vandaag, wel een keer moeten stoppen omdat een van die twee zijn trui wou uitdoen. Ook wel gigantisch dom om met dit weer een trui aan te doen, maar goed, wat dat betreft trekken ze voor mijn part hun plan hoor, ik ga er alleen niet mee zeulen, dat is hun eigen verantwoordelijkheid. Maar zodra je er dan mee in de speeltuin bent, dan is er van die moeheid niets meer te merken, ik heb ze in elk geval niet meer gezien tot ik ze ging halen, ja heel even toen ze kwamen drinken. En horen ... het viel mee, de speeltuin is ook wel een eindje van het terras, dat helpt. Dus zat ik daar maar wat te zitten, op een terras vol gepensioneerden die met hun kleinkinderen op stap waren, geen muziek bij, geen leesvoer bij, nada, al goed dat die serveuse er dus rondliep, dat gaf nog ietwat afleiding.
En toen kwam dus die vlinder, op ooghoogte verscheen hij plots. Ik vroeg haar of ze geen schrik had dat hij zou gaan vliegen, maar ze antwoordde redelijk bits dat die daar altijd zou blijven. Gelukkig beestje, dacht ik even, maar toen besefte ik dat ik veel gelukkiger was dan dat beestje, dat mocht immers enkel op die plaats blijven zitten, zo net onder de broeksband, neen, het zou toch niets voor mij zijn, ik moet een heel lichaam kunnen verkennen wil ik me prettig voelen met dat lichaam, ik moet mijn handen kunnen laten dwalen over een hele ruggegraat, uitpluizen waar de kietelplekjes zijn, welke plekjes opwindend gevonden worden, van die dingen, een lichaam is als een planeet of continent, als je je tijd neemt om het goed te verkennen, als je niet-invasief te werk gaat, dan ontdek je telkens opnieuw schatten van plaatsjes, leer je elke keer iets bij, tot jij en dat lichaam geheel op elkaar ingespeeld zijn, dan is er totale harmonie, dan valt het verschil tussen jezelf en de ander voor een deel weg, dan smelt je samen en voel je de ander, zelfs al ben je op dat moment niet bij elkaar, het is een interactie van lichaam, geest en gevoel waarbij de drie elementen elkaar aanvullen. Dus deze vlinder, hij was mooi, maar ik benijd hem niet, ik heb meer dan ik me ooit had kunnen wensen, wat zou ik dan nog iets of iemand anders benijden ? Ik kan hoogstens mezelf benijden.
vrijdag 20 april 2007
Smurfen
Toen ik vanmorgen, veel te laat, opstond, was het een dag zoals ze deze maand al alle zijn geweest, zonnig, droog, blauwe hemel, het lijkt wel zomer terwijl het maar midden april is, laat ik daar maar eind april van maken, dan ziet mijn financiële toestand er iets minder belabberd uit. Vandaag zou het echter een drukke winkeldag worden, geen tuindag, geen fietsdag, geen reisdag, gewoon winkeldag, met de winkelfiets en een bankrekening die al in het rood staat. Wat doe je dan ? Bah, je gaat winkelen he, nieuw beddegoed halen, speelgoed voor de apen, grote steps voor hun acrobatiedingen, als je dood bent, dan heb je ook niets meer aan die cijfertjes en ik heb nog een gezonde reserve immers.
Een deel van de spullen die ik nodig had moest ik gaan halen op een twintig km van hier, en jammer genoeg voor mij waren dat net de zware dingen, de steps dus, grote steps, waar ook volwassenen op mogen steppen. Na wat omwegen en verwarde wegadviezen toch de winkel gevonden die ik zocht en zelfs de dingen die ik nodig had en dan moet je nog terug ook uiteraard, met die gevaartes, dat gewicht, in tijdsnood, een race tegen de tijd.
Als je tegen de tijd racet, dan moet je risico's nemen, als je je fiets zwaar belast naar gewicht toe, dan reageert die anders dan dat hij normaal zou doen, de remweg wordt langer, veeeel langer, de bochten kan je niet meer deftig aansnijden, het is dus aanpassen, maar dat heb je niet door als je vertrekt en al zeker niet als je gehaast bent. Ik heb dat toch niet door, maar ik heb dan ook weinig tot geen fietservaring. Ja, dat is sarcasme.
Op een bepaald moment moest ik door het centrum van de grootste stad aan deze kanten, Kortrijk dus, daar kwam ik er pas achter dat remmen iets lastiger is met zo'n gewicht, met alle gevolgen vandien. De voetgangers waren nog net op tijd uit de weg, gelukkig maar en auto's mogen daar niet rijden of niet dwarsen, ik heb er in elk geval geen gezien, tot aan de volgende bocht, die voor het stadhuis waar ik naar links moest, er stond daar een auto in de bocht stil om voetgangers te laten oversteken. Tja, stoppen lukte me ook daar niet meer, en de bocht haalde ik ook niet meer vanwege een te hoge snelheid dus dan knal je dat voetpad maar op en hoopt dat je niemand raakt, er geen paaltjes in de weg staan en je zo snel mogelijk terug op de straat kan gaan rijden. Dat liep wel, het was even schrikken, maar niet problematisch. Dan langs het gerechtshof en daar weerom naar links, tegen de richting in, dat is de kortste weg naar de Leie, vervolgens rechtsop en dan maar op de baan rijden want dat fietspad trekt op geen zak door de werken die ze aan het doen zijn.
Alles liep prima, dacht ik, tot ik aan de Meensepoort kwam en voor het rood stond te wachten. Achter me hoor ik de deur van een auto dichtslaan en voor ik het besef staat er zo'n blauw ventje naast me, een smurf is dan het eerste dat ik denk, maar hij had geen witte of rode muts op, het is ook maar goed dat ik hem niet begroet heb met "Dag smurf". Hij sprak me vriendelijk aan, terwijl degenen die naar rechts moesten al mochten doorrijden. "Kan je dadelijk, na het kruispunt even stoppen aan die bushalte ?" "Ja hoor, geen enkel probleem, agent. Is er iets ?" Zet je dadelijk maar even daar want het is groen ondertussen, klonk het ietwat nors.
Een beetje verwonderd, ik sta immers nooit stil bij mijn eigen gedrag, doe ik dan maar wat me gevraagd wordt. Zou er iets mis zijn met mijn lading ? Die steekt toch niet uit ? Ja, ok, ze steekt wel uit, maar enkel naar boven, niet naar opzij of naar achter dus dat mag toch ? En ik heb geen tijd voor gedoe ook niet trouwens, ik moet de apen van school halen, die is binnen een half uur of zo uit en dat is nog dik tien km van hier. Idioten, hou je met nuttige dingen bezig, of geef me anders een lift in je combi, fiets achterin, dat zou moeten kunnen op zich. Goed, ik zet me aan de kant, of op de kant, hoe je het ook wil noemen en wacht dan maar tot die vent terug uitstapt.
"Heb je ooit van verkeersregels gehoord ?" Euh, ja, tuurlijk. Waarom vraag je dat ? is mijn logische respons, ik ben me van geen kwaad bewust. Oke, ik heb net naast het fietspad gereden, maar kuis dat dan ook op he zeg. "Mijnheer, u hebt zowat elke verkeersregel overtreden die er bestaat." Hij lijkt het nog te menen ook. Ik stamel maar wat en vraag uiteindelijk waar hij het over heeft. Ha ja, ik ga niets toegeven dat ze misschien niet weten he, het zijn maar smurfen hoor, geen mensen waar ik mee omga, tegen smurfen mag je dingen verzwijgen of anders voorstellen, enfin, ik mag dat van mezelf in elk geval, dat is euh creatief zijn met de waarheid of zo.
Hij maakt een opsomming van mijn overtredingen. "Op de markt ben je daar het rood gereden. Daarna heb je op het voetpad gereden." Ik onderbreek hem en vertel dat ik een inschattingsfout heb gemaakt door het gewicht van de bagage, dat het me maar dat ik echt niet meer kon stoppen voor dat licht en dat ik gewoon uit de bocht ben gevlogen door mijn snelheid. "Mag ik even uitspreken ?", vraagt hij op gebiedende toon. "Ja, uiteraard, sorry" komt er nauwelijks hoorbaar uit mijn strot.
"Vervolgens ben je tegen de rijrichting door die straat gereden en daarna heb je hier op de baan maar even op de rijweg gereden want een fietspad is wellicht niet goed genoeg voor je. Wat heb je daar op te zeggen ?" exclameert hij.
Oh shit, I'm in fucking trouble denk ik bij mezelf. Goh, mijnheer de agent, steek ik van wal, ik heb inderdaad wel wat overtredingen begaan, voor dat rode licht kon ik echt niet meer stoppen, ik heb het gewicht en dus ook de remweg verkeerd ingeschat, in die bocht had ik hetzelfde probleem. Het zit namelijk zo, ik moet binnen een dik kwartier mijn kinderen van school halen in Menen en ja, dan is het doorfietsen he, om dat nog te halen. Normaal is dat geen probleem zoiets, maar met die gevaartes in die tassen ... En dat ik hier op de baan heb gereden, dat is omdat dit fietspad momenteel niet berijdbaar is als je sneller dan tien km per uur rijdt, dat zit vol met gaten en zo, dat komt door die werken maar het is echt niet berijdbaar. Dat ik tegen de richting was gereden, dat had ik niet gezien, voor de rest geef ik u volledig gelijk, maar tja, nogmaals ik zou binnen een kwartier daar moeten zijn, ik hoop dat u daar een beetje rekening mee kan houden, hoewel mijn verkeersgedrag inderdaad wel ondermaats was.
Hij begon, tijdens mijn uitleg danig te fronsen, zodanig dat ik even dacht dat hij aan het muteren was. "Denkt u nu echt dat u binnen een kwartier aan die school gaat geraken ?" Euhm ... ik hoop het, het hangt er allemaal wat van af, als ik kan doorfietsen dan kan het nog net lukken, ik ga hier dadelijk langs de Leie fietsen, daar zijn er geen verkeerslichten en dan ik goed doorrijden, misschien dat ik het nog net haal. Tenzij u me mee naar uw bureau moet nemen uiteraard, dan heb ik een groot probleem want er is niemand die ik kan contacteren om de kinderen in mijn plaats te gaan halen. Ik ratel maar lekker door en het lijkt te helpen, of net niet ? Hij roept er zijn collega bij en vertelt hem het verhaal in korte lijnen. Vervolgens schieten ze beide hard in de lach. "Goed, we zullen je geloven voor deze keer, we zien ook wel dat je spullen bij je hebt die voor kinderen bedoeld zijn, maar ik geloof toch niet dat je nog op tijd gaat zijn hoor." Ondertussen staan ze daar beide te lachen alsof ze voor het eerst in maanden een grap hebben gehoord. Ik bedank hen vriendelijk en zet me weer in gang, rechststaand op de trappers om snel snelheid te maken, er komt een bromfiets aan, zo eentje die 25 mogen, of is dat ondertussen 30 ? Geen idee van maar die rijdt me verdorie voorbij. Shit, ga ik dan zo traag, denk ik bij mezelf. Kom, zo haal ik het niet hoor, nog even recht op de trappers, die snelheid moet omhoog. Ik rijd de bromfietser terug voorbij terwijl de combi me achtervolgt, ze volgend de zelfde weg in elk geval. En dan steek ik de baan over, mis bijna mijn bocht daarbij, weeral en zo zijn we op het fietspad aan de Leie. Oef ! Crossen, crossen, crossen, maar ik was wel degelijk op tijd, alleen een klein beetje buiten adem. Wat weten smurfen nu van fietstijden ? Niets dus he. Daarom ook dat je ze smurf mag noemen. Maar toch, bedankt hoor smurfjes, het had me een smak geld kunnen kosten.
Een deel van de spullen die ik nodig had moest ik gaan halen op een twintig km van hier, en jammer genoeg voor mij waren dat net de zware dingen, de steps dus, grote steps, waar ook volwassenen op mogen steppen. Na wat omwegen en verwarde wegadviezen toch de winkel gevonden die ik zocht en zelfs de dingen die ik nodig had en dan moet je nog terug ook uiteraard, met die gevaartes, dat gewicht, in tijdsnood, een race tegen de tijd.
Als je tegen de tijd racet, dan moet je risico's nemen, als je je fiets zwaar belast naar gewicht toe, dan reageert die anders dan dat hij normaal zou doen, de remweg wordt langer, veeeel langer, de bochten kan je niet meer deftig aansnijden, het is dus aanpassen, maar dat heb je niet door als je vertrekt en al zeker niet als je gehaast bent. Ik heb dat toch niet door, maar ik heb dan ook weinig tot geen fietservaring. Ja, dat is sarcasme.
Op een bepaald moment moest ik door het centrum van de grootste stad aan deze kanten, Kortrijk dus, daar kwam ik er pas achter dat remmen iets lastiger is met zo'n gewicht, met alle gevolgen vandien. De voetgangers waren nog net op tijd uit de weg, gelukkig maar en auto's mogen daar niet rijden of niet dwarsen, ik heb er in elk geval geen gezien, tot aan de volgende bocht, die voor het stadhuis waar ik naar links moest, er stond daar een auto in de bocht stil om voetgangers te laten oversteken. Tja, stoppen lukte me ook daar niet meer, en de bocht haalde ik ook niet meer vanwege een te hoge snelheid dus dan knal je dat voetpad maar op en hoopt dat je niemand raakt, er geen paaltjes in de weg staan en je zo snel mogelijk terug op de straat kan gaan rijden. Dat liep wel, het was even schrikken, maar niet problematisch. Dan langs het gerechtshof en daar weerom naar links, tegen de richting in, dat is de kortste weg naar de Leie, vervolgens rechtsop en dan maar op de baan rijden want dat fietspad trekt op geen zak door de werken die ze aan het doen zijn.
Alles liep prima, dacht ik, tot ik aan de Meensepoort kwam en voor het rood stond te wachten. Achter me hoor ik de deur van een auto dichtslaan en voor ik het besef staat er zo'n blauw ventje naast me, een smurf is dan het eerste dat ik denk, maar hij had geen witte of rode muts op, het is ook maar goed dat ik hem niet begroet heb met "Dag smurf". Hij sprak me vriendelijk aan, terwijl degenen die naar rechts moesten al mochten doorrijden. "Kan je dadelijk, na het kruispunt even stoppen aan die bushalte ?" "Ja hoor, geen enkel probleem, agent. Is er iets ?" Zet je dadelijk maar even daar want het is groen ondertussen, klonk het ietwat nors.
Een beetje verwonderd, ik sta immers nooit stil bij mijn eigen gedrag, doe ik dan maar wat me gevraagd wordt. Zou er iets mis zijn met mijn lading ? Die steekt toch niet uit ? Ja, ok, ze steekt wel uit, maar enkel naar boven, niet naar opzij of naar achter dus dat mag toch ? En ik heb geen tijd voor gedoe ook niet trouwens, ik moet de apen van school halen, die is binnen een half uur of zo uit en dat is nog dik tien km van hier. Idioten, hou je met nuttige dingen bezig, of geef me anders een lift in je combi, fiets achterin, dat zou moeten kunnen op zich. Goed, ik zet me aan de kant, of op de kant, hoe je het ook wil noemen en wacht dan maar tot die vent terug uitstapt.
"Heb je ooit van verkeersregels gehoord ?" Euh, ja, tuurlijk. Waarom vraag je dat ? is mijn logische respons, ik ben me van geen kwaad bewust. Oke, ik heb net naast het fietspad gereden, maar kuis dat dan ook op he zeg. "Mijnheer, u hebt zowat elke verkeersregel overtreden die er bestaat." Hij lijkt het nog te menen ook. Ik stamel maar wat en vraag uiteindelijk waar hij het over heeft. Ha ja, ik ga niets toegeven dat ze misschien niet weten he, het zijn maar smurfen hoor, geen mensen waar ik mee omga, tegen smurfen mag je dingen verzwijgen of anders voorstellen, enfin, ik mag dat van mezelf in elk geval, dat is euh creatief zijn met de waarheid of zo.
Hij maakt een opsomming van mijn overtredingen. "Op de markt ben je daar het rood gereden. Daarna heb je op het voetpad gereden." Ik onderbreek hem en vertel dat ik een inschattingsfout heb gemaakt door het gewicht van de bagage, dat het me maar dat ik echt niet meer kon stoppen voor dat licht en dat ik gewoon uit de bocht ben gevlogen door mijn snelheid. "Mag ik even uitspreken ?", vraagt hij op gebiedende toon. "Ja, uiteraard, sorry" komt er nauwelijks hoorbaar uit mijn strot.
"Vervolgens ben je tegen de rijrichting door die straat gereden en daarna heb je hier op de baan maar even op de rijweg gereden want een fietspad is wellicht niet goed genoeg voor je. Wat heb je daar op te zeggen ?" exclameert hij.
Oh shit, I'm in fucking trouble denk ik bij mezelf. Goh, mijnheer de agent, steek ik van wal, ik heb inderdaad wel wat overtredingen begaan, voor dat rode licht kon ik echt niet meer stoppen, ik heb het gewicht en dus ook de remweg verkeerd ingeschat, in die bocht had ik hetzelfde probleem. Het zit namelijk zo, ik moet binnen een dik kwartier mijn kinderen van school halen in Menen en ja, dan is het doorfietsen he, om dat nog te halen. Normaal is dat geen probleem zoiets, maar met die gevaartes in die tassen ... En dat ik hier op de baan heb gereden, dat is omdat dit fietspad momenteel niet berijdbaar is als je sneller dan tien km per uur rijdt, dat zit vol met gaten en zo, dat komt door die werken maar het is echt niet berijdbaar. Dat ik tegen de richting was gereden, dat had ik niet gezien, voor de rest geef ik u volledig gelijk, maar tja, nogmaals ik zou binnen een kwartier daar moeten zijn, ik hoop dat u daar een beetje rekening mee kan houden, hoewel mijn verkeersgedrag inderdaad wel ondermaats was.
Hij begon, tijdens mijn uitleg danig te fronsen, zodanig dat ik even dacht dat hij aan het muteren was. "Denkt u nu echt dat u binnen een kwartier aan die school gaat geraken ?" Euhm ... ik hoop het, het hangt er allemaal wat van af, als ik kan doorfietsen dan kan het nog net lukken, ik ga hier dadelijk langs de Leie fietsen, daar zijn er geen verkeerslichten en dan ik goed doorrijden, misschien dat ik het nog net haal. Tenzij u me mee naar uw bureau moet nemen uiteraard, dan heb ik een groot probleem want er is niemand die ik kan contacteren om de kinderen in mijn plaats te gaan halen. Ik ratel maar lekker door en het lijkt te helpen, of net niet ? Hij roept er zijn collega bij en vertelt hem het verhaal in korte lijnen. Vervolgens schieten ze beide hard in de lach. "Goed, we zullen je geloven voor deze keer, we zien ook wel dat je spullen bij je hebt die voor kinderen bedoeld zijn, maar ik geloof toch niet dat je nog op tijd gaat zijn hoor." Ondertussen staan ze daar beide te lachen alsof ze voor het eerst in maanden een grap hebben gehoord. Ik bedank hen vriendelijk en zet me weer in gang, rechststaand op de trappers om snel snelheid te maken, er komt een bromfiets aan, zo eentje die 25 mogen, of is dat ondertussen 30 ? Geen idee van maar die rijdt me verdorie voorbij. Shit, ga ik dan zo traag, denk ik bij mezelf. Kom, zo haal ik het niet hoor, nog even recht op de trappers, die snelheid moet omhoog. Ik rijd de bromfietser terug voorbij terwijl de combi me achtervolgt, ze volgend de zelfde weg in elk geval. En dan steek ik de baan over, mis bijna mijn bocht daarbij, weeral en zo zijn we op het fietspad aan de Leie. Oef ! Crossen, crossen, crossen, maar ik was wel degelijk op tijd, alleen een klein beetje buiten adem. Wat weten smurfen nu van fietstijden ? Niets dus he. Daarom ook dat je ze smurf mag noemen. Maar toch, bedankt hoor smurfjes, het had me een smak geld kunnen kosten.
donderdag 19 april 2007
Coupés
Met blote onderbenen zat ze tegenover me, verdiept in een boek, een soort roman leek het me volgens de kaft, hoewel het best kan zijn dat ze er een andere kaft had omgedaan en iets heel anders aan het lezen was, ik heb dat vroeger vaak gedaan, maar dat was op de schoolbanken, dan was ik zogezegd in mijn atlas of zo aan het zien terwijl het in feite de playboy of zo was, maar ik ga er van uit dat ze de playboy niet aan het lezen was, ze bekeek me zelfs niet, misschien was ze wel lesbisch, wat maakt dat ze wel de playboy kan hebben zitten lezen. Ik had het haar moeten vragen.
Door haar concentratie merkte ze niet dat haar bloeson niet goed was dichtgeknoopt, ik wel want ik was niet aan het lezen, ik zat officiëel te slapen, wel met een zonnebril op zodat ik kon slapen met mijn ogen open, en ze goed de kost kon geven. Ach, op zich was er weinig te zien, een deel van een welving, hier en daar een stukje tekstiel dat op en neer bewoog met het ritme van haar ademhaling, meer was het niet, maar het veraangenaamd de reis wel, zo'n dingen. En reizen doe ik vaak, en graag, de NMBS zou me stilaan mogen gaan betalen voor het met de regelmaat van een klok controleren van hun treinen en hun stiptheid, vooral dat laatste laat vaak te wensen over, ook nu dus. In Gent had ik tien minuten overstaptijd, bij aankomst bleek dat slechts één minuut te zijn, behoorlijk weinig als je niet weet naar welk perron je moet wandelen, lopen, crossen, maar je doet je best en hoopt dat het lukt. Dit keer lukte het, de andere trein had immers ook vertraging, ik moet toegeven, de machinisten zijn wat dat betreft redelijk op elkaar ingespeeld. Maar ik dwaal af.
Toen de trein, voor hij Gent bereikte, een scherpe bocht nam, ik dacht dat het aan de kanten van Dendermonde was, viel ze bijna omver, zo geconcentreerd was ze aan het lezen. Ze kleurde rood, scharlakenrood, met vlammende wangen en zweetdruppels die omlaag gleden, misschien vroeg ze zich af of ze betrapt was met haar uitschuiver, ik herken het gevoel van toen ik onlangs met mijn fluofiets tegen de vlakte ging terwijl ik in feite stil stond, twee keer op tijd van een half uur dan nog wel, het zal je maar overkomen met een paar honderd of duizend man in je buurt. Tja, Murphy he, het is onvermijdelijk. Even keek ze naar me, misschien vond ze het vreemd dat ik, de slapende, niet was omgedonderd in die bocht en had ze een vermoeden van mijn wakker zijn, maar ik gaf geen krimp, even dacht ik om te beginnen snurken, maar dan zou ze elders kunnen gaan zitten en dan zou ik mijn doel voorbijschieten, neen, het bleef zoals het was, zij aan het lezen en ik heimelijk aan het genieten van het uitzicht, de bomen die voorbijsuisden, de paarden die in de weides holden en de bergen euh, heuvels in de verte. Het was een leuke reis dus, maar in Gent moest ik van de trein en zij niet. Nu moest ik nog zien dat ik op tijd wakker werd, tenzij ik zou blijven zitten en mijn afspraak missen, maar dat had ik niet over voor een vreemde, het risico was te groot. Geleidelijkaan werd ik dus wakker, met schokjes, tot ik met mijn knikker tegen de venster schokte, toen was ik wel echt wakker, en het deed geen deugd, maar ze lachte wel vriendelijk naar me. Ik draaide mijn hoofd naar de goede kant en lachte terug, deed alsof ik een beetje verlegen was, het is een truc, maar hij werkt dus wel he.
Ik wou het toch niet laten bij een niet-ontmoeting en begon, vechtende tegen de tijd en afstand, in mijn rugzak te rommelen tot ik vond wat ik zocht, een naamkaartje van me. Verdorie, daar staat mijn oud nummer nog op, was het eerste dat ik dacht, daar ben ik dus niets mee. Tenzij... ik nam mijn balpen en krabbelde het oude nummer door, schreef op de achterkant het nieuwe nummer en legde het kaartje achteloos, maar zeer gepland, op het tafeltje tussen ons in, ze bekeek het met een scheef oog. Shit, dat was me daarvoor nog niet opgevallen, dat ze een scheef oog had, maar goed, in het donker zie je dat toch niet. Zorgvuldig borg ik de rest van mijn spullen tergens langzaam op, net traag genoeg zodat ik geen tijd meer zou hebben om dat kaartje weg te bergen maar me verrot zou moeten spoeien om de verbinding te halen. En zo geschiedde, het kaartje bleef achter op het tafeltje, ze riep me nog achterna, maar ik deed of ik niets hoorde door de muziek die ik had opstaan. En nu is het wachten, misschien belt ze me, misschien niet, doet ze het niet, dan ga ik volgende week op hetzelfde uur op dezelfde trein zitten, neen, ik ga er doorlopen tot ik ze tegenkom, gewoon omdat ik wel eens wil weten of mensen mijn gezicht direkt vergeten of dat ze zodanig onder de indruk zijn vna mijn verschijning dat ze hetzelfde denken als dat ik denk. En verder moet ik er eens aan denken nieuwe naamkaartjes te maken, hoewel, als ik nog een paar weken wacht, dan kan ik er maken met een foto op, dat is pas reclame maken voor het eigen ik. Je moet ook wel he, iemand anders gaat het niet doen volgens mij, niets hebben ze voor me over verdorie, neen, ze vinden het wel leuk dat ik een norse vrijgezel ben, dan denken ze dat ze nog een kans bij me maken, tja, ze kunnen hopen en denken zoveel ze willen natuurlijk, zolang ze maar niet aan mijn oren komen zeuren maakt het mij niet uit. En voor de rest, op een van mijn reizen kom ik wel een speelkameraadje tegen, anders ga ik wel van mijn oren maken op de NMBS want het is de enige reden waarom ik het land afreis, of zou het toch aan de Humo liggen ?
Door haar concentratie merkte ze niet dat haar bloeson niet goed was dichtgeknoopt, ik wel want ik was niet aan het lezen, ik zat officiëel te slapen, wel met een zonnebril op zodat ik kon slapen met mijn ogen open, en ze goed de kost kon geven. Ach, op zich was er weinig te zien, een deel van een welving, hier en daar een stukje tekstiel dat op en neer bewoog met het ritme van haar ademhaling, meer was het niet, maar het veraangenaamd de reis wel, zo'n dingen. En reizen doe ik vaak, en graag, de NMBS zou me stilaan mogen gaan betalen voor het met de regelmaat van een klok controleren van hun treinen en hun stiptheid, vooral dat laatste laat vaak te wensen over, ook nu dus. In Gent had ik tien minuten overstaptijd, bij aankomst bleek dat slechts één minuut te zijn, behoorlijk weinig als je niet weet naar welk perron je moet wandelen, lopen, crossen, maar je doet je best en hoopt dat het lukt. Dit keer lukte het, de andere trein had immers ook vertraging, ik moet toegeven, de machinisten zijn wat dat betreft redelijk op elkaar ingespeeld. Maar ik dwaal af.
Toen de trein, voor hij Gent bereikte, een scherpe bocht nam, ik dacht dat het aan de kanten van Dendermonde was, viel ze bijna omver, zo geconcentreerd was ze aan het lezen. Ze kleurde rood, scharlakenrood, met vlammende wangen en zweetdruppels die omlaag gleden, misschien vroeg ze zich af of ze betrapt was met haar uitschuiver, ik herken het gevoel van toen ik onlangs met mijn fluofiets tegen de vlakte ging terwijl ik in feite stil stond, twee keer op tijd van een half uur dan nog wel, het zal je maar overkomen met een paar honderd of duizend man in je buurt. Tja, Murphy he, het is onvermijdelijk. Even keek ze naar me, misschien vond ze het vreemd dat ik, de slapende, niet was omgedonderd in die bocht en had ze een vermoeden van mijn wakker zijn, maar ik gaf geen krimp, even dacht ik om te beginnen snurken, maar dan zou ze elders kunnen gaan zitten en dan zou ik mijn doel voorbijschieten, neen, het bleef zoals het was, zij aan het lezen en ik heimelijk aan het genieten van het uitzicht, de bomen die voorbijsuisden, de paarden die in de weides holden en de bergen euh, heuvels in de verte. Het was een leuke reis dus, maar in Gent moest ik van de trein en zij niet. Nu moest ik nog zien dat ik op tijd wakker werd, tenzij ik zou blijven zitten en mijn afspraak missen, maar dat had ik niet over voor een vreemde, het risico was te groot. Geleidelijkaan werd ik dus wakker, met schokjes, tot ik met mijn knikker tegen de venster schokte, toen was ik wel echt wakker, en het deed geen deugd, maar ze lachte wel vriendelijk naar me. Ik draaide mijn hoofd naar de goede kant en lachte terug, deed alsof ik een beetje verlegen was, het is een truc, maar hij werkt dus wel he.
Ik wou het toch niet laten bij een niet-ontmoeting en begon, vechtende tegen de tijd en afstand, in mijn rugzak te rommelen tot ik vond wat ik zocht, een naamkaartje van me. Verdorie, daar staat mijn oud nummer nog op, was het eerste dat ik dacht, daar ben ik dus niets mee. Tenzij... ik nam mijn balpen en krabbelde het oude nummer door, schreef op de achterkant het nieuwe nummer en legde het kaartje achteloos, maar zeer gepland, op het tafeltje tussen ons in, ze bekeek het met een scheef oog. Shit, dat was me daarvoor nog niet opgevallen, dat ze een scheef oog had, maar goed, in het donker zie je dat toch niet. Zorgvuldig borg ik de rest van mijn spullen tergens langzaam op, net traag genoeg zodat ik geen tijd meer zou hebben om dat kaartje weg te bergen maar me verrot zou moeten spoeien om de verbinding te halen. En zo geschiedde, het kaartje bleef achter op het tafeltje, ze riep me nog achterna, maar ik deed of ik niets hoorde door de muziek die ik had opstaan. En nu is het wachten, misschien belt ze me, misschien niet, doet ze het niet, dan ga ik volgende week op hetzelfde uur op dezelfde trein zitten, neen, ik ga er doorlopen tot ik ze tegenkom, gewoon omdat ik wel eens wil weten of mensen mijn gezicht direkt vergeten of dat ze zodanig onder de indruk zijn vna mijn verschijning dat ze hetzelfde denken als dat ik denk. En verder moet ik er eens aan denken nieuwe naamkaartjes te maken, hoewel, als ik nog een paar weken wacht, dan kan ik er maken met een foto op, dat is pas reclame maken voor het eigen ik. Je moet ook wel he, iemand anders gaat het niet doen volgens mij, niets hebben ze voor me over verdorie, neen, ze vinden het wel leuk dat ik een norse vrijgezel ben, dan denken ze dat ze nog een kans bij me maken, tja, ze kunnen hopen en denken zoveel ze willen natuurlijk, zolang ze maar niet aan mijn oren komen zeuren maakt het mij niet uit. En voor de rest, op een van mijn reizen kom ik wel een speelkameraadje tegen, anders ga ik wel van mijn oren maken op de NMBS want het is de enige reden waarom ik het land afreis, of zou het toch aan de Humo liggen ?
maandag 16 april 2007
Kleinhandelaars
Goedemorgen, zei de slager. Ik nam het zekere voor het onzekere en keek even door het venster alvorens de begroeting weder te geven, het was inderdaad een goede morgen, toch voor ik bij de slager was aangekomen, hoe het nu zou verlopen, dat was nog een raadsel, maar raadsels hebben wel iets, ze hebben elementen uit de wiskunde, elementen uit de semantiek, uit de logica, je kan er dus alle kanten mee uit.
Je ziet er goed uit, was zijn volgende opmerking. Mijn haren gingen recht omhoog staan, ik moest dus maken dat ik uit de deuropening was, anders zou het mislopen. Ondertussen maalden mijn gedachten als twee molenstenen die de graantjes moeten fijnmalen voor het lekker volkorenbrood van de bakker ergens heel ver weg, nu ja, het is geen bakker hoor, het is een natuurwinkel en de laatste keer dat ik er naartoe ben geweest was ik hem grandioos voorbij gefietst, ik heb zo het vermoeden dat mijn gedachten elders zaten, of lagen, maar een vriendelijke, oude man aan wie ik vroeg waar er ergens een bakker was heeft me toen uit de brand geholpen. Niet dat het echt brandde, hoewel het wel behoorlijk warm was, trouwens, het brood dat ik toen wou gaan halen hadden ze al niet meer. Bakkers, je kan er niet meer op rekenen hoor, op een doordeweekse dag hebben ze om negen uur al geen croissants meer, op zondag hebben ze het juiste brood niet meer na acht uur, twee verstaan ze als drie, enfin, ze zijn hopeloos, vandaar dat ik die dag dan ook bij de slager langsging. Maar, die had ook geen brood natuurlijk. Toch maakte ik me ondertussen een beetje zorgen, het was me al een tijdje aan het opvallen dat ik nogal vaak contact begon te hebben met mannen en mannen zijn nooit mijn ding geweest, zo nu en dan een halve bohemien terzijde gelaten en griekse boeren die me meenemen in hun aftandse pick-ups als ik weer eens naar het andere eind van een eiland ben gewandeld zonder op de tijd en afstand te letten. Maar goed, dit was anders, een man die me zegt dat ik er goed uitzie, dan ben ik echt wel op mijn hoede.
Hij merkte wel dat er iets in mijn kop zat te draaien en stelde me voor plaats te nemen in de stoel, mijn hoofd wat naar achter te leggen en dan zou hij het wel eens gaan oplossen. Nu ja, zolang hij maar met mijn hoofd wil spelen laat ik hem doen, geen probleem mee. De mens heeft wel een aantal vervelende gewoonten, zo stelt hij me vaak vragen op een moment dat ik niet kan antwoorden, stelt hij die vragen nu uit beleefdheid en is hij niet geïnteresseerd in de antwoorden, of doet hij het om me te pesten, geen idee van. Ja, je begint al een mooi kleurtje te krijgen, ging hij verder. Ik vroeg hem hoe het met zijn vrouw was, dat leek me een duidelijke boodschap, maar hij negeerde mijn vraag, mompelde iets over vlees dat moest doorkoken en begon dan over zijn studerende dochters. Ondertussen weet ik echt al wel wat ze studeren en dat ze op kot zitten hoor, ga je me hun adressen ook nog geven ? Ik dacht het maar zei het maar niet, mijn kop lag uiteindelijk in zijn handen. Een hoofdmassage zat er echter niet in. Een rugmassage ook niet, terwijl ik die net wel nodig had, en ergens was ik ook al wel gewend geraakt aan massages, tja, ik wen snel aan leuke dingen, hoewel, die massages zijn die wel leuk ? Ze zijn ontspannend, ze zijn hmmm ander onderwerp anders krijg ik zin.
Ik ga je vandaag onderwerpen aan de koudetest, begon hij weer. Hmm niet nodig hoor slager, ik heb gisteravond nog ijs gegeten en dat was prima, allee, het was koud he, maar wel lekker, strachiatellli, zo met stukjes chocola in, daar een glaasje wijn bij, rustig muziekje, en smullen maar. Hij vond het geen alternatief voor zijn test. Ik besloot het over een andere boeg te gooien en begon over zijn cursus spaans. Daar ben ik mee gestopt, gromde hij. Oeps, verkeerd onderwerp, ik zal mijn mond de rest van de tijd maar lekker dichthouden, ging door me heen. Hij dacht er echter anders over want hij gebood me mijn mond open te doen. Tja, dat overkomt me ook wel meer hoor, dat mensen me vragen eens iets te zeggen, of te vertellen, maar ik heb toch nooit inspiratie voor zo’n dingen dus zeg ik maar dat ik niets te zeggen heb, niet tegen hen, niet thuis, nergens eigenlijk, enkel tegen mezelf en tegen de kat. Oke, ook wel tegen de mieren, de lieveheersbeestjes, de bladluizen, de meikevers, de vlinders, de bijen, en de planten, maar niet tegen mensen dus, ik en mensen, het is geen goede combinatie, dat is dan ook het enige waarover ik en die mensen het eens zijn meestal.
Ik ga even ratelen, donderde zijn diepe bas vlak bij mijn rechteroor. Man, alsjeblief, wat jij gaat doen he, dat zijn mijn zaken niet hoor, als jij met een ratel wil gaan spelen, ga je gang maar laat mij nu toch eens even rustig zitten nadenken. Ha ja, ik kwam trouwens dingens halen, gehakt, ik wist dat er een reden moest zijn om naar de slager te gaan, maar het had dus even geduurd voor ik terug wist wat ik nodig had. Had ik trouwens wel gehakt nodig ? En waarom dan wel ? Hij vroeg me of ik ging koken. Tuurlijk niet, zo warm is het nu ook weer niet, van mij mag het het hele jaar door dit weertje zijn hoor, ik heb daar geen last van, alleen betaal ik me blauw aan leidingwater omdat al dat onkruid drinken moet hebben.
Hij ratelde maar door, de trillingen schoten door mijn kop als waren het trillingen van een drilboor waarmee men een gaatje in mijn hersenpan aan het maken was, maar mijn gehakt, daarop bleef het wachten. Ik wou hem vragen wat hij nu juist aan het doen was, maar dat ging niet, hij had zo’n metalen ding in mijn mond gestopt opdat ik zijn geratel beter zou horen, denk ik toch, ik kon het niet vragen he. Na een half uurtje was hij het gelukkig beu en vroeg hij of ik de spiegel even wou vasthouden. Tuurlijk dat, ik ben best een vriendeijke jongen, soms. Lach eens, begon hij weer. Lachen ? Met wat moet ik lachen ? Ha, met je mond he man. Ja, maar, ik bedoel, is er dan iets om te lachen ? Is er iets om te lachen, vroeg hij bitsig, kijk dan eens in de spiegel, dan zal je wel zien of er iets om te lachen is. Ik deed verwoede pogingen om in de spiegel te kijken, maar zijn hand zat er voor, dus van lachen kwam niets in huis. Hij kon er niet mee lachen, en ik dus ook niet.
Kom, sta maar op, hij was het blijkbaar beu. Ik ging naar de grote spiegel en keek er in, vervolgens begon ik te lachen, nu werd hij pas echt boos. Draai je eens om, gebood hij. Draai je eens om ???? Euh ... dat hoor ik liever van iemand anders hoor, de vrije associaties vlogen weer door mijn kop, maar ik draaide me toch maar om. En lach nu eens naar me, zei hij. Ik begon me echt wel zorgen te maken over zijn geaardheid, maar wou niet onvriendelijk blijven doen, ik moest immers nog afrekenen en besloot hem een bescheiden glimlach te geven. Ha, zo zie ik het graag, wist hij te zeggen. Oef, hij zei het in plaats van je, een pak van mijn hart, een hap uit mjn budget, maar we waren weer van elkaar verlost voor een paar dagen.
Toen ik terug thuis was drong het tot me door dat hij me helemaal geen gehakt had meegegeven, maar ook geen rekening, we waren dus wel effen wat dat betrof. Laat ik me dan maar op mijn luie krent in de zon zetten, dacht ik bij mezelf en voegde de daad bij het woord. Waar bakkers al niet goed voor zijn.
Je ziet er goed uit, was zijn volgende opmerking. Mijn haren gingen recht omhoog staan, ik moest dus maken dat ik uit de deuropening was, anders zou het mislopen. Ondertussen maalden mijn gedachten als twee molenstenen die de graantjes moeten fijnmalen voor het lekker volkorenbrood van de bakker ergens heel ver weg, nu ja, het is geen bakker hoor, het is een natuurwinkel en de laatste keer dat ik er naartoe ben geweest was ik hem grandioos voorbij gefietst, ik heb zo het vermoeden dat mijn gedachten elders zaten, of lagen, maar een vriendelijke, oude man aan wie ik vroeg waar er ergens een bakker was heeft me toen uit de brand geholpen. Niet dat het echt brandde, hoewel het wel behoorlijk warm was, trouwens, het brood dat ik toen wou gaan halen hadden ze al niet meer. Bakkers, je kan er niet meer op rekenen hoor, op een doordeweekse dag hebben ze om negen uur al geen croissants meer, op zondag hebben ze het juiste brood niet meer na acht uur, twee verstaan ze als drie, enfin, ze zijn hopeloos, vandaar dat ik die dag dan ook bij de slager langsging. Maar, die had ook geen brood natuurlijk. Toch maakte ik me ondertussen een beetje zorgen, het was me al een tijdje aan het opvallen dat ik nogal vaak contact begon te hebben met mannen en mannen zijn nooit mijn ding geweest, zo nu en dan een halve bohemien terzijde gelaten en griekse boeren die me meenemen in hun aftandse pick-ups als ik weer eens naar het andere eind van een eiland ben gewandeld zonder op de tijd en afstand te letten. Maar goed, dit was anders, een man die me zegt dat ik er goed uitzie, dan ben ik echt wel op mijn hoede.
Hij merkte wel dat er iets in mijn kop zat te draaien en stelde me voor plaats te nemen in de stoel, mijn hoofd wat naar achter te leggen en dan zou hij het wel eens gaan oplossen. Nu ja, zolang hij maar met mijn hoofd wil spelen laat ik hem doen, geen probleem mee. De mens heeft wel een aantal vervelende gewoonten, zo stelt hij me vaak vragen op een moment dat ik niet kan antwoorden, stelt hij die vragen nu uit beleefdheid en is hij niet geïnteresseerd in de antwoorden, of doet hij het om me te pesten, geen idee van. Ja, je begint al een mooi kleurtje te krijgen, ging hij verder. Ik vroeg hem hoe het met zijn vrouw was, dat leek me een duidelijke boodschap, maar hij negeerde mijn vraag, mompelde iets over vlees dat moest doorkoken en begon dan over zijn studerende dochters. Ondertussen weet ik echt al wel wat ze studeren en dat ze op kot zitten hoor, ga je me hun adressen ook nog geven ? Ik dacht het maar zei het maar niet, mijn kop lag uiteindelijk in zijn handen. Een hoofdmassage zat er echter niet in. Een rugmassage ook niet, terwijl ik die net wel nodig had, en ergens was ik ook al wel gewend geraakt aan massages, tja, ik wen snel aan leuke dingen, hoewel, die massages zijn die wel leuk ? Ze zijn ontspannend, ze zijn hmmm ander onderwerp anders krijg ik zin.
Ik ga je vandaag onderwerpen aan de koudetest, begon hij weer. Hmm niet nodig hoor slager, ik heb gisteravond nog ijs gegeten en dat was prima, allee, het was koud he, maar wel lekker, strachiatellli, zo met stukjes chocola in, daar een glaasje wijn bij, rustig muziekje, en smullen maar. Hij vond het geen alternatief voor zijn test. Ik besloot het over een andere boeg te gooien en begon over zijn cursus spaans. Daar ben ik mee gestopt, gromde hij. Oeps, verkeerd onderwerp, ik zal mijn mond de rest van de tijd maar lekker dichthouden, ging door me heen. Hij dacht er echter anders over want hij gebood me mijn mond open te doen. Tja, dat overkomt me ook wel meer hoor, dat mensen me vragen eens iets te zeggen, of te vertellen, maar ik heb toch nooit inspiratie voor zo’n dingen dus zeg ik maar dat ik niets te zeggen heb, niet tegen hen, niet thuis, nergens eigenlijk, enkel tegen mezelf en tegen de kat. Oke, ook wel tegen de mieren, de lieveheersbeestjes, de bladluizen, de meikevers, de vlinders, de bijen, en de planten, maar niet tegen mensen dus, ik en mensen, het is geen goede combinatie, dat is dan ook het enige waarover ik en die mensen het eens zijn meestal.
Ik ga even ratelen, donderde zijn diepe bas vlak bij mijn rechteroor. Man, alsjeblief, wat jij gaat doen he, dat zijn mijn zaken niet hoor, als jij met een ratel wil gaan spelen, ga je gang maar laat mij nu toch eens even rustig zitten nadenken. Ha ja, ik kwam trouwens dingens halen, gehakt, ik wist dat er een reden moest zijn om naar de slager te gaan, maar het had dus even geduurd voor ik terug wist wat ik nodig had. Had ik trouwens wel gehakt nodig ? En waarom dan wel ? Hij vroeg me of ik ging koken. Tuurlijk niet, zo warm is het nu ook weer niet, van mij mag het het hele jaar door dit weertje zijn hoor, ik heb daar geen last van, alleen betaal ik me blauw aan leidingwater omdat al dat onkruid drinken moet hebben.
Hij ratelde maar door, de trillingen schoten door mijn kop als waren het trillingen van een drilboor waarmee men een gaatje in mijn hersenpan aan het maken was, maar mijn gehakt, daarop bleef het wachten. Ik wou hem vragen wat hij nu juist aan het doen was, maar dat ging niet, hij had zo’n metalen ding in mijn mond gestopt opdat ik zijn geratel beter zou horen, denk ik toch, ik kon het niet vragen he. Na een half uurtje was hij het gelukkig beu en vroeg hij of ik de spiegel even wou vasthouden. Tuurlijk dat, ik ben best een vriendeijke jongen, soms. Lach eens, begon hij weer. Lachen ? Met wat moet ik lachen ? Ha, met je mond he man. Ja, maar, ik bedoel, is er dan iets om te lachen ? Is er iets om te lachen, vroeg hij bitsig, kijk dan eens in de spiegel, dan zal je wel zien of er iets om te lachen is. Ik deed verwoede pogingen om in de spiegel te kijken, maar zijn hand zat er voor, dus van lachen kwam niets in huis. Hij kon er niet mee lachen, en ik dus ook niet.
Kom, sta maar op, hij was het blijkbaar beu. Ik ging naar de grote spiegel en keek er in, vervolgens begon ik te lachen, nu werd hij pas echt boos. Draai je eens om, gebood hij. Draai je eens om ???? Euh ... dat hoor ik liever van iemand anders hoor, de vrije associaties vlogen weer door mijn kop, maar ik draaide me toch maar om. En lach nu eens naar me, zei hij. Ik begon me echt wel zorgen te maken over zijn geaardheid, maar wou niet onvriendelijk blijven doen, ik moest immers nog afrekenen en besloot hem een bescheiden glimlach te geven. Ha, zo zie ik het graag, wist hij te zeggen. Oef, hij zei het in plaats van je, een pak van mijn hart, een hap uit mjn budget, maar we waren weer van elkaar verlost voor een paar dagen.
Toen ik terug thuis was drong het tot me door dat hij me helemaal geen gehakt had meegegeven, maar ook geen rekening, we waren dus wel effen wat dat betrof. Laat ik me dan maar op mijn luie krent in de zon zetten, dacht ik bij mezelf en voegde de daad bij het woord. Waar bakkers al niet goed voor zijn.
Abonneren op:
Reacties (Atom)
